*

 

Paul Van Nevels Renaissance leest als een jongensboek

Anthony Fiumara − 23/02/02, 00:00

recensie ALKMAAR - De passietijd is voor veel Nederlanders onlosmakelijk verbonden met de muziek van Bach. Onder leiding van Paul Van Nevel liet het Nederlands Kamerkoor donderdag in de Grote Sint-Laurenskerk in Alkmaar de katholieke versie van de Goede Week horen. De zestiende eeuw herleefde er in de beeldschone klanken van componisten als Elzéar Genet Carpentras en Jean Richafort.

Het is een raar idee dat de liturgische muziek die componisten als Palestrina voor de Sixtijnse Kapel schreven, alleen in de beslotenheid van de clerus werd beluisterd. Kaartjeskopend publiek, een mee-psalmende gemeente en zelfs de adel was vaak niet aanwezig tijdens de zestiende-eeuwse diensten in de pauselijke kapel. De meerstemmige muziek uit de Renaissance was zo eeuwenlang bestemd voor gewijde oren in even gewijde ruimtes.

Dat er zelfs na de grote oud-emuziek-hausse nog belangrijke gaten in het repertoire zitten, bewijst dirigent Paul Van Nevel door keer op keer met 'nieuw' werk op de bühne te verschijnen. Zijn neus voor kwaliteit is verbluffend: vergeten componisten blijken ineens van vitaal belang voor een beter beeld van de periode.

Zo liet Van Nevel ons nu een glimp opvangen van de weelderige muziekcultuur in de Sixtijnse Kapel. Geconcentreerd rond het thema van de Goede Week bracht het Kamerkoor lamentaties van Carpentras en Palestrina te horen, aangevuld met werk van Richafort en Clemens non Papa. Een schitterend programma dat een eeuw pauselijke muziek bestreek, geconcentreerd en spannend uitgevoerd.

Bij Van Nevel laat de periode van de Renaissance zich lezen als een jongensboek. Zo was zijn geschreven programmatoelichting doortrokken van anekdotes en wetenswaardigheden. Knap hoe Van Nevel daarin een wereld voortovert die zo op de onze lijkt, maar die tegelijkertijd de grandeur van een sprookjesachtig verleden ademt.

Dat Van Nevel daarbij zijn informatiebronnen niet altijd even zorgvuldig kiest, is hem vergeven: als musicus is hij op dit gebied immers ongeëve naard. Het berustende leed van Richafort, het sonore fond van Carpentras en de heldere kleuren van Palestrina klonken oorstrelend onder Van Nevel en het Kamerkoor. Indrukwekkend was de hoge tenor van Marcel Beekman, die als uitkomende stem af en toe opsteeg, een stromende melodie liet horen en vervolgens naadloos de kleur aannam van zijn medezangers.

,,Luisteraar, sluit uw ogen. U bevindt zich nu op een ongemakkelijke bank in de Sixtijnse Kapel'', zo meldde Van Nevel retorisch in zijn toelichtende tekst. En verhip: de ingetogen uitvoering van het Kamerkoor voerde je pardoes mee naar de gewijde atmosfeer van de Sixtijnse Kapel. Je waande je even paus in Nederland.

mailIcon print |