recensie DEN HAAG - In april van het magische Bachjaar 2000 dirigeerde Jaap van Zweden zijn eerste 'Matthüus-Passion' in Den Haag. Met het Residentie Orkest -waar hij een paar maanden later chef-dirigent zou worden- en het Residentie Bachkoor legde hij toen een veelbelovend fundament voor een door hem gewenste passie-traditie in de hofstad.
Afgelopen witte donderdag viel de tweede kennismaking met Van Zwedens 'Matthüus' echter geenszins mee: een interpretatie die nog steeds in de steigers stond en in veel opzichten minder interessant was dan twee jaar terug.
Destijds verklaarde Van Zweden in een interview in Trouw: ,,Hoe minder ego op de bok, hoe beter.'' Gehoord de nogal onevenwichtige uitvoering van donderdag zou je juist wat meer ego op de bok wensen. Ook Nikolaus Harnoncourt, onder wiens leiding Van Zweden als violist menige 'Matthüus' speelde, kon zijn Bach-visie niet zonder ego en vastberadenheid bij het Concertgebouworkest verdedigen.
Van Zweden wil in navolging van Harnoncourt een strijkersklank zonder vibrato, maar hij weet zijn wens vooralsnog niet dwingend op te leggen. Zo speelde concertmeester Jaring Walta de begeleiding van de aria 'Erbarme dich' alsof hij een romantische Paganini te lijf ging. Kennelijk durfde violist Van Zweden uit respect niet te veel in te grijpen in het spel van Walta.
Het andere uiterste viel te horen in de begeleiding van de bas-aria 'Gerne will ich mich bequemen' waar het beoogde vibratoloze spel van de violen in orkest II uitmondde in een uitermate wankele klank.
Vreemde tegenstellingen derhalve die er twee jaar terug veel minder waren. Sommige tempokeuzes van Van Zweden pakten ongelukkig uit zoals de veel te snel genomen aria 'Mache dich mein Herze rein'. Daardoor verdween de sierlijkheid in het doorgeven van motieven tussen de eerste en tweede violen en kwam de verder uitstekend zingende Martijn Sanders in fraseringsproblemen.
Vaak liet Van Zweden de pauzes tussen verschillende nummers te lang duren en dat kwam de concentratie niet ten goede. Op andere plaatsen wist Van Zweden overtuigende details aan te brengen zoals verrassende dynamische contrasten in de koralen en onverwachte instrumentale accenten.
Sopraan Nienke Oostenrijk en tenor Marcel Reijans waren er twee jaar terug ook al bij. Oostenrijks kleine stem was het best in 'Aus Liebe', al klonk het geheel wel wat te prozaïsch. Reijans had zijn dag niet en schampte een paar keer langs de hoge noten in zijn partij. Margriet van Reisen maakte indruk in 'Sehet, Jesus hat die Hand', maar niet in 'Erbarme dich'.
Het best trof Van Zweden het met zijn evangelist Ludwig van Gijsegem (alert, venijnig, ontroerend) en met de Jezus van Hubert Claessens. In de herinnering was het Residentie Bachkoor twee jaar terug een stuk beter in vorm, al moet gezegd worden dat sommige delen heel professioneel klonken. Al met al wist Van Zweden de goede indruk van zijn eerste 'Matthüus' niet te bestendigen; eerder was het tegendeel het geval.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.