*

 

In muziek van Sjostakovitsj horen Russen de verklanking van hun heroïek en lijden

MIENKE KNIPSCHEER − 17/01/97, 00:00

recensie Krzysztof Meyer: Sjostakovitsj - zijn leven, zijn werk, zijn tijd. Vert. Willem Bruis. Atlas, Amsterdam; 560 blz. - ¿ 79,90.

Meyer, die als schooljongen door de muziek van Sjostakovitsj gefascineerd raakte, deed alle moeite om met de Russische componist in contact te komen - hetgeen resulteerde in een briefwisseling en een paar ontmoetingen. De raadselachtige Sjostakovitsj valt door dit slotrelaas van Meyer niet beter te begrijpen, maar komt wel wat dichterbij. Je zit even met de charismatische maar dodelijk verlegen componist aan tafel.

Iedere kunstenaar wordt getekend door zijn tijd, maar geen enkele componist worstelde zo met de politiek van zijn land als Sjostakovitsj in het stalinistische Rusland. Zijn handelswijze werd gekenmerkt door opportunisme en compromissen met het systeem, maar tegelijkertijd werd de componist op handen gedragen door de Russen, die zijn werk zagen als de verklanking van hun heroiëk en onbeschrijflijk leed. Naar iedere première van een werk van Sjostakovitsj werd reikhalzend uitgezien.

In zijn voorwoord noemt Meyer twee andere boeken over Sjostakovitsj. In de eerste plaats de monografie van Sovja Chentova die gebaseerd is op herinneringen van tijdgenoten en archiefmateriaal. In de tweede plaats de geruchtmakende memoires van Solomon Volkov, die weliswaar naar alle waarschijnlijkheid apocrief zijn, maar wel voor het eerst heel goed duidelijk maakten hoe de componist verstrikt raakte in de machinerie van het totalitaire systeem.

In eerste instantie verwelkoomde de briljante en waanzinnig ambitieuze Sjostakovitsj de revolutie, wat heel begrijpelijk was want hij stamde uit een familie die al generaties lang revolutionaire idealen had gekoesterd. Ook de enorme offers die de revolutie vroeg - zijn familie raakte aan de bedelstaf en de componist verdiende jarenlang zijn geld met pianospelen in een bioscoop - bracht Sjostakovitsj met liefde. Er kwam een omslag in zijn leven door het grote succes van zijn eerste symfonie die in een ijltempo niet alleen Rusland maar ook de westerse wereld veroverde. In die tijd (de jaren twintig) was er namelijk nog een levendig cultureel contact tussen Rusland en het westen.

De eerste symfonie vertoont al Sjostakovitsj' eigen stijl die gekenmerkt werd door een veelheid van expressiemiddelen: de hardnekkige herhaling van een belangrijk motief; lyrische, gedragen, lange frases tegenover een groteske humor - met als ondergrond een gedeformeerde tonaal-modale harmonie. Dat alles verwezenlijkt met een exceptioneel gevoel voor de grote vorm (Sjostakovitsj aanbad Mahler). Nadat Alban Berg deze compositie in Berlijn gehoord had, schreef hij Sjostakowitsj per omgaande een felicitatiebrief.

Het is waarschijnlijk aan die buitenlandse roem te danken dat Stalin nooit tot de arrestatie van Sjostakovitsj is overgegaan. Maar de in binnen- en buitenland beroemde componist scheerde enkele malen rakelings langs de rand van de afgrond. De eerste keer in 1936. Stalin en zijn gevolg, van het publiek afgescheiden door een ijzeren plaat en een gordijn, woonden een voorstelling bij van de opera 'Lady Macbeth van Mtensk' die al twee jaar met groot succes was opgevoerd en ook in het buitenland veel bijval oogstte.

Een muzikale copuleerscène viel bij de leider, die zeer puriteins was, in verkeerde aarde. De 'Pravda' kwam met een vernietigend artikel waarin Sjostakovitsj “een vijand van het volk” werd genoemd, maar gearresteerd werd hij niet. Hoewel in de jaren dertig ontelbare intellectuelen en kunstenaars om heel wat minder werden gevangengenomen of vermoord. De componist trok zijn partituur terug en componeerde zijn vijfde symfonie. “Het antwoord van een sovjetkunstenaar op terechte kritiek.”

De tweede keer was in 1948. Sinds 1946 was de secretaris van het Centraal Comité, Andrej Zjdanov, een ideologisch offensief begonnen tegen de Russische kunstenaars. In talrijke redevoeringen eiste hij dat alle westerse culturele invloeden uit de Russische kunst werden geëlimineerd. De geringste afwijking van de door de partij vastgelegde cultuur-politieke beginselen werd veroordeeld, maar wat precies als afwijkend moest worden opgevat, was volstrekt willekeurig bepaald.

De aanvallen op de kunstenaars hadden een officieel karakter. Begin 1948 werden de componisten gedwongen elkaar op de zwarte lijst te zetten. Door jaloezie gedreven zetten de toonkunstenaars keer op keer Prokofjev en Sjostakovitsj op die lijst. Sjostakovitsj werd alom aangevallen en van 'formalisme' beticht. De componist werd pas weer in genade aangenomen nadat hij een loflied op Stalin wervaardigd had: 'Het lied van de wouden'.

Wanneer het helemaal niet meer nodig is, wordt Sjostakovitsj tijdens het tijdperk Chroesjtsjov lid van de communistische partij - dat had hij tot dusver steeds geweigerd - en bovendien (daartoe door Chroesjtsjov gedwongen) voorzitter van de componistenbond. Zijn gezondheid begint hem in de steek te laten en hij raakt zijn uitzonderlijke laveervermogen langzaam maar zeker kwijt. Die overstap naar de partij is Sjostakovitsj door de kritische Russische intellectuelen, die hem toch altijd als een der hunnen hadden beschouwd, nooit vergeven.

Geteisterd door een steeds slechter wordende gezondheid neemt Sjostakovitsl in zijn composities langzaam afscheid van het leven. Dat begint met zijn veertiende symfonie en wordt onder meer voorgezet in zijn vijftiende strijkkwartet en Michelangelo-liederen. Op 9 augustus 1975 sterft hij.

Krzysztof Meyer schreef een mooie biografie waarin op een rustige en sobere wijze de persoon en muziek van Sjostakovitsj wordt afgezet tegen de uitzonderlijke omstandigheden waarin de componist leefde en werkte. Een held was hij niet, wel een groots en begenadigd kroniekschrijver van zijn tijd.

mailIcon print |