recensie Vanavond begint in het Amsterdamse muziekcentrum AMP voor het tweede achtereenvolgende jaar een jazz-elfdaagse, ditmaal georganiseerd rondom het vijftigjarig muzikantenjubileum van drummer John Engels. Althans, volgens het persbericht. Niets van waar, dat is pas in 2003, laat een enigszins verontwaardigde Engels weten, als ik hem in zijn woning in Amsterdam-Oost opzoek. De aanleiding mag dan niet kloppen, het lijkt niettemin op zijn plaats de zesenzestigjarige Amsterdammer -een van Nederlands meest tot de verbeelding sprekende jazzdrummers- in de schijnwerpers te plaatsen.
De woning hangt vol met foto's van zijn jazzhelden, waaronder natuurlijk veel drummers: Mel Lewis, Max Roach en zijn vader, John Engels senior. Engels werd vlak voor de oorlog in 1935 geboren in een familie van drummers. ,,We zijn genetisch slachtoffer van de Engelse ziekte'', grapt hij. ,,Het was armoe alom en mijn vader wilde beslist niet dat ik net als hij de muziek inging, ik moest maar een vak leren. Hij wilde me ook geen les geven, het was mijn drummende oom die me op weg hielp.''
Eind jaren vijftig maakte Engels furore met Diamond Five, tussen 1957 en 1961 het vaste huiscombo van de vermaarde Amsterdamse jazzclub Sheherazade, waar ze tevens eigenaar van waren. ,,Alle Amerikaanse jazzgiganten die in die dagen Amsterdam aandeden kwamen binnen en speelden met ons: Stan Getz, Zoot Sims, noem maar op -hoe kun je het vak beter leren? Ook musici die 's avonds in het Concertgebouw speelden, kwamen 's nachts bij ons langs om eens flink te jammen.''
Pontificaal aan de wand van Engels' woonkamer prijkt een foto van Chet Baker. Engels begeleidde hem tijdens de legendarische Japan-sessies. ,,Hij was toen helemaal clean en had een perfecte embouchure. Nog steeds gelden die opnamen als zijn beste, maar ik heb er nooit enige royalties van gezien.'' Engels is er dan ook helemaal het type niet naar zich met dat soort 'trivialiteiten' bezig te houden, hij is op de eerste plaats drummer en leeft voor de muziek.
Omringd door tal van rondslingerende bekkens -,,Ik ben altijd op zoek naar klankkleuren''- staat in de als repetitiestudio ingerichte kelder het oefendrumstel; de opstelling verraadt Engels linkshandigheid. ,,Ik wilde naar het conservatorium maar daar moest ik rechtshandig leren spelen. Dat vertikte ik en besloot de praktijk als leerschool te nemen.''
Aan spreekwoordelijke dwangbuizen heeft Engels dan ook een broertje dood. ,,Ik wil mijn terrein verbreden, experimenteren, vrijheid zoeken.'' Zo speelde hij met uiteenlopende namen als Mary Lou Williams (zijn eerste professionele optreden), Wynton Marsalis, Theo Loevendie, Louis van Dijk (gouden plaat hangt aan de muur) en de bigband van Boy Edgar. Enorme praktijkervaring maakte Engels tot een veelzijdig drummer. Dit leverde hem onder meer de Bird Award op: ,,Hij past binnen vele stijlen en entourages en is de perfecte begeleider voor zowel Nederlandse als Amerikaanse jazzmusici'', aldus de jury.
Vrijheid en veelzijdigheid kan voor Engels alleen bestaan uit het intuïtief aanvoelen van een muzikale structuur. ,,Pas als je er niet te veel meer over hoeft na te denken gaat de muziek zijn werk doen. Tijdens het drummen kom ik als het ware in een ander bewustzijn terecht. Na afloop van een concert weet ik ook echt niet meer hoe lang ik heb gespeeld. Pauzes vind ik verschrikkelijk, swingen, daar gaat het om.''
Typisch voor Engels is zijn melodische manier van drummen. ,,Als ik op het conservatorium workshops geef, zeg ik altijd: 'Speel maar eens een liedje'. 'Een liedje?', hoor je ze dan denken, 'dat kan toch niet op een drumstel?''' Engels, die het liefst door middel van muziek zijn verhaal vertelt, schuift achter zijn kit en bewijst het tegendeel. Talrijke melodieën klinken op uit zijn opvallend laag gestemde drums. ,,Ik houd van een diepe klank. Mijn drums moeten 'jungelen', ik wil ze voelen.'' Schaterlachend: ,,You've got to fuck your instrument!''
De 'Engelse ziekte' bracht de eigenzinnige drummer over de hele wereld en er zijn maar weinig giganten waarmee hij niet het podium deelde. Ondanks alles blijft Engels verknocht aan zijn Amsterdamse thuisbasis en is hij nooit te beroerd een sessie mee te spelen in kleinere jazzclubs als het AMP. ,,New York is nog steeds het Mekka, wat daar allemaal samenkomt..., crimineel, zo goed als die vogels spelen, echt hoge school! Maar of ik nu naar een wereldberoemde jazzartiest luister of een Amsterdams jongetje van tien een roffel hoor weggeven, in beide gevallen kan ik intens genieten.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.