*

 

Invallende Rus smeedt klassieke bezieling

Peter van der Lint − 19/08/02, 00:00

recensie AMSTERDAM - We moeten niet al te lang zeuren over het feit dat Riccardo Chailly deze weken zijn Koninklijk Concertgebouworkest niet kan dirigeren wegens een weigerende schouder.

Maar toch: het was interessant geweest om te horen hoe híj zaterdagavond de Zevende van Beethoven had aangepakt, zeker na zijn alom als teleurstellend ervaren interpretatie van Beethovens Eerste symfonie waarmee hij het seizoen vorig jaar begon. Invaller Vassili Sinaiski opteerde voor een brede, groots opgezette Zevende en hij kreeg het aan dirigerende 'authentiekelingen' gewende orkest opvallend makkelijk mee.

Ook vorig jaar werd Beethoven afgezet tegen balletmuziek van Stravinsky. Nu klonken vooraafgaand aan de Zevende Stravinsky's 'Scherzo fantastique', later door Diaghilev gebruikt voor zijn ballet 'Les abeilles' en 'Jeu de cartes', het ballet dat de componist voor ;George; Balanchine maakte. Dansmuziek kortom, gekoppeld aan een Beethoven-symfonie die door Wagner ooit werd getypeerd als 'de apotheose van de dans'.

Het is een mooi opgezet concert met goeie dwarsverbanden en het KCO boft dat Sinaiski het programma integraal wilde overnemen. Net als donderdagavond verraste de Russische dirigent met zijn aanstekelijke manier van dirigeren, showy, maar nooit epaterend en altijd in dienst van de muziek. De manier waarop hij na afloop de musici betrekt in de ontvangst van het applaus is aandoenlijk en de Rus heeft ongetwijfeld vele vrienden gemaakt in het orkest. De musici tikten en klapten in elk geval zaterdagavond hartelijk met het enthousiaste publiek mee.

Sinaiski's benadering van Stravinsky's muziek is een andere dan die van Chailly. Waar de laatste met graagte de ingewikkelde ritmes en de wringende dissonanten uitlicht, behandelt Sinaiski die ingrediënten haast als toevallige elementen in een groter geheel. Stravinsky klinkt bij Chailly scherp, stekelig en modern; bij Sinaiski is Stravinsky de grote componist uit het verleden, opgenomen in het pantheon der compositorische genieën. Het is een visie die minder interessant is dan die van Chailly, maar Sinaiski verdedigde hem met hart en ziel.

Nog groter dan Stravinsky in Sinaiski's visie is de immense Beethoven en dat heeft het publiek in de overvolle zaal geweten. Heerlijk om het beroemde allegretto weer eens zo langzaam en pompeus te horen en opvallend hoe in zo'n ouderwets majestueus opgebouwde Beethoven toch ook vele dynamische details te ontdekken waren. Want Sinaiski dirigeerde dan misschien wel niet helemaal in de geest van Beethovens tijd, op zijn realisering van de voorschriften in de partituur viel hoegenaamd niets af te dingen. Een heerlijk zomeravondconcert met een enthousiast spelend orkest en een dirigent met het hart op de juiste plaats.

mailIcon print |