recensie Een boek dat op het omslag als 'botanische thriller' wordt aangeprezen, roept bepaalde verwachtingen op. Is dit soms een verhaal over vleesetende planten die zich aan onschuldige voorbijgangers vergrijpen? Is dit een angstaanjagende roman over uiterst giftig stuifmeel dat zich in een moordend tempo over de aarde verspreidt? Gaat het over de afgrijselijke gevolgen van een mislukt experiment met genetische manipulatie?
Het antwoord op al deze vragen is nee. 'De Orchideeëndief' is namelijk helemaal geen thriller. Het is in de eerste plaats een populair wetenschappelijke verhandeling over orchideeën: over de soorten, de bestuivingsmethoden en de zeldzaamheid van enkele alleen in het wild voorkomende bloemen. Het gaat over de avonturiers die in vroegere tijden op orchideeën jaagden, over kwekers, kassen en vervoersmethoden, en over verzamelaars die er alles voor over hebben een bepaalde plant in hun bezit te krijgen. Op zich een boeiend relaas, maar het thrillergedeelte komt alsmaar niet op gang. Nog even doorlezen, denk je; al deze informatie is vast nodig om straks de clou te kunnen begrijpen. Op bladzijde honderd is er nog steeds niets spannends onder de zon. Op bladzijde tweehonderd is alle hoop op een thrillerachtig plot vervlogen: het zit er niet meer in.
De kreet 'botanische thriller' blijkt niets meer dan een stuntelige truc van de uitgever, die heus wel weet dat een boek vol orchideeënkennis niet aan de straatstenen is te slijten, terwijl een thriller altijd wel liefhebbers aantrekt. Het is niet fair tegenover de lezers, maar ook niet tegenover de schrijfster, die een heel verdienstelijk werk heeft afgeleverd over de allesoverheersende manier waarop mensen in de ban kunnen raken van een bloem.
Dat gebeurt hoofdpersoon John Laroche, aartsverzamelaar en tevens sjoemelaar van de eerste orde, die uit de meest benarde situaties nog munt weet te slaan. Op slinkse wijze steelt hij beschermde orchideeën uit de natuur. Het is niet de gewiekst uitgedachte diefstal die hem tot interessant personage maakt, maar zijn complexe karakter. Laroche houdt ervan om makkelijke dingen op een moeilijke manier ten uitvoer te brengen. Elke illegale handeling weet hij zo te verpakken dat het lijkt alsof hij de mensheid er een grote dienst mee bewijst. Ook de diefstal van bedreigde orchideeën praat hij op deze manier goed. Door die bloemen te stelen en vervolgens te kweken, zo redeneert hij, wordt de zwarte handel erin ten gronde gericht en wordt de plant financieel bereikbaar voor iedereen die hem mooi vindt. Eigenlijk verwacht de op het randje van de ethiek balancerende Laroche elke keer weer dat zijn plannen met luid trompetgeschal zullen worden begroet en reageert hij verongelijkt als dat niet het geval blijkt te zijn.
Susan Orlean heeft oog voor absurditeiten, en weet op het eerste gezicht saaie onderwerpen zo te verpakken dat het vermakelijk wordt erover te lezen. Ze overgiet al haar kennis met een laagje fictie, dat weliswaar flinterdun is, maar dat haar in staat stelt de feitelijke wereld die ze beschrijft toch nog te doorspekken met enige emoties, wat de leesbaarheid ten goede komt. Daarnaast weet ze de drijfveer achter het obsessief verzamelen, of het nu van bloemen of van iets anders is, bloot te leggen: ,,Het zorgt ervoor dat de wereld niet gigantisch en leeg lijkt, maar vol mogelijkheden. Als ik orchideeënjager was geweest, dan zou ik deze ruimte niet als droevig en leeg hebben ervaren. Ik denk dat ik velden vol kansen zou hebben gezien, waar de dingen waarvan ik hield, lagen te wachten tot ze door mij werden gevonden.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.