recensie In zijn jeugdjaren voer de journalist Mark Kurlansky als knecht op een vissersboot. Dat moet bijna wel, want hoe kan iemand anders zo veel affiniteit met een vis ontwikkelen? Maar uit zijn boek 'De kabeljauw' blijkt dat het vooral zijn affiniteit met geschiedenis is die Kurlansky moet hebben bewogen om de kabeljauw met een biografie te eren.
In een uiterst vlot geschreven verhaal neemt hij de levensloop van de kabeljauw als leidraad voor een groot aantal cruciale gebeurtenissen in de geschiedenis. Het verband dat Kurlansky legt, is allerminst vergezocht. De manier waarop Europeanen verre delen van de wereld verkenden en veroverden, had alles te maken met de wegen die de kabeljauw aflegde. Om met een zeilboot de wereldzeeën te bevaren, zijn er immers punten nodig om te voedsel in te slaan. De kabeljauw bleek een rijke voedselbron, zeker toen mensen leerden dat het een van de meest geschikte vissen is om te conserveren.
Kurlansky beschrijft prachtig hoe de woeste IJslander Thorvald en zijn eigenzinnige zoon Eric, vanwege hun moorddadige karakter verdreven door hun eigen stam, in de tiende eeuw al naar Groenland en Canada voeren.
De door zijn enorme vraatzucht makkelijk te vangen kabeljauw lokte nog veel meer volkeren de wereld over. Kurlansky verhaalt van het Baskische volk, dat zijn visgronden bijna even goed geheim wist te houden als zijn afkomst. Hij doet verslag van de heroïsche, door ontberingen gekwelde vissers op de Grand Banks bij Newfoundland en Canada, waar het water zo koud is dat een drenkeling ten dode is opgeschreven.
Boeiend zijn ook de beschrijvingen van Kurlansky over de manier waarop de handel en vangst van kabeljauw invloed had op de verdeling van kolonies en de rechten die de kolonialisten lieten gelden op de rijkdommen die ze naar hun thuisland sleepten. Ongelofelijk is vooral het verhaal van de Afrikaanse slaven op de suikerplantages in kolonies als Jamaica en Haïti in de achttiende eeuw. De slavenhouders wilden hun kostbare grond niet 'verspillen' met het verbouwen van voedsel voor hun Afrikaanse slaven, dus ze kochten gezouten kabeljauw van slechte kwaliteit om in hun voedsel te voorzien. Een conflict om visrechten was daardoor direct op de plantages te merken. Verloor een kabeljauw-natie haar visrechten, dan kwamen duizenden slaven om van de honger.
Zelfs in deze eeuw, zo schrijft Kurlansky, was kabeljauw nog de inzet van drie, deels gewelddadig opgeloste conflicten. Deze komen ook voort uit het feit dat de vis zijn aureool van onuitputtelijke bron van voedsel is verloren. Met de moderne trawlers is de visserij uitgegroeid tot een bedrijf dat voortdurend balanceert op het randje van overbevissing.
Tezamen met Kurlansky's constatering dat de visser niet meer dezelfde affiniteit met weer, wind en water hoeft te hebben als vroeger, leest het boek aan het einde als een 'in memoriam', een ode aan de tijd dat vissen een kunst was, en de kabeljauw de kans had om tot een enorm gewicht uit te groeien. Een herinnering die zelfs is voorzien van recepten om kabeljauw te proeven zoals de Newfoundlanders, Fransen en Catalanen dat in vroeger tijden deden.
Zo meeslepend als Kurlansky de levensloop van de kabeljauw vervat, wil iedereen wel worden herinnerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.