*

 

Reijsegers cello klinkt zelfs als een Afrikaanse kora

Kees Polling − 28/12/99, 00:00

recensie Het eindejaarsfestival 'Stranger than para...noia' in Tilburg grossiert in muzikale contrasten. Het kan programmeur Paul van Kemenade niet gek genoeg, met alle risico's vandien. Zeer gedurfd was het openingsconcert, zondagavond in Paradox. Buiten de zaal kwam een enorm lawaai je tegemoet.

In de zaal trok een opmerkelijk groot publiek zich niets aan van de tegenzin gevende decibellendiarree. Aandachtig luisterden de bezoekers van het festival naar de losjes gestructureerde herrie die de Nederlands/Belgische gelegenheidsformatie Second Movement hen voorzette. Na enige tijd was in die losgeslagen klankwolken rudimentair vooropgezette vormen en daaraan bleken uiteindelijk ook enkele aantrekkelijke kanten te zitten - al waren het maar de live samples van Bart van Dongen en het prikkelende spel op flügelhorn van Bart Maris.

Second Movement stond aangekondigd als een samenwerkingsproject van het Belgische Kamikaze Kwartet, DJ Grazhoppe en het Nederlandse Vogelkwartet. Van de Nederlanders ontbrak bassist Tjitze Vogel, maar of het resultaat van deze ontmoeting met hem erbij minder turbulent had geklonken?

Na de muzikale draaikolk van Second Movement werd het publiek getrakteerd op een soloconcert van cellist Ernst Reijseger en een optreden van het New Cool Collective, dat licht gehandicapt was door de afwezigheid van de zieke gitarist Anton Goudsmit.

Grotere onderlinge verschillen zijn nauwelijks denkbaar. Onder leiding van de immer in keurig pak gestoken altsaxofonist Benjamin Herman gaf zijn New Cool Collective ter afsluiting van de eerste festivalavond een swingende proeve van de foute jazz, die Herman zo aan het hart ligt. Foute jazz, het is een door de altist zelf gebezigde term voor sterk tegen de kitsch aanleunende, op flauwe jaren-zestig-jazz en -soul gebaseerde dansmuziek. Het is dusdanig fout, dat het weer leuk wordt - wat het enorme succes verklaart van de groep (en dat van haar grotere broertje, de 21-koppige New Cool Collective Big Band). Je kunt er gewoonweg niet op stilzitten, terwijl je bij aandachtig luisteren wel degelijk bijzondere zaken zou horen passeren.

Een geheel ander karakter hadden de afwisselend verstild of uitbundig, dolkomisch of ernstig, jazzy of etnisch klinkende avonturen die meestercellist Ernst Reijseger het publiek halverwege de avond voorschotelde. Het was even omschakelen na de op hoog volume gespeelde, kolkende millennium-freejazz van Second Movement, getuige het geroezemoes van het publiek, maar uiteindelijk kon je bij zijn optreden af en toe - zoals de uitdrukking luidt - een speld horen vallen.

Reijseger is zowel een ras-improvisator als een ware virtuoos op zijn instrument. Er is, zo lijkt het, niets dat hij niet kan op zijn cello. Hij opende zijn concert met ijl gestreken klanken die het goed gedaan zouden hebben op het recente Festival voor Spirituele Muziek in Amsterdam. Zijn improvisatie ademde de gewijde sfeer die moderne componisten als Arvo Pürt, Gija Kantcheli, Henryk Gorecki en Joep Franssens pas na lange dagen arbeid weten op te roepen. Hij verbaasde het publiek met knappe experimenten met meerstemmigheid en boventonen. Hij zong en neuriede, gebruikte zonodig zijn kin om snaren te dempen, liet zijn cello klinken als een Afrikaanse kora door de snaren te prepareren met knijpertjes, liep al spelende heen en weer en liet het publiek participeren. En dat alles zonder clichés in zijn performance, vanuit een improvisatorische houding die hem toestaat (of is het: dwingt?) razendsnel enorme sprongen te maken. Het enige nadeel van die houding is dat die zijn diepgang wel eens beperkt. Eén enkel thema uitgebreid verkennen zit er zelden in. Een paar minuten eenkennige concentratie is het maximale wat er inzit. Dat er in die paar minuten een wereld voor de luisteraar opengaat, maakt evenwel alles goed.

mailIcon print |