recensie FRANS ONDERWIJS ZONDER OPVOEDING LEVERT ONFATSOEN
Op Franse scholen worden onderwijzers en leraren, maar ook leerlingen, zo door de pupillen genegerd en bedreigd dat ze in 24 pagina's verhaal maken. Ze schrikken er zelfs niet voor terug het woord incivility (onfatsoen) van hun gedoodverfde opponenten, de Amerikanen, over te nemen als betiteling van de pesterijen. Toch plaatst een hoofdredactioneel commentaar de incivilités' in een breder perspectief. Onder de kop 'Burgerfatsoen, bijvoorbeeld' geeft Anne-Line Roccati het onfatsoen het volle pond, maar vervolgt dan: ,,Elke dag volgt het ene politiek-financiële schandaal op het andere. Een van de laatste draait om de verduistering van fondsen die bestemd waren voor de bouw van middelbare scholen in de provincie Ile de France. Gisteren nog waren de wanordelijkheden op school aanleiding voor de parlementsleden om de jeugd aan zijn burgerplichten te herinneren, en aan de sancties die hun wachten als ze de wet overtreden. Vandaag, met een cynisme dat aan minachting grenst, verklaren diezelfde parlementariërs van geen geld of fraude te weten.'' (In Frankrijk, met een districtenstelsel, leggen afgevaardigden allereerst verantwoording af tegenover een plaatselijke gemeenschap.) Niettemin liegen de 4 bladzijden voorbeelden van incivilités er niet om. Inmiddels is er één dode gevallen. Het zal niet verbazen dat de conflicten het ernstigst zijn op scholen met veel immigrantenkinderen.
En evenmin dat vooral kinderen van werklozen tot racisme geneigd zijn, overigens gesecondeerd door kinderen van het hoger kader en van zelfstandigen. Uitsluiting van school wordt in Le Monde de l'éducation als zwaktebod aangemerkt. Ten slotte wordt zelfs de andere beste vijand, Engeland, als voorbeeld gesteld van ordehandhaving op scholen: Engelsen onderwijzen niet slechts, maar voeden ook op, de directeur geeft er ook les en weet dus waar hij over praat, en de scholen trekken zich de behoeften aan van hun omgeving. Nood breekt grens, zelfs Franse.
BALKANGEWELD, IMPORT EN PLATTELANDSVERSCHIJNSEL
Het eerste nummer van de New York Review of Books dit jaar bevat een terugblik op de ballotage van George Bush tot Amerika's president: 'Een ernstig beschadigde verkiezing'. Het viel niet te verwachten dat het progressieve blad ingenomen zou zijn met de persoon en de wijze waarop. De Engelse historicus Richard Crampton is gevraagd zijn licht te laten schijnen over een aantal boeken dat de crisis op de Balkan tot onderwerp heeft. Waaronder een geschiedenis van de Balkan van de hand van Misha Glenny, de Engelse journalist die al bijna tien jaar verbeten het publiek het hoe en waarom van de grote slachting in Joegoslavië probeert uit te leggen ('De Balkan 1804-1999', Kosmos, 1999). Crampton heeft nogal wat aan te merken op de algemene geschiedkundige kennis van Glenny en op zijn anekdotische verteltrant, maar hij valt hem volmondig bij in de veronderstelling dat de crises op de Balkan van de afgelopen eeuwen, inclusief het bloedvergieten, op conto van vreemde mogendheden moeten worden geschreven. Algemeen wordt aangenomen dat 'alle problemen op de Balkan veroorzaakt werden door onuitroeibare etnische haat'. Maar gedurende de lange eeuwen van Turkse overheersing 'leefden de verschillende gemeenschappen samen in de meeste Balkan steden en dorpen, en al was het niet in harmonie, zij verdroegen elkaar en werkten van tijd tot tijd samen.' Crampton vermeldt enkele belastingopstanden waarbij de boeren, ongeacht hun islamitische of orthodoxe afkomst, zich tegen de Turkse zetbazen keerden. Maar de verspreiding van Europese nationalistische ideeën onder de intelligentsia, en vervolgens onder de boeren 'die de opleiding misten om ze op een andere dan de meest primitieve manier uit te leggen', zaaide het kwaad. Bovendien bedreven de Europese naties hun politieke schaakspel in de Balkan, waarbij Oostenrijk-Hongarije, Rusland, en Engeland om de brokstukken van het verkruimelende Ottomaanse Rijk wedijverden. Daarin waren de etnische groepen dankbare pionnen. Dankbaar, want Crampton, Glenny en de andere in het artikel genoemde schrijvers over geweld op de Balkan verhelen niet dat er ook een eigen kracht achter de bloedbaden school. 'Achterlijke Griekse boeren slachtten in de jaren na 1820 tienduizenden Moslims af. En op hun beurt hadden de ongeregelde Ottomaanse troepen die in 1876 de Bulgaren afmaakten geen weet van de moderne Europese gedragscode.' In de laatste Balkanoorlog betrok Arkan, de Servische krijgsheer, zijn dommekrachten ook van het platteland. (Crampton bedrijft dubieuze volksetymologie als illustratie van de primitieve bloeddorst op de Balkan. Zo zouden de boeren over 'slacht' (klanje) spreken als zij etnische moord bedoelden, en onder hun messen vielen 'offers' (zrtva)... slachtoffers dus, maar verheft dat woordgebruik in Nederland 'de wreedheid tot sacramentele hoogten'?!) Aan die moordpartijen waren het gebrek aan centraal gezag debet, het bestaan van patronageverhoudingen die de plaatselijke godfather bijna onbeperkte macht verleenden, en de onderschikking van de orthodoxe kerk aan het bestuur. Dat de geestelijkheid de wereldlijke overheid niet mocht corrigeren was een erfenis van de Byzantijnse geschiedenis. Bij die vinnige veroordeling van het Byzantijns absolutisme steekt Cramptons herhaalde lof op de Ottomaanse grootmoedigheid een beetje vreemd af. De campagne tegen de Armenen begon al onder de Sultan in de negentiende eeuw, en bij de onderworpen volken stonden de Turken niet bekend om hun goedhartigheid.
Vanzelfsprekend is een groot deel van de bespreking gewijd aan de periode van relatieve rust in Joegoslavië onder Tito, en de romantische socialist van weleer kijkt verrast op als Crampton het vermaarde 'arbeiderszelfbeheer' in dat land afdoet als 'het konijn dat de Joegoslavische partijtheoretici in de jaren vijftig uit hun hoed toverden om hun eigen weg naar het socialisme, los van de Sovjet-Unie, te legitimeren'. Te midden van alle gewichtige overwegingen valt een foto op, 'Een jongen die sluipschutters ontwijkt in Mostar, Bosnië-Herzegowina, 1993'. Dramatisch, maar met zulke elegantie houdt hij de 'halve maan' op als schild tegen zijn belagers, dat de kijker onwillekeurig aan de Ballets Russes denkt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.