*

 

Aat Ceelen is een meester in het schrijven van komische dialogen

Monica Soeting − 21/08/99, 00:00

recensie 'Hilarisch' is het eerste woord dat bij een beschrijving van 'Het kanaal' opkomt. In de roman figureren een dichter die zich aan een heldenepos wijdt, maar per dag niet verder komt dan het bedenken van een enkele regel, en zijn nuchtere, maar aantrekkelijke vriendin Betty, medewerkster van een castingbureau voor figuranten. De dichter en zijn vriendin besluiten in een woonboot aan de rand van de stad te gaan wonen. Daar worden ze door een aantal uiteenlopende en uiterst merkwaardige figuren bezocht, zoals Eddie, de buurman die in een jurk rondloopt en kranten tegen glurende honden komt lenen, en Pierre en Oelie, twee pseudo-intellectuelen die het plaatselijke literaire tijdschrift 'Kaaientaal' produceren.

Veel gebeurt er niet in de roman, al was het alleen maar omdat de dichter de woonboot nauwelijks uitkomt, maar gesproken en gedacht wordt er des te meer. Aat Ceelen is een meester in het bedenken van komische samenspraken, en vooral de gesprekken tussen de dichter en de redacteuren van 'Kaaientaal', twee zelfingenomen en zelfbenoemde literati, zijn bijzonder geestig.

Halverwege het boek wordt de aanvankelijke lichtvoetige en mild ironische humor donker. Langzaam maar zeker wisselen normaliteit en gekte van plaats. De dichter verwart feiten met verzinsels, de spot maakt plaats voor dwanggedachten, en ten slotte veranderen zijn aanvankelijk vrolijke verhalen in duistere denkbeelden. Zo eindigt het verhaal dat als een komedie begon, uiteindelijk in een tragedie.

mailIcon print |