recensie Bij de meeste Publieksprijs-nominaties blijkt dat er een enorme kloof gaapt tussen hoe de literaire kritiek over een boek oordeelt en wat het publiek ervan vindt, gezien de verkoopcijfers. Verkoopcijfers vormen weliswaar geen oordeel, althans niet in woorden, wel in cijfers natuurlijk, maar cijfers zeggen niet veel over de kwaliteit van een boek.
Sommige schrijvers zijn in het culturele mediacircus zo spraakmakend geworden, dat eenvoudig alles wat uit hun handen komt klakkeloos de top-tien haalt. Bij dit proces speelt de literaire kritiek nauwelijks meer een rol van betekenis. De naam, de faam, de adverterende tam-tam, de Groente- of Zeeman, die eerder Dis heette, doen hun showwerk, met als gevolg dat het boek in stapels wordt geëtaleerd in obscene inloopwinkels die zich boekhandel noemen. De wereld wil bedrogen worden.
In heb de afgelopen tijd heel wat mensen, van diverse pluimage zeg ik er maar meteen bij, gesproken over 'Het Boek Van Violet En Dood' van Gerard Reve en niemand vond er wat aan, de meesten hadden het zelfs niet eens uitgelezen. Wel aangeschaft natuurlijk, want Reve geldt sinds de jaren zestig, toen hij na 'De Avonden' zijn beste werk schreef met 'Op Weg Naar Het Einde' en 'Nader Tot U' - het zal nu allemaal wel met hoofdletters moeten - als een van onze grootste schrijvers en in zekere zin is hij dat ook.
Maar hij behoort tot het soort grote schrijver dat zichzelf schaamteloos herhaalt en parodieert. Er is geen gênantere vertoning dan een schrijver die, in vol vertrouwen op 'zijn publiek', voor de zoveelste keer hetzelfde kunstje uitvoert, een clownsact die in feite verachting van het publiek impliceert.
In de literaire kritiek is 'Het Boek Van Violet En Dood' met gemengde gevoelens ontvangen. Er werd lang naar uitgekeken, want al in een heel vroeg stadium had Reve aangekondigd ooit eens, wanneer hij alles wat hij te zeggen had kon samenvatten in een één magistraal boek, dit boek der boeken te willen schrijven.
De verwachtingen waren ten slotte zo hoog gespannen, dat het misschien beter zou zijn geweest als Reve had afgezien van het gebruik van de zo beladen titel, al zou het boek daardoor niet beter of slechter zijn geworden. 'Het Boek Van Violet En Dood' is een parodie op de originele Reve, alle kunstjes van vroeger zien we hier in uitgesmeerde vorm terug, alle grapjes zijn eerder, en veel leuker, gemaakt, de taal is voorgevormd en doods.
Dit boek is niet geschreven, het lijkt overgeschreven. De meeste critici zeiden dit niet zo hardop, maar er was uit hun reactie toch op te maken dat er niets nieuws meer over Reve viel te beweren.
Max Pam, die in Hollands Maandblad de kritiek samenvatte, kwam tot de conclusie dat de roman kennelijk niets nieuws toevoegde aan de Reve zoals die al uit-en-te-na, bij herhaling, was besproken. Het enige opmerkelijke dat hij zelf had waargenomen in de roman was het ontbreken van aids in de wereld van Reve. De Meedogenloze Jongen in het boek sterft niet aan aids, wat heel goed gekund had, maar aan een banaal auto-ongeluk.
Reve is een humorist, altijd geweest, al in 'De Avonden'. Gaandeweg is zijn humor verstard en dat is het ergste wat humor kan overkomen. Liever had ik nooit in zijn werk een passage gelezen als deze uit het voor de Publieksprijs genomineerde boek, een van de vele publieksgerichte interrupties waar het boek onder lijdt:
“Welke jongen dan? Maar u bent toch niet achterlijk! U kunt toch wel onthouden wat ik u een pagina of tien, twintig tevoren verteld heb? Of bladert u zo maar een beetje, om de 'geile passages' te vinden? Overal alleen maar de krenten uit zoeken, is het niet? Ja, om aan die jongen zijn krent te voelen en diens even kuise als geheime opening te onteren! Jawel, ik heb natuurlijk in de eerste plaats u, Zeergeleerde riend, op het oog, maar spaar enige andere lezers evenmin, die ik gaarne een dreun voor hun kop van wat heb ik jou daar zoude verkopen. Neen, niet aan mijn trouwe lezeresjes, vaak ook moeders van kinderen, want een vrouw die doet zulke dingen niet.”
Dit is een karikatuur van het 'oudehoeren' waar Reve in zijn beste tijd het patent op had en waarop toen inderdaad, zoals hij het uitdrukte, Gods zegen rustte.
Ik kan me niet voorstellen dat iemand zijn hand voor dit proza in het vuur zou willen steken, maar besef tegelijkertijd dat de club van Reve-bewonderaars, die geen kwaad woord over hun held zullen spreken, groot moet zijn.
Het verzamelen van Reviana schijnt nog almaar toe te nemen, niet alleen eerste drukken zijn goud waard, ook een briefje, een Reve-documentje, een kroontjespen van de volksschrijver en wat al niet dat met hem in enigerlei verband staat, vinden gretig aftrek.
Intussen ligt de vrijwel complete Reve bij De Slegte, in de ramsj gegooid door zijn uitgever, want blijkbaar in te hoge oplagen gedrukt. Het verbaast me dan ook via de Publieksprijsnominatie te vernemen dat 'Het Boek Van Violet En Dood' tot de best verkochte romans behoort. Ik had die indruk in het geheel niet. Het bewijst weer eens dat indrukken op dit punt weinig betrouwbaar zijn en dat de markt zijn eigen wetten heeft, los van indrukken of literairkritische oordelen.
Om met Reve te spreken: “Begrijpt u wat ik bedoel? Ik hoop het maar. U mag mij altijd iets vragen als iets erg moeilijk is. Maar hoe eerder u dood bent hoe beter, vindt u zelf ook niet? Ik zorg wel voor een kerkhof en een blinde muur. U komt eerst maar eens kijken. Kunt u nog kijken, kijk dan mee. Mens erger je niet.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.