*

 

De soep in de Kaspische zee is nog niet toereikend

T. van Deel − 09/11/02, 00:00

recensie Hoewel de literaire wederkomst van J.M.A.Biesheuvel kwantitatief niet veel voorstelt, vijftig bladzijden, overheerst na lezing het opgeluchte gevoel dat gelukkig deze onverwisselbare stem weer klinkt.

Wie anders dan hij durft zijn verhalenbundel een ononthoudbare titel te geven als 'Oude geschiedenis van Pa die leefde als een dier want hij schaamde zich nergens voor en hij was erg practisch', een titel die in zijn eigenaardige samengesteldheid al de kern van Biesheuvels stijl vertoont. Zijn zinnen kunnen zonder veel moeite begrepen worden, maar hebben toch een tik van de molen gekregen, zeker in hun opeenvolging. Een Biesheuvel-verhaal is nooit voorspelbaar, het gaat een eigen gang en kan in klein bestek fantastische wendingen nemen.

Wat er dan tevoorschijn komt, kan het best geïllustreerd worden met de 'Zeven kleine invallen', strikt genomen geen verhaal, maar een reeksje rare invallen, zoals: ,,Hoewel de hoeveelheid soep in de Kaspische Zee op dit moment niet toereikend is om ook nog de maag van iedere Braziliaan van voorspijs te voorzien, vormen wij wereldbewoners tóch een grote familie.'' Biesheuvel vertrouwt gedachtenkronkels aan het papier toe die buiten de orde liggen, een gekwelde ziel representeren en toch buitengewoon vermakelijk zijn.

Het kleinste verhaal is 'Da nobis panem quotidianum hodie': ,,Hij ging uit om de dagelijkse kost voor hemzelf, vrouw en kinderen te vangen. Het kostte hem érg veel moeite maar eindelijk schoot hij zijn prooi. Bezweet gaf hij die aan zijn vrouw. 'Maar het is een brood', zei ze. 'Ja', zei hij, 'en je hoeft er niets meer aan te doen, het is al gebákken!' ''

Het grootste verhaal dateert uit 1979 en heet 'Angst'. Het is een originele bespreking van Vestdijks studie 'Het wezen van de angst' en legt Biesheuvels ongerichte angstaanvallen bloot op een indrukwekkende, beheerst chaotische manier. In zekere zin heeft alles wat hij schrijft in laatste instantie met angst te maken, maar deze tekst, waarin een angstaanval tijdens een signeersessie heel precies beschreven en geanalyseerd wordt, staat in het centrum van Biesheuvels werk.

De dood is alomtegenwoordig. Een mot, door het onachtzaam open gelaten raam gevlogen tegen een gloeiend lampepeertje, doet de schrijver verzuchten: ,,God, laat mij nu dan maar rustig sterven.'' Het laatste verhaaltje, het titelverhaal, eindigt met de woorden 'Dank voor uw aandacht, Maarten Biesheuvel'. Dat klinkt als een afscheid, maar ik hoop vurig dat dit bundeltje de opmaat is van een nieuw begin.

mailIcon print |