*

 

Adenauer voorzag de val van de Muur

WIM SLAGTER − 25/10/96, 00:00

recensie Frits Boterman en Willem Melching: De Duitse Phoenix. De geschiedenis van Duitsland in de twintigste eeuw. Bert Bakker, Amsterdam; 336 blz. - ¿ 39,90.

Omwentelingen, catastrofes en herstel vormen de rode draad in het boek van Frits Boterman en Willem Melching. Diverse keren in deze eeuw zijn er voor Duitsland dergelijke mijlpalen aan te wijzen: de 'halve revolutie' (een mooie omschrijving!) van 1918/19, het faillissement van 'Weimar' en de machtsovername door Hitler in 1933, 'Stunde Null' (1945), de Duitse deling (1949) en ten slotte 'de Wende' van 1989. Zelden zal een natie in korte tijd zoveel hebben meegemaakt, zodat de prestatie van de beide Amsterdamse historici om deze veelbewogen geschiedenis in ruim driehonderd pagina's samen te vatten, dan ook niet mag worden onderschat.

In tegenstelling tot de gelijktijdig verschenen 'Kleine deutsche Geschichte' van de Berlijnse hoogleraar Hagen Schulze blinkt het werk van Boterman en Melching uit door een grote mate van evenwichtigheid, speciaal waar het het doorgeven van verschillende interpretaties van gebeurtenissen betreft. Waar bijvoorbeeld Schulze zijn waardering voor het optreden van Friedrich Ebert in de woelige dagen van 1918/19 nogal eenzijdig motiveert, vestigt zijn Nederlandse confrater Boterman - die in 'De Duitse Phoenix' de periode tot 1945 beschrijft - terecht de aandacht op de andere keuzes die door Ebert konden worden gemaakt. Ook bij andere gelegenheden wijzen Boterman en Melching op de vaak contraire opvattingen die onder historici leven ('Volgens historicus X.', 'terwijl Y. van mening is. . .'), daarmee een oordeel niet zelden aan de lezer overlatend.

Daarmee is niet gezegd dat de beide Nederlandse auteurs geen eigen standpunten innemen. Melching, die het na-oorlogse tijdperk behandelt, laat er geen twijfel over bestaan dat Konrad Adenauer in de eerste jaren van de Bondsrepubliek de juiste man was op de juiste plaats. Diens buitenlandse politiek was er een van charmante eenvoud: alleen door een nadrukkelijke keuze voor het westen kon een 'Einkreisung' - Duitsland als een omsingelde Midden-Europese staat - worden voorkomen. Daarom ook moest ten opzichte van het Oostblok een Politiek van de Sterken worden gevolgd. Dat daarbij een hereniging met het door de Sovjet-Unie bezette deel van Duitsland op de lange baan werd geschoven, deerde Adenauer nauwelijks. Het communisme, zo was zijn inschatting, zou op den duur aan eigen zwakte ten onder gaan, waarna de eenwording 'als vanzelf' zou kunnen plaatsvinden.

Tegelijkertijd is Melching niet blind voor fouten van 'der Alte': de uiteindelijk onhoudbaar gebleken 'Hallstein-doctrine', de ambivalente houding tot de Amerikanen en de mislukte presidentskandidatuur van 1959 acht hij niet de sterkste momenten van Adenauer.

Ook Willy Brandt en de huidige regeringsleider Kohl krijgen van Melching een hoog waarderingscijfer: Brandts Ostpolitik zorgde voor een belangrijke doorbraak in het Oost-West-conflict, terwijl door Kohls doortastendheid het Duitse eenwordingsproces, ondanks de bezwaren van Margaret Thatcher en Ruud Lubbers, snel werd voltooid.

Na een (te) summiere beschrijving van de Eerste Wereldoorlog stijgt Boterman naar grote hoogten in de paragrafen over het Derde Rijk en het nationaal-socialisme. Dat “de nazi-partij een januskopachtige beweging (was), die deels voortbouwde op oude tradities en deels bewust afbrak en die tegelijkertijd nieuwe twintigste-eeuwse elementen verder ontwikkelde” is een treffende typering, die door de auteur in het verdere verloop ook met voorbeelden wordt toegelicht. De opvattingen over de 'aard' van het Derde Rijk - eenmansdictatuur of polycratie - verenigt Boterman tot een symbiose, waarin de met elkaar wedijverende partijbonzen steeds meer ondergeschikt aan de Führer, de verbindende schakel in de staat, werden gemaakt.

De 'Endlösung der Judenfrage' wordt overtuigend geschetst, waarbij Boterman inzichtelijk maakt, dat het 'oplossen' van dat 'vraagstuk' bij Hitler een ontwikkeling doormaakte (mede door interventies van Himmler en Goebbels), die onder meer inhield dat 'Endlösung' en 'Lebensraum' een andere dimensie kregen.

Ofschoon in een overzichtswerk vaak met het schetsen van de grote lijnen moet worden volstaan, is er in 'De Duitse Phoenix' - meer nog bij Melching dan bij Boterman - voldoende aandacht voor historisch detail, waardoor het een uiterst leesbaar verhaal is geworden. De verwijzing naar SPD-leider Schumacher die uit de Bondsdag werd verwijderd, nadat hij Adenauer als 'Kanzler der Alliierten' had betiteld, is dan ook niet zomaar een anekdote, maar zegt veel over de gespannen verhoudingen van dat moment.

Melching zit er overigens ook wel eens naast - 'Deutschland, einig Vaterland' is níet een regel uit het Bondsrepublikeinse volkslied, maar juist uit de voormalige DDR-hymne en de Pfülzer Helmut Kohl een Rijnlandse tongval toedichten lijkt iets te veel gevraagd voor dit toch al niet om zijn talenknobbel bekendstaande zwaargewicht uit Oggersheim -, maar dat doet aan de waardering voor dergelijke mededelingen niets af. Zéker niet na een fraaie openingszin als: “De geschiedenis van de DDR begon en eindigde met de komst van een vliegtuig uit Moskou.”

Ernstiger is evenwel een aantal feitelijke omissies. Door een (onjuiste) parallel tussen beide wereldoorlogen en de daaropvolgende vredesbepalingen te trekken, vergelijkt Boterman in feite twee onvergelijkbare grootheden met elkaar. Ook het belang van de Marokko-crisis (1911), de draagwijdte van de Preussenschlag (1932) en de betekenis van Ludwig Erhard blijven onderbelicht, terwijl Adenauer al in de beginjaren van de Bondsrepubliek minder onomstreden was dan Melching doet vermoeden.

Ondanks deze detailkritiek is 'De Duitse Phoenix' mede door het uitgebreide zakenregister, een betrouwbare studie geworden die ook bij een aantal volgende, licht aangepaste drukken haar waarde nog generaties lang kan bewijzen.

mailIcon print |