*

 

HIER SPREEKT CAESAR ZELFAdvies om Asterix te vergeten is misplaatst

SUNNYVA VAN DER VEGT; RENE VAN ROYEN − 03/10/97, 00:00

recensie Eindelijk is het dan zover! Decennialang wordt de beroemde Romeinse veldheer Julius Caesar al beschreven en getekend, maar nooit kreeg hij de kans iets terug te zeggen. Die tijd is nu voorbij, sinds er een nieuwe Nederlandse vertaling op de markt is - geschreven door Vincent Hunink - van 'De Bello Gallico', het commentaar op de Gallische Oorlog, dat Caesar circa 2 000 jaar geleden zelf schreef.

Zoals Hunink terecht zegt, werd het tijd voor een moderne Nederlandse versie van dit bekende geschrift van de Romeinse veldheer. De laatste vertaling van F. H. van Katwijk-Knapp dateert uit 1971 en is dus inmiddels 26 jaar oud. Dit betekent absoluut niet dat zij haar waarde verloren heeft. Maar een taal ontwikkelt zich en het Nederlands is in de tussentijd enorm veranderd. De historische betekenis van Caesars tekst is echter nog altijd even groot en daarom mogen we blij zijn dat we hem nu kunnen lezen in hedendaags taalgebruik.

De vertaling zoals die hier voor ons ligt is een aanwinst voor iedereen. De auteur is er uitstekend in geslaagd zich in heldere bewoordingen uit te drukken. Zijn woordkeus is eenvoudig, 'to the point' en wordt nergens onnodig moeilijk of archaïsch. Hunink heeft zich bovendien goed gerealiseerd dat Caesar verslag doet van de gebeurtenissen in Gallië. Hij geeft zijn werk dan ook de toon mee van een goed krantenartikel. De zinnen blijven altijd overzichtelijk, ook daar waar Caesars Latijn een erg losse structuur heeft met veel betrekkelijke en aanwijzende voornaamwoorden.

Maar wat is een recensie zonder kritiek? Oplettend als we zijn, vonden we in deze uitgave natuurlijk ook een aantal zaken die voor verbetering vatbaar zijn. Zo worden om te beginnen de paragraafnummers niet in de tekst vermeld. Wij vinden dit vooral jammer omdat we in 'Asterix en de Waarheid' onze lezers net hebben uitgelegd hoe ze door middel van onze tekstverwijzingen losse passages in het werk van klassieke auteurs kunnen terugvinden. Paragraafnummers zijn hiervoor onontbeerlijk en nu ontbreken ze uitgerekend in deze vertaling die ook voor Asterix-liefhebbers zo interessant is.

Een ander bezwaar betreft het kaartmateriaal. Elk van de zeven 'boeken' waarin Caesars tekst verdeeld is, begint met een kaartje van het gebied waar de oorlogshandelingen plaatsvonden. Op zich een goed idee. Wonderlijk is echter wel dat bijvoorbeeld de boeken over Brittannië (V) en Germanië (VI) voorafgegaan worden door kaarten waarop voornamelijk Gallië te zien is. Zo is niet na te gaan waar in Engeland of Duitsland de genoemde stammen nu precies woonden.

In algemene zin geldt voor alle kaarten, ook de grote achterin, dat zij de lezer onvoldoende helpen om zich te oriënteren. Legenda's, riviernamen en enige aanduiding van de moderne Europese landsgrenzen zouden een welkome aanvulling zijn.

Tot slot nog een aanmerking. Hoe goed de vertaling van Hunink ook is, het boek lijkt niet gemaakt voor de gebruiker, schrijver, onderzoeker. Dit blijkt eens te meer uit het ontbreken van een register. Zoeken op plaats, volk of naam kan dus niet en dat is zonde. Nu we eindelijk beschikken over een moderne vertaling van deze belangrijke Latijnse bron willen we eigenlijk niet langer hoeven teruggrijpen naar onze oude vergeelde Loeb (1e druk 1917).

Minpuntjes als deze doen natuurlijk geen afbreuk aan de helderheid van de tekst. De taal is klaar en een toonbeeld van duidelijkheid.

Paradoxaal genoeg, heeft deze helderheid ook haar keerzijde. De lezer merkt immers al vrij snel dat lezen en begrijpen niet hetzelfde zijn. Waarom wordt er voortdurend over gijzelaars gesproken? Waarom voert Caesar oorlog als het graan rijp is? Waarom worden soldaten naar de winterkwartieren gezonden? Om maar te zwijgen over het verloop van de veldslagen. Zonder uitleg is dat niet duidelijk. Hoe zou de lezer bijvoorbeeld moeten weten dat het gijzelen van familieleden diende om een stam van aanvallen op de Romeinen af te houden? Het is niemand kwalijk te nemen als hij dat uit zichzelf niet begrijpt. Vertalen alleen is niet genoeg, er is ook toelichting nodig.

Hoe lastig dit is blijkt uit Huninks bespreking van Caesars afrekening met de Helvetiërs. Volgens hem was het voor Caesar een koud kunstje om deze landverhuizers te verslaan. Hij beschikte immers, aldus de vertaler, over een groot numeriek overwicht en wachtte op een aanleiding om de stakkers te kunnen verslaan. Toen die aanleiding kwam, was Caesar tevreden en kon de oorlog beginnen. De vraag is echter hoe Hunink tot zijn visie is gekomen, want Caesars verslag heeft een heel andere strekking.

Om te beginnen waren de Helvetiërs geen boeren zonder land zoals de Europeanen die naar Amerika emigreerden, maar gingen zij als veroveraars op pad. Ze waren op weg om samen met enkele bevriende stammen heel Gallië (nou heel. . ?), te onderwerpen. Ze hadden het akelige plan opgevat om de lokale bevolking in de omgeving van Toulouse met geweld te dwingen voortaan voor hen te werken. Want dat houdt onderwerpen in!

Het tweede punt is de omvang van Caesars troepenmacht. Die was niet groot. In het verslag staat namelijk te lezen dat de Romein aanvankelijk maar een legioen had (5 000 man) en er razendsnel vijf bijhaalde. Met deze 30 000 man vocht hij tegen 92 000 Helvetiërs en versloeg ze (zie pag. 27, 28, 29 en 40).

Uitleggen blijkt dus een vak apart te zijn. Maar van een vertaler kan niet gevergd worden dat hij ook nog een soort tolk is die de gebeurtenissen op een voor leken begrijpelijke manier navertelt. Dat moet iemand anders doen en het zou de uitgevers sieren als zij de Baskerville-serie zouden uitbreiden met verklarende deeltjes. Het is namelijk niet waar dat de oude wereld dichterbij komt door enkel en alleen antieke teksten in modern Nederlands te vertalen.

Wie dat als geen ander begrepen hebben, zijn Goscinny en Uderzo. Zij zijn in staat gebleken veel van de inhoud van Caesars verslag zo te bewerken dat de moderne lezer wel inzicht krijgt. Naar onze mening is het advies van Hunink om Asterix verder te vergeten dan ook misplaatst. De strip brengt hoofdlijnen zoals de Gallische collaboratie of Caesars dwingende persoonlijkheid schitterend in beeld. Bovendien blijken er ook letterlijke verwijzingen naar Caesars verslag in verwerkt te zijn. Met de nieuwe vertaling in de hand zijn die nu overigens gemakkelijk op te sporen. Zoekt u mee? Waarom krijgt iedereen in 'Asterix en de Helvetiërs' steeds te horen dat de brug weer gemaakt is? Het antwoord kunt u ons schrijven. . .

mailIcon print |