recensie Nigel Harris, emeritus hoogleraar economie aan de University College Londen, vindt dat de rijke Westerse landen hun grenzen volledig zouden moeten openstellen voor immigranten. Veel gehoor bij politici zal hij daarvoor niet verwachten. Maar hij weet de stelling in zijn nieuwe boek 'Thinking the unthinkable - The immigration myth exposed' met interessante argumenten te onderbouwen.
Het huidige systeem van 'grenzen dicht' houdt de mensen niet tegen, stelt Harris, maar veroorzaakt wel veel menselijk leed. De gestikte Chinezen in Dover, de bij het Spaanse Cádiz aangespoelde Afrikanen die de oversteek over de Straat van Gibraltar niet hebben overleefd, de op de Adriatische Zee verdronken anonieme Koerden, schrijnende voorbeelden genoeg.
Migratie van rijke naar arme landen heeft altijd plaatsgevonden, en zal blijven plaatsvinden. Pas in de twintigste eeuw is men begonnen hier hindernissen voor op te werpen. Soms resulteren die alleen maar in méér migranten, die zich vestigen in het land van bestemming omdat ze niet meer heen en weer kunnen pendelen.
Harris tweede argument zal waarschijnlijk beter in de smaak vallen bij de huidige generatie van no nonsense-politici, hoewel het nog maar de vraag is of ze dat argument beter aan hun kiezers kunnen overbrengen: immigratie is in economisch opzicht niet alleen goed voor de immigranten-sturende, arme landen, maar ook voor de ontvangende, rijke landen. Economische migranten komen vooral omdat er hier vraag is naar hun arbeid, niet - zoals soms gedacht wordt - om van 'onze uitkeringen te profiteren'.
De meesten doen werk dat (steeds hoger opgeleide) autochtonen niet meer willen doen omdat het te vervelend, te vies, te gevaarlijk is. In de oude wijken van de grote steden in Nederland, wonen nauwelijks autochtone Nederlanders meer die kranten willen bezorgen, in de bouw werken, schoonmaken, babysitten, vakken vullen in supermarkten of warenhuizen, achter de kassa's zitten.
De Duitse gemeente Stuttgart heeft een overwogen schatting gemaakt van wat er zou gebeuren als driekwart van alle immigranten zou weggaan. Het openbaar vervoer zou tot stilstand komen, scholen en kinderopvang zouden in de problemen komen, de bouw zou instorten, enzovoort. Het resultaat: de werkgelegenheid onder autochtonen zou dalen.
De meeste immigranten zijn jong en werken. Hierdoor leveren ze in de vorm van betaalde belastingen meer op dan ze kosten in sociale voorzieningen. Pas als ze (schoolgaande) kinderen krijgen of ouder worden (en dus vaker ziek worden) slaan de netto opbrengsten om in netto kosten. Hiernaast is er in de rijke landen een ontwikkeling op komst, waarbij de afname van het aantal laaggeschoolde werknemers samenvalt met een toenemende vraag naar hun diensten. Ouden van dagen zullen minder behoefte hebben aan auto's, en meer aan verzorging. Migranten kunnen het probleem van de vergrijzing niet oplossen, maar ze kunnen de overgang van de huidige situatie naar een samenleving met veel meer gepensioneerden wel aanzienlijk vergemakkelijken.
Er zíjn volgens Harris wel manieren om immigratie te stoppen, maar tegen die manieren zijn grote economische en politieke bezwaren in te brengen. In tijden van laagconjunctuur neemt de belangstelling van potentiële immigranten af. De enige periode waarin veel minder migranten naar de VS kwamen was in de crisisjaren '30 van de vorige eeuw. Maar of het creëren van recessies nou zo'n goed idee is?
Een andere manier is er voor zorgen dat het scholingsniveau van de bevolking niet langer stijgt, opdat laaggeschoolde autochtonen het werk overnemen dat nu door immigranten wordt gedaan. Dit kan ook bereikt worden door het fors verlagen van het niveau van uitkeringen.
In politiestaten als de voormalige Sovjet Unie (met een relatief hoog welvaartsniveau) bestond geen immigratieprobleem. Zulke landen kampen eerder met een teveel aan emigratie. Maar dat voorbeeld volgen, gaat wel erg ver.
De 'export' van arbeid is ook voor ontwikkelingslanden zeer belangrijk. 'Brain drain' is zonder meer een probleem voor veel arme landen, maar het wegnemen van de oorzaken ervan - het creëren van een omgeving waarin mensen willen blijven - valt verre te prefereren boven het opwerpen van grensbarrières.
De nadelen van de brain drain wordt voor de bronlanden gecompenseerd door overboekingen van emigranten. Volgens een schatting van de VN-organisatie UNDP voor 1992 zou, als twee procent van de arbeiders uit de Derde Wereld zou kunnen werken tegen een relatief laag jaarloon van vijfduizend dollar, dit een opbrengst van 220 miljard dollar kunnen generen. Hiervan zou zo'n 45 miljard dollar aan overboekingen richting achterblijvers gaan, een aanzienlijk groter bedrag dan de som die aan ontwikkelingshulp en buitenlandse investeringen samen wordt uitgegeven.
Menige remigrant neemt zijn spaarcenten en zijn menselijk kapitaal (opgedane kennis, kunde en werkervaring) mee terug, bijvoorbeeld om nieuwe bedrijven te beginnen. Het succes van de ICT sector in het Indiase Bangalore is voor een groot deel gebaseerd op remigranten uit Silicon Valley in Californië, die hun kapitaal, kennis en contacten mee naar huis terugnamen.
Harris heeft soms een wat idealistische kijk op het vraagstuk. Zo lijkt hij het aantal mensen dat naar het 'rijke Westen' wil komen te onderschatten, en heeft hij een soms erg naïeve kijk op de voordelen van de multiculturele (multi-etnische) samenleving. Verder legt hij te veel nadruk op de xenofobe houding van overheden in bestemmingslanden. Desalniettemin zijn veel van de door hem genoemde argumenten inhoudelijk sterk, en vormen ze een nuttig tegenwicht tegen populisme. Als er in het komende kabinet weer een minister van immigratie komt, doet deze er goed aan dit boek aandachtig te lezen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.