*

 

Met één voet proberen of het ijs houdt

LEX BOHLMEIJER − 31/01/97, 00:00

recensie Piet Meeuse: Schermutselingen. De Bezige Bij, Amsterdam; ¿ 34,50.

Maar ook in een stemvork, een oud touw, een kogel - die geen vlieg kwaad doet en 'heel introvert' is. Deze verrassende en grappige verhaaltjes verleiden ertoe, om op een ongebruikelijke, onverwachte manier naar de werkelijkheid te kijken. Dan komen zelfs de meest onbenullige zaken tot leven.

Meeuse wilde ooit naar de kunstacademie, maar ontwikkelde zich noodgedwongen tot een essayist, met een grote voorliefde voor de filosofie. Dat hij een aandachtige kijker is, wisten we al uit zijn essaybundel 'Doorkijkjes'. Daarin hield hij een vurig pleidooi voor zintuigelijkheid. En voor het eerst ging het niet alleen over de filosofische aspecten van literatuur, maar ook over zijn eigen ervaringen.

Kijken & denken, dat zijn de twee polen waar zijn hartstocht zich tussen beweegt. En zijn schrijverschap. De bundel verhalen die hij nu gepubliceerd heeft, 'Schermutselingen', brengt die tweespalt weer aan het licht. De kijker in hem zet een stap die wellicht onontkoombaar is geworden na 'Doorkijkjes': proza schrijven. Dat is een niet zo eenvoudige, moedige stap voor een essayist die altijd met zoveel analytisch inzicht over het werk van anderen heeft geschreven. Welnu, die luttele prozastukjes waarin Meeuse zijn ogen volop de kost geeft, vragen om meer, veel meer.

In de andere verhalen maakt hij vooral een buiging naar de filosoof. In de afdeling 'Schermutselingen' stoeit hij met paradoxen. Voor de filosoof niet te verdragen, vormen ze voor de schrijver de motor van het vertellen. Een legendarische Chinese keizer maakt zich onsterfelijk door zijn naam af te leggen en te verdwijnen in de vergetelheid. “Men weet alleen nog dat die naam geklonken moet hebben als kostbaar porselein waartegen men tikt met een vingernagel.”

In het openingsverhaal, 'De doos', lijdt de hoofdfiguur onder het idee dat het bewustzijn van de mens een soort vacuüm is, een gat in de schepping, iets dat de hele wereld verzwelgt. Als iemand tegen hem zegt: “'Ik durf er mijn hoofd om te verwedden!”, neemt hij dat zinnetje wat al te letterlijk. Dat is fataal. Zo relativeert Meeuse de gemakkelijke stelligheid waarmee allerlei ideeën gehanteerd worden.

Het denken kan een zware last, een vernietigende kracht vormen. Meeuse ontsnapt zelf als schrijver ook niet altijd aan die zwaartekracht van het denken. Soms drukt het 'idee' te zwaar op het verhaal. Dan zijn de verhalen net iets te veel een illustratie van een gedachte, of een paradox, in plaats van de uitdrukking ervan. Maar over het algemeen heeft hij ervoor gewaakt om zwaarwichtig te doen, en heeft de bundel een toon van lichtvoetigheid en speelsheid.

Veel verhalen hebben het karakter van een pastiche: ze zijn geschreven in de stijl van iemand anders. Er is een verhaal uit 'Duizend en een nacht', Meeuse voegt een hoofdstuk toe aan Don Quichote, voert een Platoonse dialoog, enzovoorts. Ook in deze zin is er sprake van schermutselingen: het zijn voorbodes van het echte gevecht. Het is met één voet proberen of het ijs houdt. Het ijs houdt.

mailIcon print |