*

 

Het levensverhaal van een moderne Scheherazade

CHARLES FORCEVILLE − 03/01/97, 00:00

recensie Margaret Atwood: Alias Grace. Vert. Gerda Baardman en Tjadine Stheeman. Bert Bakker, Amsterdam; 470 blz. - ¿ 39,90.

Voor haar nieuwe roman koos Atwood een historische figuur als hoofdpersoon. In 1843 werd de zestienjarige dienstmeid Grace Marks in een opzienbarend proces wegens medeplichtigheid aan moord ter dood veroordeeld. Samen met de knecht James Dermott zou ze in koelen bloede hun beider werkgever, Mr. Kinnear, gedood hebben, alsook de huishoudster Nancy Montgomery. Dermott wordt schuldig bevonden aan Mr. Kinnears dood en opgehangen. Het doodvonnis van Grace Marks, naar men aanneemt Dermotts minnares, wordt omgezet in levenslange gevangenisstraf.

Op basis van deze feiten, waarover de auteur zich blijkens een nawoord uitvoerig heeft gedocumenteerd, reconstrueert Atwood een versie van het leven van Grace. Omdat Grace zich altijd voorbeeldig gedraagt, mag ze bij de gevangenisdirecteur thuis huishoudelijk werk verrichten, waardoor ze zich enigszins kan onttrekken aan het wrede gevangenisregime.

Intussen heeft haar geval ook de aandacht getrokken van doktoren, die willen onderzoeken of Grace soms aan een geestesziekte lijdt. In het begin van de roman - het is dan 1859 - wordt Grace regelmatig bezocht door de jonge dokter Simon Jordan. Hij is door een groep burgers, begaan met Grace's lot, ingeschakeld om haar geestelijke toestand te onderzoeken, en zo mogelijk te bewijzen dat ze onschuldig is.

De roman is naar goed postmodern gebruik een combinatie van verschillende typen teksten. Zo begint elk hoofdstuk met enkele citaten, en het is niet toevallig dat deze deels afkomstig zijn uit historische bronnen (artikelen over het proces, brieven, persoonlijke verslagen), en deels uit de literatuur geplukt zijn: Tennyson, Browning, Brontë, Dickinson. Daarnaast zijn brieven van en aan Jordan opgenomen, en een ballade waarin de daden van Grace Marks bezongen worden.

Maar het leeuwendeel van het boek beslaat het levensverhaal van Grace zoals ze dat zelf vertelt in haar sessies met Jordan en in monologen die alleen de lezer te horen krijgt. Grace's eigen verhaal is ook verreweg het interessantste: pas als zij na ongeveer honderd pagina's begint te vertellen, krijgt de roman vaart.

In een nuchtere, soms aandoenlijke stijl verhaalt de door het lot gelouterde Grace hoe ze met haar ouders en acht broers en zusters door armoede en misdragingen van haar vader gedwongen werd uit Engeland te emigreren. Haar moeder bezweek tijdens de barre overtocht aan ziekte, en zij moest als oudste dochter in het nieuwe vaderland de kost gaan verdienen.

Tussen Grace Marks en Simon Jordan groeit een merkwaardige verhouding. Jordan brengt in het kader van zijn psychologische benadering regelmatig een vrucht mee, in de hoop zo Grace's onderdrukte herinneringen aan bepaald gebeurtenissen te stimuleren. Zijn belangstelling is in eerste instantie wetenschappelijk van aard. Grace hoopt op haar beurt vooral dat hij smakelijke vruchten meeneemt. Door haar monologen weet de lezer dat zij soms droomt; maar terwijl Jordan juist die dromen zou willen horen, houdt Grace daarover tegen hem haar mond - alsof ze aanvoelt dat hij uit die dromen meer informatie kan destilleren dan zij kwijt wil.

Maar onderhuids en onuitgesproken speelt er meer. Grace gaat uitzien naar de bezoekjes van de aantrekkelijke dokter, en weet dat Jordan zal blijven terugkomen zolang haar verhaal niet is afgelopen. Als een moderne Scheherazade zet ze haar vertelkunst in om de man te blijven boeien. Daarin slaagt ze goed, want Jordan raakt gefascineerd door de nog altijd mooie Grace en haar meeslepende wederwaardigheden.

Onwillekeurig vergelijkt hij haar met de nette dametjes aan wie zijn moeder hem wil koppelen, en met de hospita die hem - in een overigens wat dunne nevenplot - probeert in te palmen. In zijn hart moet hij toegeven dat de vergelijkingen niet in haar nadeel uitvallen.

Als Grace aangeland is bij het moment waarop ze bij Mr. Kinnear in dienst treedt, neemt de spanning toe. Weliswaar is de afloop bekend, maar de door Grace slim gedoseerde onthulling van de precieze omstandigheden, en vooral van haar eigen rol daarin, houdt de aandacht onverminderd vast.

Maar naarmate Grace's verhaal vordert, zaait Atwood twijfel. Hoe plausibel Grace's versie van de gebeurtenissen ook klinkt, er is alleen háár woord voor het gebeurde. De andere betrokkenen (Mr. Kinnear, Nancy, James Dermott) zijn immers dood.

Het naast elkaar zetten van motto's uit historische en literaire bronnen aan het begin van ieder hoofdstuk hint al subtiel

op een steeds prangender probleem: het is onmogelijk uit Grace's verhaal op te maken in welke mate zij realiteit en fantasie door elkaar weeft. Geen enkel verhaal kan immers aanspraak maken op een objectieve weergave van 'de feiten', en dat geldt zelfs voor verhalen die geacht worden onbevooroordeeld te zijn, zoals krantenartikelen en geschiedschrijvingen.

Zelfs de meest oprechte verteller kan niet anders dan de werkelijkheid een beetje verdraaien of versimpelen. Maar natuurlijk bestaat er ook nog de kans dat Grace helemaal niet zo'n oprechte verteller is, en gewoon staalhard haar levensgeschiedenis bij elkaar liegt.

'Alias Grace' werd in 1996 voor de Britse Bookerprijs genomineerd, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen Graham Swifts 'Last Orders'. Dat vind ik terecht. Swifts boek is werkelijk bijzonder en een hoogtepunt in zijn oeuvre, terwijl Atwood in haar roman geen oorspronkelijke technieken hanteert of ongewone thema's aansnijdt. De kwestie van de onmogelijkheid om 'de feiten' en vooral het verband daartussen objectief vast te stellen, en de construerende rol van verhalen daarin, is intussen een gemeenplaats geworden van contemporaine fictie.

Maar toch, Atwoods roman mag dan geen toonbeeld van originaliteit zijn, dit neemt niet weg dat 'Alias Grace' een uitstekend geschreven roman is die na de koude start heerlijk doorleest.

mailIcon print |