recensie Ontdekken=vinden-wat-er-is: Amerika, losse letters, zwaartekracht, het kompas.
In China draaide al honderden jaren voor Christus een ijzeren visje in een schaal met water in de rondte. Dat moest bepalen hoe het huis of de tuin op een gunstige windstreek gebouwd kon worden, níet hoe een schip linea recta van A naar B moest zeilen. Zelfs in Griekenland zijn archaeologische sporen die wijzen op bekendheid met het aardmagnetisme, en ook daar voor cultisch gebruik. De Amerikaanse mathematicus Aczel, zoon van een kapitein, verhaalt over de geschiedenis van het kompas als een queeste die gaandeweg het hogere steeds verder loslaat. De krachten die op het metaal inwerken worden in de elfde of twaalfde eeuw eindelijk niet meer verstaan als aanwijzingen van het lot, maar als richtingwijzers over de hoge zee. Dan hebben Italiaanse zeevaarders het Chinese visjes getemd, en als simpele naald in een kastje gestopt. Eerst waren kust, loodlijn en sterren de belangrijkste gidsen van de zeeman, maar nu gaf de windroos de te volgen richting aan. Zeelieden waren niet afhankelijk van een wolkenloze hemel. ('Compasso', trouwens, was aanvankelijk de aanduiding voor de kaarten en vaarregels op de Middellandse Zee.)
Achter staaltjes van technisch vernuft gingen zakelijke wedijver en winstbejag schuil, en Aczel vertelt met smaak hoe de de Venetianen en de Genuezen elkaar vliegen probeerden af te vangen bij hun strijd om de voordeligste lading en de snelste reis. Dan doemen de ontzagwekkende figuren van Columbus, Vasco da Gama en Magelhaes op, die varend op het trillende naaldje de wereld openlegden. Iets magisch houdt het kompas tot op vandaag, zoals padvinders en zeeverkenners weten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.