*

 

Iedereen heeft het altijd louter en alleen op de poen voorzien

WILLY WIELEK − 21/10/97, 00:00

recensie John Grisham is de koning van de legal thriller. In l99l begon zijn victorie met 'The Firm', en daarna ging het crescendo. Niemand weet zo spannend de rechtsgang te verthrilleren als hij, zegt men.

Daar ben ik het wel mee eens, maar zijn karakters zijn meestal zo plat als een dubbeltje en van zijn stijl moet hij het ook niet hebben. Adequaat, daar niet van, maar geen zinsnede of gedachte blijft je bij.

Een uitzondering vormt 'The Chamber'. Die gaat niet over slimmigheidjes en kronkels, maar over een moreel conflict van enigszins echte mensen. Een jonge advocaat hoort dat zijn grootvader al jarenlang in de dodencel zit wegens een abjecte Ku-Klux-Clanmoord en besluit hem te verdedigen, hoewel hij gruwt van zijn daden.

In de andere romans van Grisham heeft iedereen het altijd louter en alleen op de poen voorzien. Dat gaat me vervelen, hoe ingenieus de plots vaak ook zijn.

Dat met die poen en die plot geldt zeker voor 'De Partner'. Patrick Lanigan, een advocaat, heeft vanuit een boom met een verrekijker zijn eigen begrafenis begluurd. Hij is dus niet dood, hij nam de benen met negentig miljoen van zijn partners.

Na jaren spoort men hem in Brazilië op. Na uitvoerig te zijn gemarteld wordt hij door de FBI gered. Of gered.. naar Amerika overgebracht en van moord beschuldigd. Dan begint een kat-en-muisspel, dat door Patrick gewonnen wordt. Doch de the postman always rings twice, zoals wij allen weten. Arme Patrick.

'De Partner' is bij lange na niet Grishams beste boek. Hij heeft er zoveel ingewikkeldheden ingepropt, dat de hoofdpersoon zijn adem kwijt raakt als hij het allemaal uit moet leggen. En de schrijver ook.

Experimentje Stephen King is van een experimentje niet vies. 'De groene Mijl' heeft hij in feuilleton-vorm geschreven: zes boekjes van ongeveer honderd bladzijden verschenen met tussenpozen. 'De mijl' is de weg naar 'Old Sparkey', de elektrische stoel, en de verhalen worden, veel later, verteld door een bewaker die de dead men walking in l932 op hun laatste gang begeleidde.

Ik heb wat met Stephen King. Uit zijn korte verhalen blijkt dat hij een schrijver pur sang is en zijn boeken zijn een soort heilige monsters. Ben ik eenmaal begonnen, dan kan ik onmogelijk ophouden, ondanks herhalingen, kinderachtige grapjes en meer van dat spul. Dat zegt wat.

In 'De groene Mijl', waarin bovennatuurlijkheden niet ontbreken, schrijft hij voor zijn doen geserreerd, zonder overbodige uitweidingen, en ook heel spannend. Maar mijn bezwaar is dat de werkelijkheid je bij het lezen te dicht op de huid kruipt.

Ik heb niets tegen lijken die uit kerkhoven kruipen of stripfiguren die een dorp tiranniseren met uitvergrote speelgoedautootjes. Maar in 'De groene Mijl' wordt uitvoerig beschreven, hoe een man levend wordt gekookt op die duivelsstoel. En kortgeleden las ik in de krant, dat in een van de Amerikaanse staten het ding niet werkte, zodat de veroordeelde de marteldood stierf. Daar kan ik niet tegen.

Ach, ik heb ook altijd wat.

mailIcon print |