*

 

Een eeuw protestantse familiegeschiedenis

FRANK KOOLS − 20/01/96, 00:00

recensie Emmanuel Le Roy Ladurie, De eeuw van de familie Platter (1499-1628) Deel 1: De schooier en de geleerde. Uitgeverij Bert Bakker, ¿ 49,90.

Mitterrand, die naam valt onophoudelijk in het gesprek. Le Roy Ladurie (65) heeft de onlangs overleden Franse oud-president dan ook van zeer nabij meegemaakt. In de jaren zeventig konden de twee het samen uitstekend vinden.

In 1989 benoemde Mitterrand hem zelfs tot hoogste baas van de Bibliothèque Nationale. In die functie viel hem de eer te beurt de bouw van het nieuwe onderkomen van de bibliotheek te begeleiden, de meest prestigieuze van Mitterrands 'grote werken'.

In die tijd leerde hij een andere Mitterrand kennen. “Hij was meestal slecht gehumeurd of duizelig, omdat hij al erg ziek was. En hij gaf me de schuld van de vele fouten die in het ontwerp van de architect waren geslopen. Hij had genoeg van me, dat was duidelijk. Maar hij ontsloeg me niet. Dat deed de cynische (premier) Balladur om bij de president in het gevlij te komen.”

Ruim een jaar na zijn ontslag opende Mitterrand het nieuwe onderkomen van de bibliotheek.

Wrok zegt hij niet te koesteren. “Ik heb een gewone haat-liefde verhouding met Mitterrand, zoals alle Fransen.” En inderdaad praat hij ogenschijnlijk rustig over 'ton-ton'. Zijn stem laat hem soms even in de steek, maar dat komt door een verkoudheid. Maar echt getreurd om de oud-president heeft hij ook weer niet. “Zijn dood vond ik niet erger dan van welk ander mens ook.”

En ook slaagt hij er niet in te verhelen dat het ontslag hem nog altijd zwaar op de maag ligt. Aan de verslaggever vraagt hij: “Gaan ze in Nederland ook zo om met mensen in mijn positie?” Als die hem vertelt dat de directeur van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag niet voor zijn functie hoeft te vrezen bij elk nieuw kabinet, knikt hij. “Bij ons wel en het zijn de mensen met de grootste verdiensten, die vaak het eerst weg moeten.”

Juist in die moeilijke jaren bij de Bibliothèque Nationale begon hij te schrijven aan 'De eeuw van de familie Platter (1499-1628)', dat kort geleden in de Nederlandse vertaling uitkwam. Een bizarre situatie was dat, zegt hij. “Stel je voor. Van negen tot zes zat ik steeds te midden van zo'n elf miljoen boeken. Maar ik had totaal geen tijd om boeken op te vragen of dingen na te zoeken. Ik voelde me vaak als een man die na een schipbreuk op een eilandje midden in de zee belandt en hunkert naar water.”

De lotgevallen van de Platters die in anderhalve generatie opklommen van geitenherders tot vooraanstaande burgers van de stad Bazel, houden hem al zo'n veertig jaar bezig. Toen hij studeerde, stuitte hij al op de minutieuze verslagen die vader Thomas, zijn oudste zoon Felix (een beroemd arts) en de dertig jaar jongere, tweede zoon Thomas jr. van hun wederwaardigheden maakten. Unieke verslagen omdat ze de hele 16e eeuw omspannen. Bovendien is pater familias Thomas een van de zeer weinige boeren uit de tijd van voor de Industriële Revolutie die zijn dagelijks leven te boek heeft gesteld.

Maar wat Le Roy Ladurie al die tijd weerhield was het feit dat de Platters in het plaatselijk dialect schreven en van hun verhalen alleen zeer onvolledige, slechte vertalingen bestonden. Dat alles veranderde in 1990, toen hij Francine-Dominique Liechtenhan ontmoette en tot zijn assistente wist te maken. Zij beheerste het Bazels wèl en begon alle autobiografische geschriften te vertalen. Voor en na zijn drukke baan op de nationale bibliotheek bewerkte hij haar gegevens.

Met als resultaat dat de lezer tot in het detail het leven van een 16e- eeuws geslacht kan volgen. Het boek geeft weer wanneer Felix een steenpuist laat doorsnijden, dat hij ziek wordt van snoepjes die in menie zijn gedrenkt alsmede waar en ook wanneer hij zijn eerste woordjes Frans spreekt ('donne moi - allons'; geef me - laten we gaan, waarbij hij wel denkt dat allons drinken betekent). En dat alles tegen de achtergrond van de economische, sociale, religieuze en politieke situatie in West-Europa.

Door de detaillering wil de auteur proberen 'een complete ervaring' te geven van het leven in die tijd. 'Histoire complexe' noemt hij zelf zijn wijze van geschiedbeoefening. En juist omdat hij het hele verhaal wil brengen, werkt hij intussen hard aan een tweede deel, waarin vooral meer over Thomas jr. verteld zal worden. Hoewel die Platter hem wel wat tegenstaat. “Hij is veel saaier dan Felix. Bovendien moet ik hem vaak helpen, zijn reizen meemaken en proberen te zien, wat hij heeft gezien. Het zal me zeker nog jaren kosten om het af te krijgen.”

Toen het boek in Frankrijk verscheen, juichte de pers: 'De meester van Montaillou' is terug. Maar hijzelf wuift de vergelijking met dat succesvolle boek over een ketters dorp in de Pyreneeën weg. “Dit laatste boek is niet sexy. In Montaillou kwam vaak het seksleven van de boeren aan bod. Maar de Platters zijn strikte protestanten. Af en toe wordt er wel een toespeling gemaakt, maar over het onderwerp zelf wordt niet echt gesproken.”

Juist de opkomst van dat protestantisme is één van de rode draden in het boek. Thomas sr. droomde nog van het priesterschap terwijl hij geiten hoedde. Maar tijdens een donderpreek van de hervormer Zwingli wordt hij als door een bliksem getroffen en loopt ook over naar de 'ketters'. Om die overgang te vieren, gooit hij een beeld van Sint Jan in de kachel.

Later zal hij boeken voor Calvijn gaan drukken. Zijn zoons blijven het nieuwe geloof trouw, maar zijn lang niet zulke 'papenvreters'.

Maar katholiek of niet, altijd hielden de Platters contact met Frankrijk. En ook het omgekeerde was waar, betoogt Le Roy Ladurie. “De Franse koningen voerden eeuwenlang een sterk pro-Duitse politiek, waarbij ze nauw samenwerkten met de protestantse prinsen. Trouwens ook met de protestanten in Nederland.”

En het is juist dat deel van het Franse verleden, waarvan hij zijn landgenoten kennis wil laten nemen. “Ik heb de oorlog meegemaakt en had vroeger de gebruikelijke vooroordelen over Duitsers. Dit boek is voor mij een manier om me in te zetten voor Europa.” Hij noemt in dit verband het een van Mitterrands grote verdiensten dat hij deze 'oude traditie' in de Franse politiek in ere heeft proberen te herstellen.

De recensies in Frankrijk waren goed, vertelt hij. Van jaloezie van de zijde van collega-historici was dit keer weinig te merken. Maar bij Montaillou was dat anders, zegt hij. “Ik heb er lang over gedaan om van de wonden van die felle jaloezie te herstellen.” Half grappend, half ernstig spreekt hij opnieuw over de nationale bibliotheek. Want als een soort boetedoening aan de collega's heeft hij er toch maar voor gezorgd dat die functioneert, terwijl de oude een chaos was. Dank zij hem èn Mitterrand kunnen ze nu veel beter werken.

De kritiek op hem richtte zich voor een deel op het feit dat hij afstand zou doen van de wijze van geschiedschrijving van de zogeheten Annales, een school waar hij zelf uit voortkomt. Deze historici bekijken vooral welke sociaal-ecomische structuren het verleden bepalen, vaak aan de hand van cijfermateriaal. Het levensverhaal van individuele mensen komt voor hen op de tweede plaats.

Maar hijzelf zegt nog steeds in de geest van de Annales-school te werken. “De geschiedenis van het dagelijks leven was altijd een speerpunt van Les Annales en daar houd ik me nog steeds mee bezig. Het is waar dat sommige Annales-historici niets voelen voor het individu of voor verhalende geschiedschrijving. Maar dat is toch geen reden om er niet aan te doen. Annales is een tak aan de geschiedenisboom die los is geraakt van de stam. Dè modellen voor geschiedschrijving zijn nog steeds die van de oude Grieken.”

Het succes van boeken als de zijne verklaart hij vooral uit het feit dat de mensen uitgekeken zijn op de roman. “Die mist sinds de oorlog vitaliteit. De mensen hebben liever geschiedenis omdat het hard stuff is. Kijk maar wat er nu in Frankrijk gebeurt met het boek van Mitterrands vroegere lijfarts. In één dag zijn er daar veertigduizend van verkocht. Daar kom ik met in totaal twintigduizend boeken over de Platters niet eens in de buurt.”

mailIcon print |