recensie Joke J. Hermsen: Het dameoffer. De Arbeiderspers, Amsterdam; 209 blz. - 34,90.
Moeder-dochterrelaties lijken zelden vrij van ambivalentie, al zullen ze niet altijd zo extreem zijn als uit de versregels spreekt die Ida Gerhardt ooit dichtte over haar gestorven, maar zelfs in de dood nog over haar heersende moeder: 'zij, die mij naar het leven stond/ in al mijn levens dagen./ En nu haar lichaam moet vergaan,/ nu is zij in mij opgestaan./ - Ik kan haar niet verslaan -'. Bondig vatte Gerhardt hun relatie samen in de laatste regel van 'Kinderherinnering': 'Moeder en kind: vijanden en bondgenoten beide.'
Deze woorden zouden niet misstaan als motto voor 'Het dameoffer', het romandebuut van Joke Hermsen (1961) over een minstens zo kwellende moeder-dochterrelatie. Hermsen, die romanistiek, letterkunde en filosofie studeerde, wist eerder de aandacht op zich te vestigen met haar proefschrift 'Nomadisch Narcisme: Sekse, liefde en kunst in het werk van Lou Andreas-Salomé, Belle van Zuylen en Ingeborg Bachmann' (1993) en de onder haar redactie verschenen bundel filosofische opstellen 'Het denken van de Ander' (1997).
Aan haar vlot geschreven debuut over dit fascinerende onderwerp is te merken dat zij dankbaar heeft kunnen putten uit haar ervaring als essayiste. In 'Het dameoffer' wordt een boeiende verhaallijn opgezet en de, wat afstandelijke stijl is uiterst verzorgd, soms neigend naar mooischrijverij. Helaas bederven al te lyrische ontboezemingen regelmatig het effect.
Minder geslaagd is ook het zwaar aangezette gebruik van symbolen. Bepaald negentiende-eeuws doet de nogal nadrukkelijk aanwezige weersymboliek aan, waar stortbuien en zonnestralen de gemoedstoestand van de personages weerspiegelen. Drama en pathos worden in elk geval niet vermeden in 'Het dameoffer' waar Det van Vliet, een studente medicijnen, zich rekenschap geeft van haar gecompliceerde verhouding met haar moeder, een ambitieuze historica. Deze Hannah, een blonde schoonheid met narcistische trekjes, rivaliseerde sterk met haar enige kind en evenbeeld, en houdt ook drie jaar nadat zij met Dets vader spoorloos verdween, haar dochter in een houdgreep.
Maar onverwacht leidt de crisis die het huwelijksaanzoek van haar vriend bij Det teweegbrengt, tot een bevrijding van die knellende band. Hermsen laat Det teruggetrokken in het zomerhuis van haar ouders in Frankrijk, nog eens de strijd aangaan met een moeder die fysiek al van het toneel verdwenen is. Het verslag van de nu eens nuchtere, dan weer hopeloos romantische Det draagt daardoor onwillekeurig het karakter van een 'In Memoriam Matris', waarin grote woorden als “Tweekoppig monster, elkaar bestrijdend, elkaar verleidend” niet geschuwd worden. Woorden, die ondanks hun theatraliteit de kern onthullen van het drama dat zich afspeelt tussen moeder en dochter die zich wel aan elkaar moeten spiegelen.
“Zou Oedipus soms niet mijn mythe zijn?”, vraagt Det zich dan ook niet zonder reden af aan het eind van de roman, om meteen daarop te besluiten dat dat wel zo is. Toch speelt vader Thomas, een afwezige kunstenaar, maar een uiterst bescheiden rol in 'Het dameoffer'. Dets verslag lijkt daardoor inderdaad niet in het teken te staan van 'Oedipus', maar van die andere mythe over de liefde van een kind voor de ouder van het andere geslacht en de strijd met de ouder van dezelfde sekse, het verhaal van Elektra. Elektra, de vrouw die zich bloedig wreekt op haar moeder Klytaimnestra voor de moord op Agamennon, haar vader. Vervuld van wrok kan Elektra niet anders dan de wel degelijk aanwezige liefde voor haar moeder onderdrukken.
Zoals de psychoanalytica Henrika Halberstadt-Freud opmerkte in haar intrigerende studie naar moeder-dochterrelaties 'Elektra versus Oedipus' (1997), moeten vrouwen vaak laveren tussen de Charybdis van de haat en de Scylla van de symbiotische illusie met hun moederimago. Een conflict waarvoor in 'Het dameoffer' een uitweg wordt gezocht in een symbolische moedermoord en een even symbolische verrijzenis.
Vóór die moedermoord plaats kan vinden moet Hannah eerst weer tot leven worden gewekt door haar dochter, die overigens vreemd genoeg weinig verdriet toont over haar vermiste ouders. Onwillekeurige herinneringen, opgeroepen door zintuiglijke prikkels zoals in de beroemde Madeleine-scène bij Marcel Proust, waar een stukje cake in de thee een verloren kinderwereld laat herleven, brengen cruciale belevenissen met Hannah terug in het bewustzijn van Det.
Deze emblematische geheugenplaatjes behoren tot de mooiste en authentiekst aandoende passages van 'Het dameoffer', waarin we Hannah zien met de afwisselend verliefde, gekwetste of van afkeer en schaamte vervulde blik van haar dochter. Maar Hannah leren we niet alleen kennen door de ogen van Det. Hermsen geeft haar ook een eigen stem, in de vorm van een onvoltooid manuscript dat Det vindt in haar bureau.
Deze wat belegen kunstgreep stelt Hermsen in staat om niet alleen Hannahs tweeslachtige natuur neer te zetten, maar ook de wat ridicule filosofieën van deze schaakliefhebster over relaties en het spelelement in de liefde. De confrontatie met dit 'testament' brengt Det voorbij de ambivalentie. Hannah is schaakmat gezet. Maar ondanks of juist dankzij dit feit is acceptatie eindelijk mogelijk.
Het is jammer dat na deze aanvaardbare katharsische ervaring, 'Het dameoffer' een kitscherig slot krijgt dat zwanger gaat van de symboliek. Dat Det na de bevrijding van haar innerlijke moederbeeld, haar eigen lusten en verlangens volgt, wordt de lezer hier wel erg duidelijk gedemonstreerd. Dit moet overgedaan worden, is het niet in een volgende roman die er zeker wel zal komen, gezien Hermens talent, dan graag in een essay. Want dat ze over dit onderwerp genoeg en boeiend te vertellen heeft is evident.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.