*

 

Noël voelt de bloedhonden in zichzelf tekeergaan

T. VAN DEEL − 16/01/98, 00:00

recensie Bij het verschijnen van 'De Geruchten', de vorige roman van Hugo Claus, liet de uitgever in oktober 1996 weten dat het boek 'uiterst actueel' was. Daarmee werd gedoeld op de affaire-Dutroux en meer in het bijzonder op het feit dat de Belgische politie en justitie de neiging hebben ernstig te nemen zaken in de doofpot te stoppen. Het café in het, overigens niet bestaande, dorp Alegem heet veelbetekenend 'De Doofpot' en alle geruchten die daar de ronde doen worden niet werkelijk onderzocht.

De waarheid, zo lijkt de boodschap van de roman, zal nooit aan het licht komen, want er staan teveel reputaties op het spel.

De vraag is of het gelegde verband tussen Claus' roman en het nog steeds actuele verdriet van België wel zo juist was en of het niet een wat oppervlakkige associatie betrof, misschien onvermijdelijk gezien de tijdsomstandigheden. In elk geval heeft het de reacties op 'De Geruchten' sterk beïnvloed en ook de lezing van het boek tezeer in een realistische richting gestuurd.

Wie Claus op die manier leest, komt in laatste instantie bedrogen uit, want zijn verhalen geven geen beschrijvingen van de werkelijkheid, maar ze zijn verbeeldingen van de wereld en van het menselijk bestaan. Mythische verwijzingen zijn daarbij eerder regel dan uitzondering. In Claus' wereld draait het om de mythische vader- en moederfiguur, om bloedschande en wraak, om duistere familiebetrekkingen, om het offer, het taboe, het kwaad.

De nieuwe roman, 'Onvoltooid verleden', lijkt meer nog dan 'De Geruchten' in te spelen op de zaak-Dutroux, maar ook nu doet men er beter aan die verbanden met de werkelijkheid te relativeren. De roman is te beschouwen als een vervolg op, of een afsplitsing van 'De Geruchten' en ik vermoed dat voor een goed begrip van wat er zich in afspeelt lezing van dat eerdere boek tot aanbeveling strekt. De hoofdpersoon Noël is dan al bekend als de wat onnozele, 'zotte' broer van René Catrijsse, en ook andere personages, zoals Alice, zijn vrouw, of andere lokaties, zoals de bar Tricky, zijn bekend. 'De Geruchten' speelt rond 1965, 'Onvoltooid verleden' ruim dertig jaar later.

De roman heeft de opzet van een verhoor. Ex-commissaris Blaute ondervraagt Noël inzake de beweegredenen voor enkele moorden die hij gepleegd zou hebben. Noël vertelt zijn verhaal tot in alle details, de spannende opbouw wordt versterkt door de vragen van Blaute. Of het waar is wat hij beweert, valt niet uit te maken; de ondervrager meent zelfs dat hij aan de lopende band liegt. Opmerkelijk is de overeenkomst met de roman 'Maurits en de feiten' van Gerrit Krol, waarin Maurits tegen zijn hulpverleners ten slotte zegt: “Als ik een eind aan haar leven heb gemaakt, is er niets rechtvaardiger dan dat er een eind wordt gemaakt aan dat leven van mij.”

Noël vraagt aan het eind van het verhoor of hij nu zo'n seriemoordenaar is waarover de kranten schrijven. “Wat zou je anders zijn?” zegt Blaute. En hij: “Ik wil die hond zijn die als hij eenmaal mensenvlees heeft gegeten, afgemaakt moet worden. Men moet mij afmaken.”

Noël is geestelijk niet helemaal in orde. In zijn jeugd is hij van de fiets gevallen en die val heeft van hem een zot gemaakt. Zulke figuren zijn bij Claus over het algemeen niet kwaadaardig, ze vormen gunstige uitzonderingen in een wereld vol list en bedrog, ze nemen het leed van de wereld op hun schouders. Ook Noël lijkt aanvankelijk de wrekende gerechtigheid zelf, wanneer hij zich inbeeldt dat de beheerder van de kantoorboekhandel waar hij werkt zich vergrijpt aan kinderen en daarom gedood dient te worden.

Hij voltrekt de straf als was hij een door God gezondene, die het kwaad uit alle macht zal bestrijden. Voor Noël is de wereld onderverdeeld in 'zotten' en 'geleerden', de eersten kunnen niet, de laatsten kunnen wel redeneren, maar met hun ratio dekken zij het kwaad dat zij aanrichten ook weer toe.

Uit het vervolg van zijn relaas blijkt wel hoezeer Noël bij zijn al dan niet ingebeelde moord op de beheerder geleid werd door gevoelens van gekleineerdheid of door iets in hem dat door de pillen die hij inneemt meestal wel in bedwang gehouden wordt, maar zich soms ook niet meer laat onderdrukken. Hij voelt dan bloedhonden in zichzelf tekeergaan: “Ik hoorde gesnauw, geblaf, gehijg.” Zoals hij lijkt te zijn, zo is hij niet: “Ik ben zoals mijn honden.” Meestal slapen zijn honden, maar als ze wakker worden dan vaart er een moordenaar in Noël.

Op grond van het verhoor moet worden verondersteld dat Noël twee moorden heeft gepleegd en aan een moord medeplichtig is. Het getal drie speelt geen onbelangrijke rol in de roman zoals kan blijken uit de volgende passage: “Zij zei dat zij drie vaders had. De ene, Cantillon, God hebbe zijn ziel, die onder het arduin ligt, de tweede Albrecht, nu terechtgesteld, en een derde die onbekend wenste te blijven, of liever de onbekende waar Nedjma met geen woord over wilde spreken, iemand die in de bar Tricky was geweest en zich daarna nooit meer gemeld had.”

De vrouw met de drie vaders heet Judith en zij is de dochter van de naar Algerije teruggestuurde hoer Nedjma, die in 'De Geruchten' tot het verwennend personeel van het bordeel van Camille behoort. Als Camille begraven wordt, ziet Noël daar plotseling deze Judith staan en tussen hen beiden ontstaat dan een soort liefdesgeschiedenis. Judith is zich er, in tegenstelling tot Noël, niet van bewust dat zij mogelijkerwijs zijn kind is. De nacht van haar conceptie, had haar moeder Nedjma drie klanten en “één van de drie schoot raak”: de politicus Cantillon, de notaris Albrecht en - het kan worden nagelezen in 'De Geruchten' - Noël. Het was nota bene Noëls huwelijksnacht, die hij doorbracht in de mooiste kamer van Tricky in één bed met zijn vrouw Alice en Nedjma.

Dit is een van de vele verrassende staaltjes van ontwikkeling in 'Onvoltooid verleden'. Claus openbaart zijn verbanden behendig en suggestief, hij heeft voor heel veel dikwijls maar heel weinig woorden nodig. De beeldende kracht van zijn taal is fameus en ook de effectieve opeenvolging van gegevens en voorvallen boeit van begin tot eind. Gruwelijk is het verhaal overigens wel in al zijn ongetemde, koel beschreven moordlust. Ook na twee keer lezen blijven er nog talloze open vragen bestaan, onder meer de vraag naar wat tegen het slot als “de kern van de kern” van de zaak wordt aangeduid, als het startpunt van Noëls moorddadige gedrag (“Van daar is alles scheef gegaan”).

Ook van Judiths gedrag en haar verhouding tot Noël is lang niet alles duidelijk. Doorgewinterde Claus-lezers zullen na enige tijd van bestudering wel allerlei mythische substraten weten aan te wijzen, maar ook zonder dat nu allemaal helder in te zien, is 'Onvoltooid verleden' een verbluffende en imponerende roman.

mailIcon print |