*

 

'Het hangt er maar van af' is een onvermijdelijke houding geworden

GERRITJAN VAN LUIN − 19/05/95, 00:00

recensie Erik Heijerman, Frans Jacobs, Michiel Korthals en Paul Wouters (red.): Vuile handen - Basisboek praktische filosofie. De Tijdstroom/ISVW, Utrecht; 340 blz., ¿ 49. De Internationale School voor Wijsbegeerte te Leusden houdt van 17 t/m 21 juli 1995 een zomercursus rond het boek 'Vuile handen'. Inlichtingen: 033-650700.

De tijden zijn veranderd. De filosoof van nu is niet bang om de handen uit de mouwen te steken. 'Vuile handen' is de titel van een onlangs verschenen studieboek met bijdragen van 'praktisch georiënteerde filosofen' voor 'filosoferende practici'.

Wie aan filosofie denkt als een vak met een hoog studeerkamergehalte, kan zich in ruim 300 bladzijden laten overtuigen van de eenzijdigheid van dit beeld: filosofen hebben ook zinnige dingen te vertellen over normen en waarden in een multi-culturele samenleving, over een rechtvaardige inkomensverdeling, over het sociale zekerheidsstelsel, over kunstmatige voortplanting, enz.

De samenstellers hebben een originele manier gekozen om actuele maatschappelijke problemen te (laten) bespreken. Zes thema's stellen ze aan de orde: ontwikkeling en opvoeding, gezondheid en ziekte, economie en management, cultuur en samenleving, de inrichting van de maatschappij en milieu. Aan elk hiervan zijn drie bijdragen gewijd, die als probleemstelling één van de bekende vragen van Kant hebben: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? Zo staat bij 'Gezondheid en ziekte' in het hoofdstuk 'Morele dilemma's bij schaarse zorg' (Wat moet ik doen?) de kwestie centraal of iemand die steeds weer begonnen is met roken, opnieuw als urgente patiënt behandeld moet worden, waardoor hij een ander van de wachtlijst voor een hartoperatie verdringt.

Het wordt de lezer al snel duidelijk dat eenvoudige antwoorden op de genoemde vragen niet meer te geven zijn. “Ons weten is wankel, de ethische kwaliteit van ons handelen is broos en onze hoop is kwetsbaar”, stelt Heijerman. Wat wij van de werkelijkheid weten, is afhankelijk van de manier waarop wij tegen die werkelijkheid aankijken. Innerlijk verdeeld zijn wij wanneer wij goed willen handelen: verschillende waarden voeren steeds opnieuw een hevige concurrentiestrijd. Complex is de wijze waarop wij zin aan ons bestaan geven en waarmee we onze hoop op een betere wereld leven inblazen.

Kortom, 'het hangt er maar vanaf . . .', is een onvermijdelijke denkhouding geworden. Hiermee lijkt de weg vrij voor een schier eindeloze variëteit aan opvattingen en standpunten over de problemen van vandaag. De auteurs van 'Vuile handen' maken evenwel duidelijk dat er nog steeds beperkingen zijn. Er mogen dan geen universele antwoorden meer te geven zijn, aan het nadenken over de nieuwe antwoorden worden nog steeds hog eisen gesteld. En ook daarover hebben filosofen wat te melden.

Met dit basisboek praktische filosofie is voor studenten in hoger (beroeps)onderwijs (de vermelde doelgroep) - maar eigenlijk voor iedereen wie de samenleving een zorg is - een zeer interessante 'inleiding' in de filosofie geschreven, geen zoektocht naar dé ware wijsheid, maar een eigentijdse invulling van wat Aristoteles fronèsis, praktische wijsheid, noemde. Opdrachten en toetsvragen zoals die in veel onderwijsboeken aangetroffen worden, ontbreken. Dit lijkt niet echt een bezwaar, immers horen (de docenten-)filosofen juist in het stellen van vragen niet bij uitstek deskundig te zijn?

mailIcon print |