recensie Dat zowel theologen als neerlandici zich met Barnard bezighouden is niet vreemd. Om het werk van Barnard te verstaan dien je niet alleen een liefhebber van de schone letteren te zijn; ook is het van belang begrip te hebben van theologische zaken. Barnards werk valt uiteen in een reeks exegetische en liturgische boeken, en een uitgebreid oeuvre van dichtbundels, gepubliceerd onder zijn pseudoniem Guillaume van der Graft. Barnard is ook de dichter van veel kerkliederen, waarvan er vele werden opgenomen in het Liedboek voor de kerken.
Barnards verzameld werk zou bij rubricering verdeeld kunnen worden in vertoog, poëzie en liederen. Maar rubricering is bij Barnard een hachelijke term. Zijn werk vormt zozeer een eenheid, dat onderscheidingen hun relevantie verliezen. Dat bewijs levert de heldere en met kennis van zaken geschreven studie van Troost.
Deze studie, getiteld 'Dichter bij het geheim', biedt allereerst een biografische schets. Het gebruik van veel, tot dusver onbekende brieven, maakt het begin levendig. Barnards theologische interessen komen aan de orde, evenals zijn vernieuwend werk voor de liturgie, zijn vriendschappen met Ad den Besten, K.H. Miskotte. J.W. Schulte Nordholt, Jan Wit, Muus Jacobse, Tom Naastepad, Frits Mehrtens en veel anderen. Uiteraard komt ook het werk voor de nieuwe psalmberijming en de nieuwe kerkelijke gezangenbundel uitvoerig aan de orde.
Na de biografische schets analyseert Troost Barnards bezigzijn met de Bijbel, zijn kijk op de cultuur en zijn werk voor de kerk. Daarmee levert Troost een belangrijke aanvulling op de letterkundige studie van Paul Gillaerts. Gillaerts richtte zich op de poëzie en de poetica van Barnard, terwijl Troost het beschouwende werk van Barnard als uitgangspunt heeft. Bovendien beschikt Troost over meer materiaal dan Gillaerts: eind 1983 heeft Barnard een aanzienlijke reeks boeken gepubliceerd, waaronder het omvangrijke 'Stille omgang'.
In de verschillende hoofdstukken geeft Troost het denken van Barnard weer, zonder uitvoerig te willen 'verklaren'. Terloops komen theologen ter sprake, zoals G. van der Leeuw, Karl Barth en K.H. Miskotte. Troost beperkt het aanwijzen van verwantschappen echter tot een minimum. Op zichzelf zou het wel mogelijk zijn om een overeenkomst aan te wijzen tussen Van der Leeuws godsdiensthistorie en Barnards opvatting van mythen, of tussen Barths visie op de schepping en Barnards 'Bezig met Genesis, van hoofde aan'. Maar Barnard ging en gaat zo eigenzinnig te werk dat verwantschappen er vaak nauwelijks meer toe doen.
Barnards werk wint niet aan duidelijkheid door vergelijking met het werk van anderen. Wèl groeit het inzicht door zijn beschouwingen te vergelijken met zijn gedichten en zijn gedichten met zijn liederen. 'Uit Oer is hij getogen' is bijvoorbeeld een bekend geworden kerklied van Barnard (lied 3 uit het Liedboek). Dit gezang roept de geschiedenis van aartsvader Abraham voor de geest. Hierbij draait alles om het gegeven dat Abraham werd weggeroepen uit de heidense stad Oer.
Voor Barnard is dit een van de voornaamste thema's uit de Bijbel. Elk mens wordt in zijn ogen geroepen tot menszijn. Dat wil zeggen: weggeroepen uit alles wat je als mens klein houdt, wat je bindt, wat je beheerst. De menselijke vrijheid is hier in het geding. In zijn gezangen legt Barnard de zingende gemeente woorden op de lippen die bevrijden. Want: “De vrijheid is voor de mensen/ de vrijheid bestaat in taal/(..) vrijheid bestaat in woorden/ die je brood geworden zijn”. Abraham ontdekte deze vrijheid toen een stem hem uit Oer wegriep.
In de 'Verzamelde Gedichten' hoeft men niet lang te zoeken naar aartsvader Abraham, In diverse gedichten figureert deze 'vader van alle gelovigen'. Het duidelijkst is het bijna honderd regels tellende 'Aangaande Abraham'. De heidense wereld van Oer der Chaldaeën wordt in dit gedicht ingekleurd door de natuurreligie. Zon en maan, water en aarde zijn de oerelementen die als goden vereerd worden. Abrahams vertrek typeert Van der Graft met: “De wereld staat aan haar begin.” Niet allen wordt de sacrale werkelijkheidsbeleving hier doorbroken, ook komt er ruimte voor der geschiedenis. Het bestaan is niet langer een Cirkelgang, maar er komt een doel in het vizier.
Dat Barnard zich ook in zijn talrijke vertogen met dit thema heeft beziggehouden, spreekt voor zich. Vooral, waar Troost Barnards uitleg van de Bijbel behandelt, komt de Abraham-thematiek voortdurend aan de orde. Het gaat Barnard steeds opnieuw om menswording, om vrijheid, om werkelijk menszijn, om gelovig te leven uit de woordenwereld van de Schriften.
Dat laatste punt is misschien wel het meest karakteristieke voor het werk van Barnard. Hij is voor alles een aandachtig lezer van de Bijbel. Uit boeken als 'Bezig met Genesis, van hoofde aan' (1983) en vooral in 'Stille omgang' (1994) blijkt hoe nauwkeurig Barnard de Bijbel leest. Troost laat zien dat Barnard een grote eerbied aan de dag legt voor de taal, voor de opbouw van teksten, voor echo's uit andere bijbelboeken.
Al lezend ontdekt Barnard verbanden en betekenissen die gevestigde interpretaties soms compleet op hun kop zetten. Als geen ander is Barnard tot dit nauwkeurige leeswerk in staat. Zijn grote gevoeligheid voor beeldspraak wijst hem steeds opnieuw de weg naar betekenissen die ver onder het stof liggen te verkommeren. Bij dit alles bekommert Barnard zich nauwelijks om vragen naar de historische betrouwbaarheid van Bijbelboeken. Hij neemt de tekst zoals ze tot hem komt, inclusief eventuele latere redacties. Deze leeshouding is niet zozeer gebaseerd op een theologische keuze, maar eerder op Barnards grote liefde en eerbied voor de taal.
In een eeuw waarin na Nietzsche's optreden en door toedoen van taalfilosofen de waarde van taal enorm gedaald is, doet het goed een lezer van de Bijbel aan te treffen die zich niet laat ringeloren door de discussies van theologen en filosofen. Ongehinderd gelooft Barnard in de taal. Een lezer van het formaat van Barnard is in staat om op deze wijze boven de partijen te staan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.