recensie Niet bekend
De titel 'Van Nijntje tot Nabokov' geeft aan dat de literaire ontwikkeling van een mens een continu proces is, en dat er geen wezenlijk verschil is tussen literatuur voor kinderen en voor volwassenen.
Over het beginstadium van deze literaire ontwikkeling gaat een artikel in het nieuwste nummer van 'Leesgoed', dat aan het symposium gewijd is: 'Het prentenboek als bakermat voor geletterdheid' van Piet Mooren. Met veel moeilijke woorden bewijst Mooren de eenvoudige waarheid dat het prentenboek als springplank fungeert naar alle mogelijke literaire genres. Er zijn immers prentenboeken met spannende realistische verhalen, met sprookjes, bijbelverhalen, reisverhalen, historische verhalen, strips, versjes, informatie, beweegbare delen; er zijn telboeken en ABC-boeken. Bovendien maken prentenboeken kinderen gevoelig voor de vele stijlen en technieken waarin beelden neergezet kunnen worden, ze vormen zo een uitstekende inleiding in de beeldcultuur in ruime zin: van museum tot bioscoop. Mooren herinnert eraan dat televisie en video niet alleen concurrent van het boek zijn, maar kinderen ook de weg naar het (prenten)boek kunnen wijzen, zoals bijvoorbeeld in Sesamstraat gebeurt.
Over stijlen en technieken gesproken: drie recente prentenboeken van de Britse illustrator Tony Ross laten zien hoe met verschillende materialen totaal verschillende effecten bereikt kunnen worden (terwijl ze toch alledrie duidelijk herkenbaar zijn als van Ross). 'Het huismens' is getekend in de karikaturale stijl waarmee hij bekend is geworden, vooral in zijn boeken over het hondje Towser: een stevige zwarte lijnvoering, wat hard maar ook losjes, nonchalant ingevuld met aquarel; veel beweging en overdrijving in de prenten, en allerlei grappige details. Deze stijl past uitstekend bij het verhaal, waarin een hondje een huismens voor zijn verjaardag vraagt, in plaats van een kind een huisdier. Het hele verhaal is gebaseerd op deze omkering, hetgeen tot komische situaties leidt.
In 'Rood alarm!' werkte Ross veel rustiger: het verhaal (dat een grappige clou bevat) is in een historische setting geplaatst, in de tijd van Napoleon, en de prenten gaan meer in de richting van het realisme, met onopvallender belijning, meer uitgewerkte achtergronden en zorgvuldiger gebruik van aquarel. De personages zijn nog altijd karikaturaal, maar veel minder extreem.
Het fraaist is echter het stripverhaal 'Het nachtpartijtje', waarin een broertje en een zusje 's avonds nadat ze naar bed gebracht zijn, een feestje gaan organiseren voor 'de mooie prinses'. Dit boek is in kleurpotlood gemaakt, zoals Ross eerder deed in 'De schat van het blauwe huis' (1991). En niet alleen zijn techniek is anders, ook zijn stijl: zachtere, rondere figuurtjes en meer primaire, heldere kleuren. Zo 'lief' tekende Tony Ross nooit eerder.
Het verhaal wordt evenzeer door de prenten verteld als door de tekst. Het meisje Lisa stuurt haar broertje Freddie er steeds op uit om beneden van alles op te halen voor de prinses, die 'zometeen' komt. Er staat dan dat Lisa granaatappels en kreeft wil voor de prinses, maar we zíen dat Freddie gewoon een appel en koekjes brengt. Op het volgende plaatje zit Lisa echter van een kreeft en een granaatappel te snoepen. Zo ook verandert een dekentje in een gouden kussen en een cassetterecorder in een tovermuziekdoos, zonder dat de tekst daar met een woord over rept. Hier moet een kind dus goed 'plaatjes lezen' en wel met een visuele variant van 'tussen de regels door lezen': het moet zelf bedenken waar Lisa en Freddie gewoon op hun dekbed zitten, en waar ze fantaseren. En ze mogen ook zelf concluderen wie de prinses is die komt als de kinderen uiteindelijk in slaap zijn gevallen. De Tony Ross-kenners onder de lezers herkennen bij de knuffels misschien ook de Kleine Prinses en Towser, uit vorige boeken. Voor volwassenen valt er eveneens visueel denkwerk te doen: één schilderij in een kamer is van Matisse, een kalenderplaat kan een afbeelding van Modigliani zijn. Met deze ingrediënten doet 'Het nachtpartijtje' uitstekend dienst als inleiding tot culturele geletterdheid in de ruime betekenis die het symposium daaraan geeft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.