*

 

'De Metsiers' te theatraal

Hanny Alkema − 09/11/02, 00:00

opinie Aan elkaar geklonken golfplaten hangen als een baldakijn boven de toneelvloer. Daaronder als blikvanger een grote werktafel, die door zijn robuuste vorm eerder vreeswekkende associaties oproept met een hakblok of offertafel dan met een alledaags keukenaanrecht. Eromheen staan alle mogelijke stoelen, een ijzeren ledikant, keukengerei, werktuigen. Hoe meer naar achteren, hoe rommeliger en donkerder het oogt.

ZT Hollandia speelt 'De Metsiers', naar de gelijknamige debuutroman (1950) van Hugo Claus (1929), en de ambiance van decorontwerper Leo de Nijs treft mooi de sfeer van een ouderwets bedompte boerenhoeve waar primitieve driften schuilen voor de realiteit en het wrekende oog van de kerk. De handeling speelt kort na de oorlog, als de bevrijders nog op het Vlaamse platteland zijn gelegerd. Op de hoeve vormen de Metsiers, uitgestoten door de dorpsgemeenschap, een heel eigen wereldje vol verlangen en achterdocht. Ze houden elkaar continu in de gaten. Toch kan knecht Jules, oud-minnaar van de Moeder, stiekem met haar zoon Bennie dronken worden in het café van Franse Miet. Toch is dochter Ana zwanger van een naburige boer. En smeult intussen een innige liefdesrelatie tussen Ana en haar zwakzinnige halfbroertje Bennie.

In zijn enscenering heeft Johan Simons de oorspronkelijke vertelstructuur aangehouden. Elk hoofdstuk wordt verteld vanuit de gedachtenstroom van een van de zes personages. Op toneel zie je hoe degene die praat door de anderen wordt beloerd. Vooral de Moeder, pontificaal midden op het toneel, begluurt met name minnaar Mon (en vader van Bennie) vol venijn. Filmische overgangen tussen de scènes bieden tegenwicht aan een al te heftig naturalisme, soms ook binnen een scène, wat voor geestige contrasten zorgt. Heeft Mon het over haar zo goed gekende lijf, komt Moeder even naar voren gestapt, trots haar jurk glad trekkend. Wanneer Ana zich door een net gretig aangehaalde Amerikaanse soldaat rum laat voeren, pakt de Moeder tussendoor dezelfde fles om de wonden van een bebloede Bennie te ontsmetten.

Bennie ligt dan op tafel. Vlak daarvoor hing hij er nog, bloedend en met gespreid gebonden handen, als een martelaar onder; terwijl eerder Ana er hardhandig op wordt geduwd tijdens de voorbereidselen voor een abortus. Beelden vol symboliek. Over kwetsbaarheid die geslachtofferd wordt. Maar wat de adem is van Claus' roman, blijft hier uiterlijk vertoon. Je ziet het, maar je voelt het niet. Bang voor een al te anekdotische of psychologische benadering is gekozen voor theatraliteit. De schuldeloze schoonheid van Bennies onbevangenheid, de zuiverheid van de liefde tussen hem en Ana, die zo haaks staan op de rauwe realiteit en daarom gekoesterd worden, verdrinken in een geëxalteerde speelstijl en enscenering.

Tederheid krijgt geen kans. Een intieme scène met Bennies hand op Ana's buik gaat teloor in een onstuimig uitgekreund orgasme van Ana. Hadewych Minis speelt haar als een van wellust en vitaliteit blakende boerenmeid die ver weg staat van Ana's tuberculeus broze hunkering naar puur geluk. En de Bennie van Aus Greidanus jr. is wel erg demonstratief debiel. Populaire song-intermezzi mogen een link leggen met het beginnende amerikanisme uit die tijd, maar overstemmen de onderhuidse broeierigheid bij de Metsiers. Het lijzige spel van Jeroen Willems als Mon stuurt daar wel op aan, maar verwijst tegelijk te nadrukkelijk naar de erfelijke band met diens achterlijke zoon. De enige die de ruimte tussen liefde en achterdocht met een amorele spanning weet te vullen is Frieda Pittoors. Haar vilein alerte blik, de stugge zinnelijkheid van haar hoekig bewegende lijf doen onder de schelle bazigheid van de Moeder een wurgende strijd tussen verleiding en afweer vermoeden. In de gortdroge snikken bij de dood van haar zoon voel je iets van het verdriet dat zij, net als de anderen, nauwelijks kan uiten. Gruwelijk.

mailIcon print |