*

 

Het is wachten geblazen langs de kant van de weg

Anthony Fiumara − 04/02/02, 00:00

recensie AMSTERDAM - ,,Cop-pi! Bar-ta-li!'' scandeerden de Italiaanse toeschouwers langs de kant van weg. En als de denkbeeldige wielrennerploeg voorbijraasde, zag je de hoofden eensgezind met een ruk van links naar rechts bewegen. Gilius van Berg eijks 'Coppi Cantate', in het Haagse Korzo Theater uitgevoerd door Het Nederlands Zangtheaterkoor en Avastrings, was behalve een speels-volkse ode aan wielren-'campionissimo' Fausto Coppi ook een verhaal met mythische proporties.

Tientallen boeken zijn gewijd aan Fausto Coppi, de Italiaanse wielrenner die de spraakmakende Giro d'Italia in 1949 won. Het was een strijd die op het scherp van de snede werd gevoerd, waarbij de rivaal en landgenoot Gino Bartali van zijn troon werd gestoten. Een moderne mythe, die de Italiaanse schrijver en 'Bartalista' Dino Buzzati de vergelijking met het homerische tweegevecht tussen Achilles (Coppi) en Hector (Bartali) ontlokte. De Giro van 1949 werd zo voor Buzzati een existentiële metafoor.

Ook in de Nederlandse muziek inspireerde het leven van de fietser en meer specifiek van de wielrenner in het verleden meer dan eens tot een homage: ook Jacques Bank, Florentijn Boddendijk en Dick Raaijmakers werden door Coppi aangetrokken.

Het grote verschil is echter dat in Van Bergeijks epos donderdagavond geen wielrenner voorkwam. Nou ja: op het einde dan, als één van de leden van Het Nederlands Zangtheaterkoor verkleed als Coppi een lauwerkrans krijgt omgehangen. Maar voor de rest is het wachten geblazen langs de kant van de weg, in de eenvoudige en goed getroffen regie van Marijon Luitjes. Aan de ene kant (op de tribune) het Korzo-publiek en aan de ander kant (op de bühne) het koor in de rol van Giro-toeschouwers, met de tussenstrook als route naar de Milanese finish.

Naarmate de twee wielergoden hun doel naderden, kleedde het volk zich niet alleen chiquer en stadser, maar verdichtte ook Van Bergeijks muziek zich in een spannende eindsprint. Met zijn gebruikelijke ironie liet Van Berg eijk in zijn muziek de blije tonaliteit van fanfare en blues vrolijk ontsporen. Met een paar tonen liet hij hele delen uit hun voegen barsten: zo duurde het gescandeer van de namen Coppi en Bartali hilarisch veel te lang en werden de elektronische fragmenten (vooral de euforische journalist) soms op orkaansterkte uit de luidsprekers gespoten. Dat paste allemaal goed bij de gelijkgestemde teksten van Gorter, Weemoedt en Buzzati.

Van Bergeijks cantate was vooral vermakelijk. Het Nederlands Zangtheaterkoor (dat in 2000 de 'Bijlmeropera' van Jacques Bank deed) onder leiding van Anthony Zielhorst is geen topkoor, maar het enthousiasme werkte aanstekelijk. Dat gold ook voor het lelijk schel versterkte Avastrings strijkkwartet: hier en daar een tikje valsig, maar de speelse muziek zeer toegewijd. ,,Kunst en sport: je hebt er geen bal aan, maar 't is zo vreselijk leuk'', zo luidde het citaat van Van Bergeijk boven aan het programma. Zo was het, en niet anders.

mailIcon print |