recensie Kunst in de gevangenis heeft voor wie voor langere tijd in detentie verblijft meer te zeggen dan men zo zou denken. Tot die conclusie komt rijksbouwmeester Wytze Patijn. Over de minst bekeken kunst in de openbare ruimte bestaat veel discussie: 'waarom' en 'wat' zijn de meest gehoorde vragen. Voor Patijn is de noodzaak van kunst in de gevangenis geen vraag. Er is immers sinds jaar en dag de percentageregeling die het mogelijk maakt (monumentale) kunst ter hoogte van een tot drie procent van de kale bouwsom in rijksgebouwen aan te brengen. Die regeling maakt het mogelijk dat er kunst komt in ministeries of andere rijkskantoren, in vergaderzalen of bureaus, maar ze kan natuurlijk net zo goed in gevangenissen worden toegepast.
Omdat er de laatste jaren een enorme bouwwoede op dit gebied heeft plaatsgehad, is er ook een stroom aan kunsttoepassingen op gang gekomen. Dat blijkt uit het boek 'Kunst in de bajes', dat een overzicht geeft van recente opdrachten, allemaal gecoördineerd door het bureau van de rijksbouwmeester. Het rijk is daarmee een belangrijke opdrachtgever op kunstgebied. Het gaat om gecompliceerde werken die een relatie aangaan met de specifieke plek en de aldaar aanwezige ruimte: van het ophangen van een eenvoudig schilderij uit galerie of atelier is geen sprake. Veel kunstenaars raken onder de indruk van hun opdracht. Getuige de omschrijving die zij bij hun werk geven, hebben ze vaak symbolische bedoelingen. Thema's als 'vrijheid, 'beslotenheid, 'bespiegeling', 'de buitenwereld' worden regelmatig ter sprake gebracht. Ze maken de tijd dat er op deze plek moet worden doorgebracht in ieder geval wat aangenamer, voor gedetineerde én personeel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.