recensie Voor de derde keer, na de Brandaan en de Beatrijs, heeft Willem Wilmink zijn talent voor het moeilijk eenvoudige middelnederlandse vers benut, nu voor een vertaling van het vroegveertiende-eeuwse verhaal van De borchgravinne van Vergi. Hij heeft samengewerkt met een groep Utrechtse filologen onder leiding van de bekende medioneerlandist W. P. Gerritsen, die ook een inleiding schreef. Het verhaal van Vergi is een dramatische uitwerking van het verbod dat men in de liefde niet uit de school mag klappen.
'Niders tongh', dat wil zeggen: de jaloersen zullen als ze eenmaal iets te weten zijn gekomen dat niet voor hun oren bestemd is, gaan spreken en dan is het eind zoek. De ridder die de minnaar is van de getrouwde borchgravinne zet zijn liefde en nog veel meer op het spel als hij zich in omstandigheden genoodzaakt voelt zijn liefdesrelatie naar buiten te brengen.
Een noodlottige opeenvolging van gebeurtenissen kost niet alleen zijn geliefde, maar ook hemzelf en nog een andere vrouw het leven. Het is een prachtig, vreemd en wreed, maar ook teder en pijnlijk verhaal, door Wilmink meesterlijk vertaald. Ook de originele tekst, met verklaringen, is afgedrukt. Wilmink raakte er helemaal in: “Vergi geeft al een voorproefje van het soort gesprekken waarin Harold Pinter later zo'n meester zou blijken. Hoe langer ik met dit werk bezig was, hoe meer ik dacht: dit is modern toneel, dit kan zó op de planken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.