recensie De literatuur wordt nogal eens vergeleken met een spel. Helemaal ten onrechte is dat niet: zelfs bloedserieuze auteurs spelen in hun werk met feit en fictie en met de verwachtingen en de fantasie van hun lezers. Zo figuurlijk hebben de makers van het 'Nederlands literatuurkwartet', dat vanaf deze week tot mijn verbazing in de boekhandel verkrijgbaar is, het spelelement van de literatuur niet opgevat. Integendeel, in hun spel is de Nederlandse literatuur letterlijk in grote stukken gesneden. Er vallen twaalf kwartetten van vier te behalen, van de '16e en 17e eeuw' tot de 'Jaren '90'. Het eerste kwartet bestaat uit de heer van St. Aldegonde, Hooft, Bredero en Vondel en het laatste uit Anna Enquist, Connie Palmen, Marcel Möring en Ronald Giphart.
Een aantal proefondervindelijke spelletjes kwartet bracht een aantal opvallende feiten aan het licht. Maarten 't Hart duikt telkens opdringerig snel op in je handen, en geen tegenspeler peinst erover hem op te vragen. Dat maakt het behalen van het kwartet schrijvers van de jaren '70 en '80 een makkie.
Omgekeerd blijft Gerrit Krol hermetisch lang en Gronings onverstoorbaar in de stapel met kaarten verscholen. Wie de schrijvers van de jaren '50 en '60 - naast Krol bestaande uit Mulisch, Nooteboom en Koolhaas - weet te verzamelen, wint onherroepelijk de pot. Kwartet!
Met de literatuur heeft dit allemaal niets te maken, maar voor spelletjes is de tijd kennelijk rijp. De volgende stap lijkt mij een potje ganzenbord, of beter nog: het Literair Monopoly. U staat op Louis Couperus. U ontvangt duizend gulden. U staat op Gerrit Komrij. Betaal tweehonderd gulden aan de bank en ga direct naar de gevangenis!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.