*

 

Van oude mensen de liederen die Pieter Vis koestert

FRANZ STRAATMAN − 10/03/94, 00:00

recensie Cd's en boekjes: Musiversum, Voorstraat 5, 2964 AH Groot Ammers.

De vasthoudendheid die hij daarmee demonstreerde, verbaast mij niets nadat ik vijf boordevolle cd's en zes stevig gevulde bijbehorende boekjes had doorgewerkt onder de - ook naar een record strevende- titel '150 jaar volks-,kunst-, kinder- en cabaretliedjes in en rond Utrecht'.

Vis blijkt een aartsverzamelaar te zijn. Zo legde hij in 1983 op vier grammofoonplaten alle liederen van Catharina van Rennes vast, aangevuld met werk van haar tijdgenoten. In 1986 volgde een lp met liederen van Emiel Hullebroeck; het jaar daarop kwamen drie elpees op de markt met de liederen van Hendrika van Tussenbroek en Manna de WijsMouton, en twee elpees met de liedschat van Rene De Clerq. Aangezien Pieter Vis niet van halve maatregelen houdt, voegde hij ook de nodige tekst- en fotoboeken aan de audio-documenten toe.

Uit deze bundelingen putte hij zijn materiaal voor de boven aangekondigde vijf cd's, waarop ook nieuwe nummers, zoals twee liedjes van Willem Mengelberg. De vijf cd's laten rond de 200 liederen horen. Guinness waardig?

Voor wie nog geen 'Aha-Erlebnis' voelde bij namen als Van Rennes, Hullebroeck, Van Tussenbroek, een smaakmaker. Het gaat om liedjes die vroeger (tot eind jaren vijftig) veel gezongen werden en die nu nog nostalgische gevoelens over 'die goeie ouwe tijd' oproepen. Bijvoorbeeld:

'Wordt wakker 't zonnetje is al op

De bloemen kijken uit hun knop.

De vlugge leeuwrik zingt al lang.

De zwaluw sjilpt haar morgenzang.

Wordt wakker, wordt wakker...!'

Als met het eerste couplet van dit lied (tekst en muziek) van Hendrika van Tussenbroek ook het geheugen wakker geschud is, nog wat eerste regels uit de meest populaire nummers:

Barend Botje die ging uit varen met een scheepje naar Zuidlaren;

Holland, ze zeggen, je grond is zo dras, maar mals zijn je weiden en puik is je gras;

Een karretje op de zandweg reed;

of

Daantje zou naar school toe gaan.

Met deze dichtregels duiken we een flink eind terug in de twintigste eeuw; deels worden we zelfs naar de negentiende eeuw gevoerd. Vis behoort beslist niet tot die generaties: hij wordt binnenkort 45, oogt op de vele foto's jong en swingend. Je knippert wel even met de ogen bij een foto uit 1988 waarop de 38jarige Vis breed lachend achter de piano zit met 'een stralende Elza' er naast staand. Dat is zijn bruid: de 83-jarige Elza De Clerq. Het is duidelijk: Pieter Vis is op een hartstochtelijke manier met het verleden verbonden; het zijn van oude mensen de liederen die Pieter Vis koestert.

Zijn idolen waren beroemdheden in hun dagen. Catharina van Rennes (1858 - 1940) was als zangpedagoge een autoriteit op het gebied van kinderzang. Twee leerlingen mogen niet onvermeld blijven: de later beroemde sopraan Jo Vincent (de tweede cd bevat een opname uit 1922 van Vincent en haar lerares in 'Wiegeliedje') en de koningin geworden prinses Juliana. Als achtjarige schreef die een tekstje ('De dansende haasjes') voor mevrouw Van Rennes, door haar op muziek gezet: 'Nu gaan wij vrolijk dansen. Wij dansen poot aan poot, ja, ja!'

Ook Hendrika van Tussenbroek (1854 - 1935: zij leidde zangscholen in Utrecht en Amsterdam) ging uit van de belevingswereld van het kind. Zij had een hekel aan de moraliserende teksten in het toenmalige kinderlied (gedomineerd door schrijvers als Hieronymus van Alphen - Jantje zag eens pruimen hangen...); ze bewerkte fabels van La Fontaine, riep in eigen teksten fantastische werelden op, bevolkt met dieren en sprookjesfiguren.

Wat trilt en wiegelt en glinstert daar

in den maneschijn onder mijn rozelaar?

Zijn 't Elfen die zwevend met herfstdraden spelen,

Gewiegd op de maat die de krekels kwelen?

Elfjes ik kom, ik kom met u dansen

onder wuivende wilgen bij maneglansen.

Nog steeds een prachtig lied, in een vloeiende muziekstijl geschreven, met een Schubertiaanse gevoeligheid zoals heel veel van de vastgelegde kunst-kinderliederen laten horen. Pieter Vis (zanger met een overzorgvuldige articulatie en superronde klankvorming), zijn jeugdige sopranen en alten (kolossaal wat een talenten stappen er onder de jongens rond), maar ook Marie-Cecile Moerdijk zingen ze navenant kunstvol.

Ook koren klinken op de cd's, uitstekende kinderkoren uit Merksem (bij Antwerpen) en Utrecht (koorschool), want Van Tussenbroek schreef ook grotere vormen (zelfs kinderoperettes), zoals de verrukkelijk tweestemmig gezette fabel van La Fontaine: 'Perrette en de Melkman'.

Je voelt dat vrijwel al die liedjes, hoe aantrekkelijk sommige ook klinken (zoals Baanveger, baanveger, kom met je bezem of 't Muizeke), tot een voltooid verleden tijd behoren. Pieter Vis doet een krampachtige poging om 'oude liedjes weer bij de hedendaagse zingende jeugd te brengen' door verandering van namen. 'Onder moeders paraplu' worstelen 'Hanneke en Janneke' evenwel met 'Jan de Wind' en niet 'Ariette en Gerben' met 'Piet de Wind' (Pieter zelf dus en zijn leerlingen!). Ritmisch wordt het een rommeltje, en het rijm gaat kreupel (zoals in 'Kleppermars').

Maar Pieter Vis houdt van het verleden; het vereende hem zelfs met Elza De Clerq (minder dan een jaar, want zij overleed in 1989). Zij leerde Pieter kennen toen zij grammofoonplaten met de liederen van de Vlaamse toondichter Emiel Hullebroeck hoorde. Haar vader, literator en amateur-componist Rene De Clerq (1877 - 1932), had ook een grote liedschat nagelaten. Door diens banden met Nederland (hij was als Vlaams activist in 1918 gevlucht naar Nederland) raakte Vis ook in De Clerqs werk geinteresseerd toen zijn bejaarde dochter hem dat voorlegde (het huwelijk had een sterk zakelijke kant; de nalatenschap kwam in een stichting). De cd's bevatten dan ook nummers van De Clerq.

De toevoeging in de titel van het project 'in en rond Utrecht' wekt de indruk van plaatselijk belang; het tegendeel is waar. Utrecht stond tot 1940 in het hart van vele muzikale ontwikkelingen. Het cd-project kan voor huidige generaties echter het beste getypeerd worden met: 'Liedjes die oma zong'. Zeker de 50-plus generatie zal er vele mooie uren aan kunnen beleven.

Het enige waar Pieter Vis zich nog mee kan overtreffen, is een uitvoering van alle 4025 Gezelleliederen, door hem achterelkaar te zingen. Iets voor de volgende Nacht van de Poezie? Ik ga beslist luisteren.

mailIcon print |