recensie AMSTERDAM - Met een liedrecital in de kleine zaal van het Concertgebouw eindigde zondag het festival 'Een weekend met Emanuel Ax'. Ax achter de vleugel en sopraan Juliane Banse ervoor lieten horen hoe Richard Strauss en Claude Debussy elk op eigen wijze inhoud gaven aan de liedkunst van het fin-de-siècle.
Strauss en Debussy zetten in hun liederen zowel de stem als de pianobegeleiding in om stemmingen en beelden over te dragen. 'Begeleiding' is trouwens een volkomen misplaatste term bij deze componisten: zang en piano zijn gelijkwaardig. Dat geldt ook voor de jonge, maar alom bejubelde Juliane Banse en de door de wol geverfde Ax.
Banse heeft een krachtige, dramatische sopraan, die zij fraai weet te kleuren. Ze kon het gemakkelijk opnemen tegen de vleugel met open klep. Alleen in Strauss' woeste 'Winternacht' werd zij overspeeld door Ax; verder was de balans prima, ook in het gepassioneerde, wervelende 'Cücilie' van Strauss.
Juliane Banse behoudt ook in de hoogste registers fortissimo een aangenaam, rond geluid. Dat zij in de hoogte ook prachtig pianissimo zingt, spreekt voor zich bij iemand van dit kaliber, net zo goed als dictie en zuiverheid geen moment in het geding kwamen.
Van grote schoonheid waren de intieme liederen van Strauss, zoals 'Morgen' en 'Leises Lied'. 'Stündchen' en 'Wiegenlied' zijn voor de pianist Strauss' twee beruchtste liederen. Ax sloeg zich goed door de glibberige pianopartijen heen, al leek hij met het zweet in de handen te spelen. Verwonderlijk is dat niet, na de hoeveelheid repertoire die hij in zijn weekendje in vier concerten heeft gebracht.
Dat zoiets zelfs voor Ax eigenlijk niet te doen is, bleek in zijn solo-optreden, het eerste boek 'Images' van Debussy, dat een intermezzo vormde in het liedrecital. In 'Reflets dans l'eau' verstoorden enkele uitschieters in de aanslag het klankbeeld van spiegelend water. Het derde deel, 'Mouvement' klonk juist te waterig, met iets te veel pedaal en te weinig kittig vingerspel.
Op Ax' pianospel in Debussy's liederencycli 'Ariettes oubliées' en 'Fêtes galantes' was niets aan te merken. Het klonk volstrekt natuurlijk, wat in deze pianistische zeer geraffineerde en bijzonder lastige partijen beslist niet vanzelfsprekend is. Banse zong deze moeilijke liederen schijnbaar moeiteloos, in alles gericht op expressie, sfeer en atmosfeer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.