recensie ,,Hij had een blik op ze geworpen.' ,,Casper sloeg de tuin gade, nog suffig van de roes.',,Ymke keek met welgevallen naar hem.',,Haar lippen waren nog gewillig.',,Ze hield van gelakte nagels, was er vanmorgen niet aan toegekomen.',,Je begrijpt, ik wil niet dat Lucas ongelukkig is. Hij verdient mijn respect.' ,,Zij stond naast hem, had haar beide armen om zijn nek geslagen, kuste zijn hals, meende dat alles was toegestaan.'
Dit zijn maar een paar van de vele duizenden zinnen, waaruit 'Engelen van het duister' bestaat, de nieuwe kloeke roman van Jan Siebelink. Op al deze zinnen is wel iets aan te merken, ze zijn niet fout, maar ook niet erg goed, ze missen een persoonlijke toon, soms lees je vlakke schrijftaal, soms lijk je wel beland in een boek van Leni Saris. ,,Ze wreef over zijn rug, teder bedoeld, maar haar gebaren waren hoekig.' Gebaren? ,,Ze bleef eten. Het was al zo gewoon dat ze er was. Zo vertrouwd.' Er is iets aan de manier van vertellen, dat van meet af aan stoort: het uitleggerige, redundant beschrijverige, de houterige dialogen, allemaal in hetzelfde register.
Siebelink is een schrijver met een lange staat van dienst. Op een zeker moment, met de roman 'De herfst zal schitterend zijn', heeft hij het roer omgegooid en is hij in vrij korte zinnen psychologisch bedoelde verhalen gaan schrijven, waarin het realisme overheerst. Zijn beste boek lijkt mij 'De overkant van de rivier', een duidelijk autobiografische roman, die met een enorme inzet is geschreven. Zodra Siebelink, om het even eenvoudig te zeggen, het gaat hebben over zijn vader, diens sektarisch protestantisme, de bloemkwekerij in Velp, heel dit complex van zijn jeugd, is hij op zijn best. Verlaat hij deze grondstof, dan klinkt zijn taal meteen minder gemotiveerd en is hij alleen nog de vakman, die min of meer plichtmatig het schrijfwerk verricht.
Hoewel 'Engelen van het duister' wel aanschurkt tegen dit autobiografische complex -de vader, de moeder, de tuin, ze komen er naast andere Velpse, Arnhemse, Edese en Haagse locaties in voor- richt het boek zich toch vooral op de verhouding tussen twee broers, de oudere Lucas en de jongere Casper Alteveer, en de mooie Ymke. Om aan deze driehoek wat meer context te geven, heeft Siebelink er een flink aantal medespelers omheen gezet: buren, een pittoreske man die van windhondenraces houdt, een ober, tijdelijke vriendinnen van beide broers, een Amsterdamse uitgever die in werkelijkheid Johan Polak heet, talloze hoeren en dames die tegen betaling graag met Casper naar bed willen.
Maar de belangrijkste toevoeging aan het drietal is Gabrielle, de dochter naar het schijnt van Lucas en zijn vrouw Ymke, maar in werkelijkheid, dat weet de lezer al meteen zeker, de dochter van Casper en Ymke. Hier zou een verhandeling op zijn plaats zijn over het verschil tussen beide broers, de brave Lucas en de cynische Casper, hun beider omgang met de seksualiteit en de vrouw, maar ik laat het maar bij de vaststelling dat Ymke haar man op een nacht cruciaal heeft bedrogen met Casper. Het begon allemaal in de Rijnbar, een dikwijls gefrequenteerde Arnhemse gelegenheid in dit boek, waar ze onder het aanvankelijk toeziend oog van Lucas aan het dansen sloegen en zich totaal in elkaar verloren. Deze centrale gebeurtenis, die de geboorte van Gabriëlle tot gevolg had, domineert alles wat er in dit boek gebeurt.
Hoererij vormt een belangrijk motief. Casper is gedurende enige tijd gigolo en later, als hij zich door zijn onbeantwoorde liefde voor Ymke niet aan enige vrouw kan binden, bezoekt hij met regelmaat hoeren in Den Haag. De hele commotie rond illegale hoeren is ook nog door de geen straatrumoer schuwende Siebelink ingelast. Ook Lucas, die kennelijk wel doorheeft dat zijn dochter zijn dochter niet is, ontwikkelt een speciale vormen van perversie, ter compensatie van zijn minderwaardigheidsgevoelens: hij wordt zelfs een tijdje in het geheim pooier, een spectaculaire ontwikkeling voor deze volstrekt oninteressante man. Het is alles bijeen genomen een breed opgezette structuur, deze roman, die toewerkt naar een tragische ontknoping. Eerst moet er nog een huis in vlammen opgaan, iemand doodgaan, men moet diep zinken, vernederd worden, vallen en dan blijkt iedereen behoorlijk op tilt te zijn geslagen. Vooral Gabriëlle is uiteindelijk het slachtoffer.
Het heeft geen enkele zin in detail te treden, want Siebelink zet elke stap in dit proces zo uitgesmeerd op het papier, dat er gedurende de lezing van dit dikke boek een schreeuwende behoefte, althans bij deze lezer, ontstaat aan verdichting, verbeelding, raadselachtigheid, suggestie. Siebelink schrijft alles uit, hij herhaalt al herhaaldelijk vermelde overwegingen, het lijkt erop dat hij geen enkel vertrouwen heeft in het geheugen van zijn publiek. Vandaar dat de roman, niet alleen vanwege de stijl waarover ik begon, maar ook vanwege de veel te mollige compositie, een moeizaam geval moet heten, al zullen misschien anderen hem heel 'leesbaar' vinden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.