*

 

Klare vorm, onpeilbare sentimenten

ROB SCHOUTEN − 21/10/97, 00:00

recensie Het is haast niet te geloven dat Anna Enquist nog pas zes jaar geleden, in 1991, debuteerde, met de poëziebundel 'Soldatenliederen'. Het lijkt intussen of ze al jarenlang zeer krachtig aanwezig is in de Nederlandse literatuur.

Die kracht wordt ook uitgestraald door de titels van haar werk: 'Soldatenliederen', 'Jachtscènes', 'Een nieuw afscheid', 'Klaarlichte dag', 'Het meesterstuk', 'Het geheim'. Allemaal klaar en helder, zelfs die laatste titel: geen ingewikkelde poëtische fratsen, puur natuur zou je kunnen zeggen.

Een van de punten waarop Enquist zich onderscheidt van veel van haar schrijvende collega's, is dat ze niet uit een literaire traditie stamt en bijgevolg ook niet zo vatbaar lijkt voor de soms gelikte subtiliteiten van taalkunstenaars. Wie in haar laatste poëziebundel, 'Klaarlichte dag', leest, ziet een gedicht staan als 'Juli':

Nu is het zomer, de tuin staat vol hete mensen; honden hijgen en de frambozen zijn groot als kabouterhoofdjes.

Er hangt damp om de glazen; het gaat over fietsprijs en vliegreis terwijl een eindeloze ijsvlakte zich uitstrekt in mij.

Een gedicht vol 'hevige' beelden en met felle contrasten, op micro-niveau, de fietsprijs en de vliegreis, maar ook op macro-niveau: de warmte buiten en de koude in de ziel.

Ook in haar romans windt Enquist er geen doekjes om. In haar eerste, 'Het meesterstuk', wordt onder meer gerouwd om het verlies van een kind, een scène die ze weliswaar beschrijft met het begrip van de psycho-analytica die ze in het dagelijks leven óók is, maar die je ook de keel dichtschroeft. Een sterk effect, dat van het natuurlijke.

Behalve psycho-analytica is Enquist ook pianiste. Ze zoekt haar onderwerpen niet ver buiten zichzelf. In haar tweede roman, 'Het geheim', is de hoofdfiguur een concertpianiste, Wanda Wiericke , die zich aan het eind van haar carrière heeft teruggetrokken op het Franse platteland.

De opzet van het boek is klassiek, zo klassiek als de muziek die ze haar hele leven heeft gespeeld: hoofdstukken die in de tegenwoordige tijd spelen, worden afgewisseld met hoofdstukken die in het verleden spelen. het is een vorm die in de Nederlandse literatuur veel voorkomt, bijvoorbeeld in 'Het land van herkomst' van E. du Perron, en in 'Terug naar Oegstgeest' van Jan Wolkers.

Het bijzondere van Enquists methode is echter dat de 'heden'-hoofdstukken in de verleden tijd zijn geschreven, terwijl de 'verleden'-hoofdstukken in de tegenwoordige tijd staan, wat een alleszins opmerkelijke lezerssensatie oplevert: het lijkt of wat in de chronologie van Wanda Wiericke dichtbij staat, eigenlijk verder weg ligt dan wat haar in het verleden is overkomen.

Een formele ondersteuning van een ervaringsfeit: wat ons in het verleden is overkomen, weegt zwaarder, is aanweziger dan het almaar voortvlietende heden.

'Het geheim' is een kunstenaarsroman maar het is vooral ook een boek over harde sensaties. Lichamelijkheid speelt er een belangrijke rol in, haast alsof de schrijfster wil zeggen dat de verfijnde wereld van de kunst er niet is zonder het lichaam en zonder het lichamelijk ongemak.

Wanda's broer is een mongool, zij zelf krijgt een miskraam en ze moet haar pianistenloopbaan tenslotte opgeven vanwege een rheumatische aandoening. Harde feiten. En hard maar met gevoel voor psychologische waarheid beschrijft Enquist ook de menselijke ervaringen en gedachten, zoals deze, wanneer Wanda's broertje ziek is:

“Misschien gaat hij wel dood, denkt Wanda. Dan is het oorlog en mijn broertje is dood. Ik krijg een zwarte jurk voor de begrafenis en iedereen komt mij een hand geven. Wat zielig, denken de mensen, zo'n jong meisje helemaal zonder broer. Wat is ze flink.”

Lijden als heldendom, wie kent het niet? Maar ook: hoe vaak lees je eigenlijk dat de mens een baatzuchtig, egocentrisch wezen is, zonder dat hij zijn menselijkheid erdoor verliest?

Enquists literatuur is strak en direct. Maar juist met die heldere contouren stelt ze de ondoorgrondelijke, geheimzinnige kanten van het bestaan ten toon. De titel 'Het geheim' mag dan in eerste instantie op de geheimzinnige afkomst van Wanda slaan, hij verwijst ook naar de geheimzinnige, obscure bewegingen onder ieders mensenleven. Wat dat betreft kan de volgende passage over muzikale opvattingen evengoed op Enquists literatuur worden toegepast:

“Wanda zuchtte. met helderheid had ze niet veel op. In de muziek werd helderheid verschrikkelijk overschat. Met transparante helderheid zette de pianist het thema neer, las je in de kritieken. Maar wat had je daaraan als dat thema niet afstak tegen een duistere ondergrond? Helderheid was goedkoop, gemakkelijk en misleidend. Het verhulde de geheimzinnige ondoorzichtigheid waarin de kern van alle muziek schuilging.”

Juist daarom kan het effect van de feitelijk nogal klassiek georiënteerde kunst van Anna Enquist zo bijzonder zijn, omdat ze de klare vorm weet toe te passen op ondoorgrondelijke sentimenten.

Dat geldt voor haar romans evenzeer als voor haar gedichten. Enquist heeft zich pas de laatste jaren ontwikkeld als prozaïste, maar het is in feite een ontwikkeling die zich vanuit haar poëzie laat voorspellen. Zij is er, qua karakter en temperament, de schrijfster niet naar om het bij subtiele, verfijnde emoties te laten en ze schrijft ook in wezen geen literatuur voor fijnproevers en genieters.

'Het geheim' is vooral ook een boek van loutering. Alles om haar heen wordt afgebroken, maar juist daardoor vindt Wanda Wiericke uiteindelijk zichzelf en de rust waarnaar ze op zoek is. Ook over deze sublieme ervaring schrijft Enquist zonder hoogdravendheid:

“Met stijve vingers omklemt ze het autostuur. Ze zou moeten huilen, denkt ze, haar carrière ligt in puin, alles is voor niets geweest, de afbraak is begonnen. Maar ze voelt zich goed. Waar in de wereld zal ze gaan wonen? Ze kan kiezen. Ze hoeft niets meer. Niet meer vragen, niet meer smeken, niet meer afdwingen. Vanaf nu zal ze er alleen nog maar zijn.”

Literatuur met de geur van hout, echt hout.

mailIcon print |