*

 

Haar couscous verandert de bruut in een sul

Elma Drayer − 30/03/02, 00:00

recensie De eerste vertelling is meteen de beste. Een vijftienjarige bruid, uitgehuwelijkt aan de beste vriend van haar vader, ligt geduldig op bed. Nog even, en het bebloede laken kan trots aan de familie getoond. Alleen, Nourilaila is een jaar eerder al verkracht door haar verloofde. En dus kerft hij nu met een mes in haar dijbeen. Een snerpende gil klinkt, de eer van de familie is gered.

Ademloos lees je het vervolg: de hufterigheid van de man, de peilloze eenzaamheid van de vrouw. Nourilaila verdraagt de overspeligheid van haar echtgenoot blijmoedig -valt hij haar tenminste niet lastig- totdat hij écht verliefd wordt. ,,Hij kon het zich niet veroorloven met twee vrouwen getrouwd te zijn. Hij zou haar wegsturen, terug naar haar ouders! De schande!' In haar wanhoop zoekt Nourilaila toevlucht tot een geheimzinnige vrouw, van wie ze een couscousmengsel krijgt. Het gerecht maakt haar ontrouwe, brute echtgenoot voorgoed tot een suffe, willoze man.

Naima El Bezaz (1974) debuteerde zeven jaar geleden met 'De weg naar het noorden', over een Marokkaanse illegaal in het Westen. Ze was destijds een van de eerste, alom omarmde tweede-generatie-allochtonen die tot de gevestigde uitgeverijen doordrongen. In 'Minnares van de duivel' geen spoor van allochtonenproblematiek. Dat getuigt op z'n minst van een prettige eigenzinnigheid. El Bezaz' tweede boek speelt van begin tot einde in Marokko, en gaat over djinns, kwade geesten die de zwarte magie beheersen. Volgens de Koran beland je in de hel als je je met hen inlaat.

De uitgever rept van een roman, maar dat is werkelijk te veel gezegd. Het zijn zeven losstaande vertellingen waarin één personage, Lalla Rebha, meermalen opduikt. Deze oude vrouw is als meisje in handen gevallen van de djinn Farzi. Daarom kan 'de minnares van de duivel' nu toveren.

,,Iedereen wist hoe groot haar kracht was. Nooit had ze iemand teleurgesteld: alles kon ze bewerkstelligen. Ze voorspelde de toekomst, bracht stellen bijeen of dreef ze uit elkaar, al naar gelang de wensen van haar opdrachtgever. Ze had vrouwen van overspelige echtgenoten verlost, ondernemers van concurrenten. Lalla Rebha draaide haar hand nergens voor om.'

Zo is er een brave imam die zich door Lalla Rebha laat wijsmaken dat zijn echtgenote hem met een schaar zal vermoorden. Zijn vrouw heeft van haar alleen de opdracht gekregen een stuk van zijn baard af te knippen. Natuurlijk eindigt het in een bloedbad, en Satan lacht in zijn vuistje. Een eeuwenoud motief in een exotisch jasje.

Op dreef is El Bezaz als ze Duizend-en-één-nacht verbindt met personages van vlees en bloed. Dan weet ze -het openingsverhaal is er een mooi voorbeeld van- spanning op te roepen. De vertellingen die die combinatie ontberen, blijven sprookjes: onderhoudend voor de liefhebber, maar nogal eentonig voor wie niet opgewonden raakt van zwarte magie.

mailIcon print |