recensie Tien jaar geleden interviewde de socioloog Jan Brands in twee sessies van in totaal zes uur Pim Fortuyn. Over diens leven, over zijn toekomstplannen en vooral ook over wat hem bewoog. Brands werkte aan een boek over de studentenbeweging, waarin ook Fortuyn een rol had gespeeld. Dat boek is er nooit gekomen. Maar wat Fortuyn toen over zichzelf te vertellen had, verdient het om alsnog gepubliceerd te worden, vond Brands.
Het resultaat mag er zijn. We wisten dat Fortuyn een boodschap had voor deze wereld. We weten ook waaruit die bestaat. Maar het onthullende van dit boekje is dat het glashelder laat zien dat het bij het uitdragen van deze boodschap vooral ook draaide om de persoon Fortuyn. Hij leefde in een mythologische wereld, waarin alles en iedereen tegen hem samenspande. Onder deze barre omstandigheden zat er voor Fortuyn maar één ding op: ik moet absoluut onafhankelijk zijn, want alleen vanuit zo'n positie kan ik de gevestigde machten onbarmhartig op de korrel nemen. Het veroordeelt me tot alleen zijn, maar het maakt me ook ongrijpbaar.
Er is veel gesproken over de demonisering van Fortuyn. In dit boek leren we hem zelf kennen als een demon, die meedogenloos uithaalt. Naar Ger Harmsen die nog liever 'als een Hitler zijn Derde Rijk opblies' dan aan Pim Fortuyn het hoogleraarschap te gunnen en zo de vakgroep te redden. Naar Ton Regtien die na zijn studentenprotest niets meer gepresteerd zou hebben. Naar Ed Nijpels, die volgens Fortuyn 'een lieve jongen is', maar totaal gek. Zuipen, wijven, 'terwijl het een flikker is' en alles verkeerd doet. En naar die arme Wim Kok, die het leven kapot maakt en de positie van homoseksuelen bedreigt. Nou, die Kok zal Fortuyn wel even een kopje kleiner maken. Zoals we inmiddels gemerkt hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.