recensie Dietrich Schwanitz: De Universiteit. Vert. Tinke Davids. De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen; 365 blz. - ¿ 49,90.
Lijkt de roman dus aanvankelijk een op de satire toegesneden beeld te bieden van een academische slangenkuil, allengs blijkt de gehele handeling op de beroemde Hanno Hackmann geconcentreerd te zijn. De verhouding die hij met zijn studente Babsi had en die met wederzijdse instemming na een onstuimige vrijpartij is beëindigd, wordt als 'verkrachtingszaak' de speelbal van de op macht beluste universiteitsbestuurders.
De verteller misleidt de lezer door in het begin vooral grof-komische gebeurtenissen te presenteren. Maar dan wordt het verhaal steeds grotesker, totdat het in de beschrijving van een kwalijk machtsspel omslaat. Dietrich Schwanitz (1940), hoogleraar Engels in Hamburg, voltrekt die beweging van oppervlakte naar diepte op een virtuoze manier. Zeer knap beschrijft hij de bijeenkomsten van een benoemingscommissie en van de door Weskamp geleide tuchtcommissie. De indruk die blijft hangen is echter die van Hanno Hackmann die alles verliest en hopelijk het vertrouwen van zijn dochter zal weten terug te winnen.
Voor Nederlanders is dit een bijzonder boeiende roman. Schwanitz laat een academisch milieu zien dat veel minder braaf en gezapig is dan het Nederlandse, maar ook gekenmerkt wordt door ongehoorde vijandigheden. Zouden academisch gekonkel en academische hoogstandjes misschien toch verband met elkaar hebben?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.