*

 

HN rekende eigenzinnig af met 'kerkbodecomplex'

RUUD VERDONCK − 13/05/95, 00:00

recensie Michiel van Digelen: 'Een blad om van te houden'. Uitg. Stichting Hervormd Nederland/Oecumenische Pers. Prijs: ¿ 29,50 gulden.

Hier is, dat zie je zo, hard aan gewerkt, zonder kapsones. Het opinieweekblad HN Magazine viert dezer dagen het 50-jarig bestaan. Een alleszins memorabel moment, per slot van rekening hadden de jaren tachtig het blad ook om zeep kunnen helpen.

Vijftig jaar HN Magazine is een geconstrueerd jubileum, zoals Philips ook het 50-jarig jubileum van de knijpkat had kunnen vieren; er zijn ondertussen batterijen gekomen, maar tòch. Een blad, genaamd Hervormd Nederland, verscheen voor het eerst op 22 oktober 1936. Op 5 mei '45 kwam het eerste nummer van het nieuwe weekblad De Hervormde Kerk uit. Beide bladen hebben elkaar jaren later ontmoet en inhoudelijk weer afscheid genomen, waarna Hervormd Nederland (in 1958) restte, dat dan weer HN werd en tenslotte HN Magazine, waarop iedereen het gewoon HN bleef noemen.

Sympathiek, coherent, trouw en geëngageerd, zijn steekwoorden die ongetwijfeld van toepassing zijn op de ruim 16 000 vaste lezers van het weekblad. HN Magazine was vorig jaar het enige opinieweekblad dat lezerswinst boekte. Dat geeft hoop voor de thans voorzichtig zichtbaar wordende 'middeleeuwisering' van Nederland, het zoeken naar een 'nieuw bezield verband'.

De halve eeuw HN wordt beschreven in het jubileumboek 'Een blad om van te houden' van Michiel van Diggelen. Een boek dat veel verder gaat dan alleen de geschiedenis van het weekblad zelf, omdat het tegelijk de afgelopen halve eeuw van eerst hervormd, toen driekwart protestants en tenslotte heel oecumenisch Nederland beschrijft. Afgerond in de constatering, dat HN Magazine sinds 1986 een uitgave is van de Stichting Hervormd Nederland/Oecumenische Pers, eigendom van de redactie van het blad.

Het blad De Hervormde Kerk wilde in mei '45 'de winst van de oorlog' meenemen in een nieuw blad voor de leden van de Nederlandse Hervormde Kerk. Maar dan niet als een kerkblad, maar als een opiniërend weekblad. De winst van de oorlog was de doorbraakgedachte, het overbruggen van tegenstellingen in de samenleving. Maar daarin liepen de wegen al meteen uit elkaar.

Zo koos K. H. E. Gravemeyer voor vernieuwing binnen de Hervormde Kerk, terwijl mannen als Willem Banning, L. H. Ruitenberg en mr. G. E. van Walsum tegelijk ook kozen voor politieke vernieuwing. Voeg daarbij de predikant F. H. Landsman, die vooral de publiciteit van de Hervormde Kerk op het oog had. En er ontstaat een buitengewoon interessant gedrang om de geboortewieg van HN.

Het is begrijpelijk maar jammer, dat Van Diggelen veel van deze mensen, die in de na-oorlogse jaren een wezenlijke rol hebben gespeeld in de discussie over de nieuwe kleren voor heel Nederland, toch vooral moet beperken tot Hervormd Nederland.

De Hervormde Kerk was de eerste jaren een blad dat met meer overtuiging dan journalistiek vakmanschap werd gemaakt. Dat was verklaarbaar vanwege de positie van de betrokkenen, de altijd toch wat knellende verhouding tot de synode en de opinie van de overtuigde schrijvers. Dat maakte het weekblad kwetsbaar, wat overigens weinig afbreuk deed aan de eigenzinnigheid. Het maakte HN vooral ook journalistiek kwetsbaar. Van Diggelen beschrijft het proces langs de kerk, langs de politiek, langs de veranderende maatschappij, enfin het meest onaantrekkelijke krachtenveld om journalistieke kwaliteit op te kunnen veroveren.

Moeizaam proces

Dat is een moeizaam proces geweest, waarbij de journalistieke kwaliteit van het hele weekblad steeg, naarmate de onafhankelijkheid van vaste structuren naderbij kwam. Dat vraagt om de belangrijkste zin in Van Diggelens boek, daar waar hij het blad (voor de jaren zestig) typeert: “Het is opmerkelijk dat de redactie minder moeite had met de politieke vernieuwing dan met de verandering van de moraal.” Zo is het lang gebleven.

Het zijn in feite organisatorische kwesties geweest, zowel binnen de kerk (die aanvankelijk alles te zeggen had en naarmate het geluid van HN eigenzinniger werd steeds minder) als binnen de uitgeverij Boekencentrum (dat aanvankelijk een winstgevend blad bij de hand had), die ervoor zorgden dat HN Magazine als eigenzinnig opinieweekblad is blijven bestaan. En tegelijk de kans bevocht om zich op inhoudelijke standpunten over mens en maatschappij te bewijzen.

Het is in dat verband nauwelijks verwonderlijk, dat de topjaren, wat oplage betreft, in de jaren zeventig aanbraken. En de jaren tachtig en de jaren negentig, daar machtig de zeis door haalden.

In 'Een blad om van te houden' is die historie onopgesmukt beschreven. Niet dor, maar degelijk. Wat dat betreft recht doend aan de inhoud van HN Magazine. Maar de opiniërende kant van de historie ontbreekt vrijwel volledig. Een zekere frivoliteit, uitmondend in bijvoorbeeld een beschrijving van de karakters van de hoofdrolspelers in de historie van HN, of in het uitspreken van vermoedens van grote complotten en smerige streken, ontbreekt.

Toen hoofdredacteur Van Duijn in 1980 de Spaanprijs kreeg, werd hem lof toegezwaaid omdat hij HN tot 'het gevaarlijkste blad van Nederland' had gemaakt en ontdaan had van het 'kerkbodecomplex'. Dat laatste is in het jubileumboek volstrekt duidelijk geworden, dat eerste hangt sindsdien nog.

mailIcon print |