recensie Gelezen worden de gedichten van de Amerikaanse dichter Walt Whitman niet veel meer. Zijn belangrijkste werk, 'Leaves of Grass', is weliswaar een monument in de Amerikaanse literatuur en de beste stukken eruit zijn verplichte kost op middelbare scholen in de Verenigde Staten, maar het vergaat zijn werk als alle grote en langdurige monumenten, men loopt er langs zonder het bijzondere en grootse ervan nog op te merken.
In Nederland is zijn invloed nauwelijks meer aanwijsbaar. In 1917 verscheen van Maurits Wagenvoort een inmiddels sterk verouderde vertaling 'Grashalmen', waarvan je wel sporen in het werk van bijvoorbeeld Hendrik Marsman kunt aantreffen, maar daarmee is het ook wel gezegd. Whitman, die trouwens via zijn moeder van Nederlandse afkomst was (een feit waaraan Amerikanen overigens graag zijn ongepolijste kanten toeschrijven), behoort typisch tot de gezonken cultuur: zijn invloed en belang zijn ooit enorm geweest maar je moet inmiddels met een flinke dosis historisch besef kijken om er nog van te kunnen genieten.
Het belang van Whitman voor de Amerikaanse literatuur daarentegen valt, ondanks zijn veroudering, nauwelijks te onderschatten. Hij is de eerste grote Amerikaanse dichter en misschien kon hij het mede worden omdat de kersverse democratie, bij Whitmans geboorte in 1819 nog maar een paar decennia oud, een nationale en patriottische dichter goed kon gebruiken. Hij bezong die democratie, droomde van een grote broederschap der mensen, verzette zich tegen het opkomende materialisme en het victoriaans puritanisme van zijn tijd; kortom hij hield de Amerikanen een ander perspectief voor.
Hij bezorgde de Amerikaanse poëzie echter ook een tweespalt die nog steeds zichtbaar is. Los van de overheersende Europese, lees Engelse cultuur, die men in de Nieuwe Wereld naüapte, schiep hij in zijn vormeloze, eindeloos uitwaaierende proza-achtige gedichten iets van een eigen Amerikaans idioom. Enerzijds beïnvloedde hij daarmee dichters als Ezra Pound en Allan Ginsberg en vervolgens ook dichters buiten de eigen grenzen zoals de 'grote slechte' dichter Pablo Neruda. Anderzijds riep hij verzet op bij schrijvers die traditioneler en academischer te werk gingen, zoals bijvoorbeeld Robert Lowell en James Merrill.
Nog altijd bestaat er een waterscheiding tussen rekkelijke Amerikaanse dichters die direct en ruimtelijk schrijven en de meer preciezen met gevoel voor traditie en vormbeheersing.
Het revolutionaire karakter van Whitmans poëzie heeft alles te maken met zijn afkomst. Hij kwam niet uit de sociale middenklasse, de gebruikelijke hofleverancier van dichters, maar zijn vader was timmerman en keuterboer. En niet de Engelse literatuur maar de King James-bijbel en het proza van Ralph Waldo Emerson hebben zijn literaire horizon bepaald.
Wie aan Whitman denkt ziet een profetische figuur voor zich, met een enorme witte baard, een ceremoniemeester met brede gebaren waarmee hij zijn soms ronkende retoriek aan de man brengt. Een charismatische figuur. Je kunt je gemakkelijk voorstellen dat hij met zijn uitstraling een gemeenschap van volgelingen om zich heen creëerde, die in hem het betere Amerika belichaamd zagen.
Voor een groot deel heeft hij dat imago zelf leven ingeblazen. Het schijnt haast ongerijmd dat deze man voorlas met een wat hoge stem, die hem zelf overigens danig dwarszat. Maar in de recensies die hij nota bene zelf over die overigens schaarse optredens schreef, stelde hij het voor alsof hij de hele ruimte vulde met een daverende, mannelijke stem, voortdurend onderbroken door applaus.
Die verdraaiing van de feiten is karakteristiek. Hij was niet 'one of the roughs', zoals hij zich graag voordeed, maar hij leerde die rol wel spelen. Veel meer dan iemand die met een stentorstem zijn lezerspubliek in de ban bracht was hij iemand die ervan droomde het te zijn. Veel van zijn schijnbaar zo pure en dynamische dichterschap is maskerade.
Uit zijn gedichten lijkt niet alleen veel gevoel voor de gemeenschap van mensen te spreken maar ook een haast onbegrensd zelfvertrouwen, zozeer zelfs dat het voor de sceptische lezer haast lijkt alsof hij zichzelf oppepte. Neem zijn beroemdste gedicht 'Song of Myself', dat alsvolgt begint:
'I celebrate myself, and sing myself, And what I assume you shall assume, For every atom belonging to me as good belongs to you.
I loafe and invite my soul, I lean and loafe at my ease observing a spear of summer grass. My tongue, every atom of my blood, form'd from this soil, this air, Born here of parents born here from parents the same, and their parents the same, I, now thirty-seven years old in perfect health begin, Hoping to cease not till death.'
Whitmans pose van nationale bard en producent van bezwerende, profetische verzen kan de liefhebber van verfijnde, melancholieke poëzie nauwelijks bekoren. Geen wonder dat menig exegeet ijverig op zoek is gegaan naar de spirituele dimensies achter 'Leaves of Grass'. Die zijn er zeker, maar ook Whitmans vurige anti-materialistische pleidooien voor broederschap en generositeit, zijn propaganda van de Amerikaanse ruimte en vrijheid, lijken niet de ultieme achtergrond van zijn werk te vormen. Of liever gezegd, ze bedekken de meest wezenlijke kern van zijn poëzie: zijn homoseksualiteit.
“En zo zal iemand, ben ik dood en heen, beschrijven wat hij noemt mijn leven? Alsof iemand in waarheid iets weet van mijn leven, Terwijl ik zelf vaak denk weinig of niets te weten van wat in waarheid is mijn leven, Een paar wenken, een paar sleutelwoorden en aanduidingen Tracht ik in dit boek tot eigen nut te schrijven.”
Aldus luidt in de vertaling van Wagenvoort een dichterlijk fragment uit 'Inscripties'. Het lijkt of Whitman een hint wil geven zonder zich te verraden. De criticus J. A. Symonds schreef over de lichamelijke kant van Whitmans werk nog voorzichtig: “Whitman zegt nergens met zoveel woorden dat vriendschap aanleiding kan geven tot het ontstaan van fysieke begeerte. Anderzijds veroordeelt hij de begeerte niet expliciet, noch waarschuwt hij zijn volgelingen tegen het gevaar ervan. . .”
Whitman zelf heeft er zeker toe bijgedragen dat zijn homoseksuele aard niet al te prominent doorschemerde. Zo voegde hij bij wijze van lippendienst en om zichzelf te beschermen in het Victoriaanse klimaat waarin hij nu eenmaal leefde, heteroseksuele passages toe aan zijn werk, schrapte al te onmiskenbare regels, veranderde 'hij' en 'hem' zo nu en dan in 'zij' en 'haar' en zelfs het kennelijk te dubbelzinnige 'my love' in 'my girl'. Vooral de latere edities van 'Leaves of Grass' (hij bleef er tot vlak voor zijn dood in 1892 voortdurend aan schaven) laten zien dat hij doelbewust cosmetische operaties uitvoerde om zichzelf voor puriteinse kritiek te sparen.
Er moest dus wel een correctie volgen op het eenzijdige beeld van de grote democraat en mensenvriend. In zijn biografie 'Walt Whitman, A Gay Life' voltrekt Gary Schmidgall die revisie van het algemene oordeel. Hij toont in de eerste plaats overtuigend, vooral aan de hand van Whitmans 'notebooks', aan dat de grote dichter zeker niet alleen de platonische liefhebber der mensheid was, waarvoor sommigen, en met name ook lezeressen, hem graag hielden.
Maar dat Schmidgall een hele stoet minnaars met wie Whitman zijn homoseksualiteit consumeerde, weet te identificeren, is wel het minst interessante gedeelte van deze biografie. Het vormt overigens wel een nodige verbetering van het beeld dat zelfs Whitmans poëtische nazaat en geestverwant Allan Ginsberg honderd jaar later nog van hem opriep, dat van “een eenzame ouwe scharrelaar, snuffelend tussen de vleesproducten in de ijskast en loerend naar de kruideniersjongens”.
Boeiender is dat Schmidgall de sporen van Whitmans seksuele preoccupaties overal in zijn werk aanwijst. Wie de aantekeningen in de notitieboekjes van Whitman over zijn contacten met mannen legt naast de talloze mannelijke omhelzingen in zijn gedichten, ziet opeens hoe de schrijver zijn eigen ervaringen weliswaar gesublimeerd maar ook onmiskenbaar geëxploiteerd heeft.
'I loved a certain person, and my love was not returned/, Yet out of that I have written these songs' schreef Whitman na een crisis in zijn amoureuze leven in de jaren 1859-'60. Met zulke neutrale formuleringen kon het publiek uit zijn tijd wel leven. Maar in Whitmans fameuze 'Calamus'-gedichten liggen de tekens en symbolen voor de fallische liefde van mannen voor mannen eigenlijk voor het oprapen. De titel 'Calamus' zegt al veel want ze verwijst naar een plant met een fallische bloeiwijze en stijve, hoogopgerichte bladeren. Sommige gedichten uit deze cyclus lijken haast expliciet over de mannenliefde te gaan:
'Yet comes one, a Manhattanese, And ever at parting, kisses me lightly on the lips with robust love, And I, in the public room, or on the crossing of the street, or on the ship's deck, kiss him in return; We observe that salute of American comrades, land and sea, We are those two natural and nonchalant persons.'
Natuurlijke, nonchalante kameraden die elkaar publiekelijk kussen, verder ging Whitman niet. Van genitale seks is in zijn werk geen sprake. Maar de goede verstaander weet genoeg.
Niet het gegeven van Whitmans homoseksualiteit maar het feit dat hij het zo wist te verbloemen en er toch ook lucht aan lijkt te willen geven, geeft een tragische dimensie aan zijn werk. Enerzijds was hij de woordvoerder van het vrije Amerika, die zich zelfs voor de sociale gelijkheid van vrouwen en mannen beijverde ('Mijn lied geldt dan het vrouwelijke volkomen even met het mannelijke'), anderzijds schikte hij zich toch noodgedwongen naar de seksuele conventies van zijn tijd.
Totdat in 1855 de eerste uitgave van 'Leaves of Grass' verscheen was Whitman een middelmatig schrijver van prullaria geweest. Schmidgall probeert te verklaren hoe hij ineens zulke grote hoogte bereikte. De sleutel voor de revolutie in zijn werk ligt volgens hem in de opera's die Whitman in de jaren vijftig van de vorige eeuw bezocht. Vooral het optreden van de Italiaanse zangeres Marietta Alboni, raakte hem diep. Met 'Leaves of Grass' schiep Whitman vervolgens een Amerikaanse opera in woorden, vol aria's en cavatines. Aldus legt Schmidgall, zelf een verklaard operaliefhebber, Whitmans opzienbarende literaire eruptie uit.
De homoseksueel die begoocheld wordt door de stem van een dikke diva, het is geen onbekend plaatje: een vrouw die men kan bewonderen zonder haar te hoeven begeren. Whitmans begeerte zal meer uitgegaan zijn naar de soldaten, die hij in de Amerikaanse burgeroorlog als een soort psychotherapeut avant la lettre bezocht, naar de mannen vol 'sweet and lusty flesh' die hij op straat ontmoette. Dat hij in de latere edities van 'Leaves of Grass' zulke formuleringen schrapte zegt het nodige over de ietwat treurigstemmende mystificaties die hij moest plegen om als de grootste Amerikaanse dichter geaccepteerd te kunnen worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.