recensie Koos Meinderts: 'Kuik en Vark en de verdronken maan', ill. Annette Fienieg, Ploegsma, 82 pag, ¿ 24,50, vanaf 7 jaar; Koos Meinderts: 'De snoepwinkel van Zevensloten', ill. Annette Fienieg, Ploegsma, 120 p, ¿ 25,50, vanaf 9 jaar.
Kuik en Vark - in 'De wonderlijke wereldreis van Zebedeus' nog nevenpersonages - vormen een vriendenstel dat associaties oproept met befaamde duo's als Kikker en Pad van Arnold Lobel, Mier en Eekhoorn van Toon Tellegen, en met Bert en Ernie van Sesamstraat, terwijl er ook vleugjes Winnie-de-Poeh in herkenbaar zijn.
Tegelijkertijd is duidelijk dat Koos Meinderts deze en andere invloeden uit klassieke dierenboeken voor kinderen heel eigenzinnig heeft verwerkt, vooral vanuit zijn fascinatie voor de oorsprong van verhalen.
Gebakken Kuik met spek
'Kuik en Vark en de verdronken maan' is het tweede boek over Kuik en Vark. Het eerste, 'Kuik en Vark en het vergeten verhaal' (1994) is een kleurig prentenboek zonder woorden, geschilderd door Annette Fienieg, die aan de hand van Meinderts' verhalen een opvallende ontwikkeling naar het tekenen van karakteristieke dierfiguren heeft doorgemaakt. Bij het prentenboek hoort een cd waarop het verhaal wordt voorgelezen. Het grappige is, dat aan het slot een Liegbeest komt opdagen dat Kuik en Vark wel even aan het vergeten verhaal wil helpen waar ze naar op zoek zijn: hij heeft het namelijk zelf verzonnen. Dan moet de luisteraar/kijker terugbladeren naar het begin van het boek en volgt het verhaal van Liegbeest: totaal anders, maar naadloos passend bij dezelfde prenten. Alsof Meinderts wil zeggen: iedereen kan bij gegeven beelden zijn eigen verhaal verzinnen, als je maar een inventief Liegbeest bent.
Ook in het recente 'Kuik en Vark en de verdronken maan' gaat het om het vertellen van verhalen die alle kanten op kunnen gaan, al naargelang de dikke duim aangeeft.
In het eerste verhaal wil Kuik nog eens horen hoe Vark hem heeft gevonden. Eerst volgt een bloederig aangezet verhaal, waarin Vark een ei vindt dat hij wil bakken met spek.
“Je pakte je slagersmes...,” zegt Kuik.
“Mijn pannekoeksmes,” verbetert Vark. (...)
“Een slagersmes is toch veel enger,” zegt Kuik.
“Dat wel,”, zegt Vark.
“Maak er dan een slagersmes van.”
“Jij je zin,” zegt Vark. “Ik pakte mijn scherpgeslepen slagersmes...”.
Als Kuik het te eng vindt worden, begint Vark opnieuw en maakt hij er een lief verhaal van, eindigend met: “Jij kroop uit het ei en bleef bij mij.”
Daarna volgen verschillende verhalen die qua structuur iets specifieks hebben. 'Boos' is een soort omkeerverhaal waarin Kuik Vark boos wil maken, maar ten slotte zelf woedend wordt. In 'Het raadsel' ontstaat een verhaal uit het niets dat deels parallel loopt met dat van Liegbeest uit 'Kuik en Vark en het vergeten verhaal'. 'Vrolijk Kerstfeest iedereen' is een stapelverhaal, waarin steeds meer dieren tevergeefs op zoek gaan naar een sneeuwlandschap, terwijl het de volgende ochtend aan hun voeten ligt. 'Echte helden' is een projectieverhaal waarin de één het graag held-willen-worden projecteert op de ander. 'Verrassing' gaat over het inblikken (in een koekjesblik) van liedjes en applaus, en 'Verzonnen' ten slotte is een verhaal over het verzinnen van verhalen, een soort metaverhaal dus, met een knipoog naar Toon Tellegen.
Voortdurend speelt Meinderts met tegenstellingen: Kuik maakt een liedje door geen liedje te willen maken; als Kuik en Vark net 'verhalenweer' hebben gemaakt met de ventilator en de douche, gaat het buiten 'echt' stormen en regenen; en Varks angst is als een grote vis, terwijl zijn dapperheid zo klein is als een kikkervisje. Meinderts heeft een sterk gevoel voor het komische effect, en weet precies waar kinderen om moeten lachen: “Ik had wel dood kunnen zijn! Of erger nog: morsdood!”
Soms is zijn humor flauw, en beweegt hij zich op het randje van sofisme of gekunsteldheid: “Wie weet komt het raadsel nog een keer voorbij. Misschien dat ze dan zien wie of wat het is. Dan is het raadsel eindelijk opgelost. Kan het ook niet meer voorbijkomen.” Maar afgezien hiervan is 'Kuik en Vark en de verdronken maan' een prima verhalenbundel, die kinderen spelenderwijs literair bewustzijn bijbrengt.
Mazzeltoffees
Geheel op de hilarische toer gaat Koos Meinderts met 'De snoepwinkel van Zevensloten', waaraan kinderen hebben bijgedragen. Het is een ouderwets luchtig en dolkomisch verhaal over een snoepwinkel met een oud familierecept voor mazzeltoffees, waarnaar een snoepfabrikant op jacht gaat. Hierin geen metaliteraire overpeinzingen over echt en onecht, maar een recht-voor-z'n-raapverhaal, waarin Meinderts zich profileert als de cabaretier onder de kinderboekenschrijvers.
Toch is 'De snoepwinkel van Zevensloten' geen doorsnee grapjurkverhaal. Het vergt een hoge taalontwikkeling, zowel wat betreft woordenschat als kennis van spreekwoorden en gezegden (zoals trouwens veel van Meinderts' boeken). Maar dan kunnen kinderen ook volop genieten, zowel van spreekwoordvariaties als “Wie niet slim is moet slecht zijn”, als van zegswijzen als “de poeplap trekken en wat foppekindjes op tafel leggen”. En woordspelingen als 'wentelzweefjes', 'kandijenkletsers', 'roomsmoesjes' en 'droomboterballetjes' werken helemaal aanstekelijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.