*

 

YSL mengt perfectie met Parijse gratie

CORRY HOOGERHEIDE − 17/01/97, 00:00

recensie Alice Rawsthorn: Yves Saint Laurent - A Biography. HarperCollins, Londen; gebonden, geïll., 405 blz. - ¿ 55,75.

Over de slanke jongen van 19 met de beroemd geworden donkeromrande bril en het nette gezichtje, afkomstig uit Oran, die in 1955 assistent van Dior werd, tot en met de teruggetrokken levende zestigjarige die aan een ongeneeslijke ziekte zou lijden, heeft Alice Rawsthorn een biografie geschreven. Als Parijs correspondente van de Financial Times heeft ze hem tien jaar lang gevolgd. Op afstand, want geïnterviewd heeft ze hem zo te lezen nooit. Hoewel ze zowel zijn leven als dat van zijn vriend Pierre Bergé - handig en creatief zakenman, jarenlang directeur van de Parijse Opera - minutieus beschrijft, wekt ze niet de indruk Yves Saint Laurent echt te kennen.

Aanvankelijk werkte YSL voor het theater. Zijn kostuums voor de opera en het ballet waren meesterstukken. Maar de voorpagina's van de kranten haalde hij pas, in de jaren zestig en zeventig, met zijn vernieuwende haute couture: de smoking voor vrouwen - een emancipatoir kledingstuk en voorloper van het broekpak -, de safari-jasjes, de laarzen en de katoenen sjaaltjes, hippie-accessoires waarmee hij zich ook zelf tooide.

Als eerste grote ontwerper waagde YSL zich ook op de confectiemarkt. Onvermoeibaar doorwerkend bracht hij jaarlijks vier collecties uit: twee haute couture en twee voor de confectie, die hij in eigen winkels in Parijs (Rive Gauche) maar ook in Tokio en New York verkocht. Later voegde hij er een lijn voor mannen aan toe, tot genoegen van onder anderen stervoetballers.

De binnenstromende miljoenen werden door vriend en beschermer Bergé verstandig genoeg besteed om YSL de gelegenheid te geven, vrijuit te ontwerpen. De zorgen waren voor Bergé, die geldschieters moest zien te vinden en zo nu en dan verwikkeld raakte in schandalen. Hij werd veroordeeld wegens handel in aandelen met voorkennis.

Rondom de jongste rel waaraan de naam van YFL verbonden was, hing een geur van een nieuw merk parfum. YFL had het Champagne gedoopt en dat namen de boeren uit de Champagnestreek niet. Ze wonnen een proces, met als gevolg dat het merk in 1999 uit de markt genomen moet zijn. Nu al mag het in Frankrijk niet meer worden verkocht. Het is daar Yves St. Laurent gedoopt, maar wordt wel gebotteld in flesjes, gemodelleerd naar een champagnekurk.

Wie Rawsthorns biografie leest, moet wel onder de indruk komen van de werkkracht van YSL, die perfectie verenigde met Parijse gratie. Van tijd tot tijd moest hij zijn productiviteit, die niet op een ijzeren gezondheid steunde, met enorme inzinkingen bekopen. Zelden echter flopte een collectie van Le Grand Patron.

mailIcon print |