*

 

In spiegelschrift staat: Jan van Eyck was hier

MICHIEL KOOLBERGEN − 02/02/96, 00:00

recensie Om iets te weten van de oude meesters; De Vlaamse Primitieven - herontdekking, waardering en onderzoek (meerdere auteurs). Sun, Nijmegen; 463 blz. ¿ 59,50.

Een man en een vrouw staan in een slaapvertrek in een opvallende pose: zij heeft haar rechterhand in zijn linkerhand gelegd, aan hun voeten staat een hondje. Het schilderij is buitengewoon fraai qua sfeer en kleur, en bevat bovendien een illusionistisch 'grapje'. Aan de achterwand hangt een spiegel, waarin de toeschouwer in miniatuurvorm het paar van achteren ziet, maar tevens (en alleen daar) de deuropening van het vertrek, waarin twee figuren blijken te staan. Omdat de boven de spiegel aangebrachte (Latijnse) inscriptie niet 'Jan van Eyck heeft dit gemaakt' luidt, maar 'Jan van Eyck was hier', wordt wel verondersteld dat de schilder zichzelf als een van de figuren in de deuropening afbeeldde. Verondersteld, want weinig is zeker in de kunstgeschiedenis.

Ook de inhoud van het schilderij heeft flinke kunsthistorische discussies opgeleverd. Alledaagse voorwerpen - zoals het hondje, een paar op de voorgrond liggende houten slippers, het bed, de spiegel zelf (omlijst door medaillons met Passie-scènes) en vruchten op de vensterbank - zouden wel eens symbolisch naar christelijke huwelijkstrouw kunnen verwijzen. Jan van Eyck schilderde immers een huwelijksportret, hetgeen door niemand wordt betwijfeld. Met zijn 'disguised symbolism'-theorie (1934) maakte de befaamde kunsthistoricus Erwin Panofsky het schilderij nog populairder dan het al was en nam de iconografische/iconologische duiding van schilderijen van Oudnederlandse schilders in de afgelopen decennia een hoge vlucht. Maar - en dat maakt kunstgeschiedenis zo boeiend -, recentelijk ontstond een tegenstroming waarin de iconologische benadering van Panofsky en navolgers onder vuur kwam te liggen: is er ook klip en klaar historisch bronnenmateriaal te vinden om de 'disguised-symbolism'-theorie te bewijzen? Die oogst blijkt uiterst gering te zijn.

In het pas verschenen boek 'Om iets te weten van de oude meesters; De Vlaamse Primitieven - herontdekking, waardering en onderzoek' komen dit soort zaken aan de orde. Diverse auteurs behandelen dertien topstukken van 15de eeuwse paneelschilders (waaronder ook het boeiende 'Lam Gods' van de gebroeders Van Eyck) en gaan zij uitgebreid in op de verscheidene manieren van kunsthistorisch onderzoek met betrekking tot het werk van deze categorie schilders. Ook de 'lotgevallen' van hun kunstwerken (ieder schilderij heeft een zeer lang leven en maakte soms vreemde dingen mee) en de waardering ervoor (smaken verschillen van eeuw tot eeuw) komen aan de orde. Het geïllustreerde boek is in heldere taal geschreven en biedt in ruim vierhonderd pagina's een feestelijke ontdekkingsreis langs de werken van onder anderen de Meester van Flémalle, Rogier van der Weyden, de gebroeders Van Eyck, Hugo van der Goes, Hans Memling en Geertgen tot Sint Jans.

mailIcon print |