Het artikel over Zenboeddhisme van de theoloog Henk Vroom in het Tijdschrift voor Theologie heet 'Boven goed en kwaad uit?' Nog meer dan Crew is Vroom bevangen door de heilige huiver die zich van westerlingen meester maakt als zij over Aziatische levensbeschouwing schrijven. Maar het schandaal dat hij aan de orde stelt is een slag giftiger dan de bokkensprongen van een Californische oplichter, en dat schenkt hem de moed om naar het elitaire karakter van Zenboeddhisme te vragen. Het gaat om dezelfde zaak waarin de roomse kerk faalde: 'in een discussiebundel uit 1990 verkondigde de Japanse filosoof Masao Abe de voor westerse oren schokkende opvatting dat de holocaust relatief kwaad is'. Tot in het krukkige Nederlands is Vrooms ongemakkelijkheid over de bewering van deze Zenmeester voelbaar. Het zou voor de hand liggen op de traditionele connectie tussen sadisme en Zen te wijzen. Maar Vroom zoekt de verklaring in een nederige uiteenzetting van de Zen-kijk op ethiek. Als met die filosofische exegese al begrip voor Abe's geringschatting te kweken zou zijn, zou voor de eerlijkheid de historische erfenis van 'racisme, seksisme, nepotisme en samenspanning met de Samoerai-moordenaars en krijgsheren' vermeld moeten worden. Zen is niet alleen denken, maar ook doen, zoals de leraren niet aflaten te benadrukken. En in naam van Zen zijn in de jaren dertig en veertig oorlogsmisdaden bedreven. Maar buiten de Zenrituelen bestaat geen zelfstandige ethiek -'het onderscheid tussen goed en kwaad wordt gezien als een op te heffen tweeheid'- en dus is de omslachtige rechtvaardiging van Abe's enormiteit zinloos.
Er volgen veel Oosterse tegelwijsheden die de verderfelijkheid van het dualistische denken en de diepte van Zen moeten bewijzen: 'Haat is een negatieve gehechtheid, liefde een positieve, maar beide zijn bindingen die overwonnen moeten worden.' Dan zijn we eigenlijk al weer in Californië, waar enkele tientallen jaren geleden het tijdperk van Aquarius uitbrak, en ook Charles Manson zich 'jenseits des Guten und Bösen' wist toen hij Sharon Tate en haar vriendinnen aan het mes reeg. Aan het einde haalt de theoloog er nog een paar boeddhisten bij die verzekeren dat 'als je goed zent, je goed bent'. Met die ontsnappingsclausule, die op zijn minst onbewezen is, valt ook Zen in de categorie levensbeschouwingen die de schepping uit één heldere bron afleiden, maar met de vervuiling slecht raad weten. Een theoretische uitweg uit het dilemma is de gelijkstelling van goed en kwaad. De maatschappelijke vertaling van díe opvatting is de 'Herrenkultur' van de Samoerai-samenleving.
Wie zich op een onschuldig niveau aan oriëntalisme wil laven, neme het Tijdschrift voor yoga tot zich. Toegegeven, je moet een sterke maag hebben om alle mystieke zoetigheid te verdragen, maar het revisionistische gif van de Zen-bewonderaars blijft de lezer bespaard. Logica en redenering zijn niet de sterke kant van de bijdragen, maar er staat veel wonderlijks en moois in. Het is jammer om te bedenken dat de oude tradities, goede wil en grote vermogens die hier gepreekt worden, niet ook maar één Hindoe ervan weerhouden om een trein met moslims in brand te steken. Oefening baart wel kunst, maar geen ethiek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.