recensie Picasso, Daumier, Rodin en Degas deden het met kwast op doek, zonder veel opschudding te veroorzaken. Mapplethorpe, Koons & Cicciolina deden het op glanzend fotopapier, met luidruchtige discussies als gevolg. Blijkbaar is porno hard, als het niet in zwierige lijnen is vervat. Kunst of pornografie, dat is opnieuw de vraag nu Andres Serrano in het Groninger Museum zijn recente fotografische werk laat zien. Maar wat vindt Serrano zelf en wat beweegt hem eigenlijk? 'A history of Andres Serrano/A history of Sex', 23 feb t/m 19 mei, Groninger Museum, Museumeiland 1, Groningen. Di t/m zo 10-17 uur. Cat. ¿ 49,50.
Porno en kunst blijft een wat ongemakkelijke combinatie, weet Andres Serrano: “Mensen willen graag het een of het ander. Het is kunst of pornografie. En het feit dat ik kunst wil maken, door expliciet seksueel materiaal te gebruiken of uit de pornowereld beelden te lenen, is voor hen heel moeilijk om te accepteren.” Serrano is niet de eerste die de vermenging onderzocht. Jeff Koons is wel het bekendste voorbeeld (zijn pornoserie met Cicciolina hing in 1993 in het Stedelijk Museum in Amsterdam), maar ook kunstenaars als George Grosz, Pablo Picasso, Honoré Daumier, Auguste Rodin, Egon Schiele, Edgar Degas. . . Het verschil tussen Serrano en Koons en de andere kunstenaars is dat zij de euvele moed hebben de pornotaal in plastische foto's te citeren, terwijl de kanonnen van de 20ste-eeuwse kunst het in veel poëtischer tekenwerk deden. Op glanzend fotopapier is porno blijkbaar hard, niet als het in zwierige lijnen is vervat.
Het verbaast Andres Serrano hoe er de afgelopen weken op zijn nieuwste serie is gereageerd. Van een uitgesproken negatief artikel in het trendy maandblad 'Blvd' - met onder meer een wanstaltige vergelijking met Marc Dutroux - tot meer vermoeide commentaren, waarin de kunstenaar wordt verweten te gemakkelijk te willen scoren met expliciete seksfoto's. “Als het zo makkelijk was, waarom zouden andere kunstenaars het dan niet doen om aandacht te krijgen? Als het alleen maar zou gaan om makkelijk scoren, dan had ik het al veel eerdere geprobeerd. Ik benader mijn onderwerpen niet als een potentieel controversieel thema. Ik groei er op een veel natuurlijker manier naartoe. Het moet toepasselijk zijn op het moment zelf en voor wat ik te zeggen heb als kunstenaar. Pas nu ik 46 ben, voel ik mijzelf in staat een serie te maken die alleen over seks gaat.”
Toch hangt rond Serrano altijd de sfeer van controverse. Zo esthetisch en gestileerd als zijn fotowerken artistiek en technisch zijn, zo uitdagend zijn de onderwerpen: een beeldje van Jezus aan het kruis ondergedompeld in urine (titel: 'Piss Christ'), 'staatsieportretten' van daklozen en leden van de Ku Klux Klan, foto's van lijken in een mortuarium en nu dan de seksfoto's. Het is genoeg om conservatief Amerika op de kast te jagen en het blijkt wat de seksfoto's betreft genoeg om de pennen van de Nederlandse criticasters te slijpen.
Serrano: “Als ik alleen maar zou willen shockeren, dan zou ik niet de verzamelaars en het publiek hebben dat ik heb. Voor hen is er meer dan het controversiële onderwerp alleen. Ze zijn geroerd door het werk, worden verleid, intellectueel geprikkeld, maar ook geprovoceerd en verontrust. En dat is wat een kunstwerk moet doen. Het moet dat allemaal in zich hebben. Het moet emoties overbrengen, informeren, opvoeden, vermaken, intrigeren, mystificeren. Verbijsteren. En hopelijk allemaal op hetzelfde moment.”
Serrano wil met 'History of Sex' een brede verkenning geven van de seksuele fantasie van gewone mensen. Mensen bij wie je niet in eerste instantie aan seks denkt. Zeg maar de huis-tuin-en-keuken-figuren. Slechts een paar van de geportretteerden werken in clubs of treden op. “Mijn modellen zijn alledaagse mensen. Ze hebben goede banen, ze doen het niet louter voor het geld of uit wanhoop of uit een ziekelijke dwang. Daarom ben ik er zo tevreden over. Hun portretten komen in een museum te hangen waar iedereen ze kan zien. Ze worden niet weggestopt in een louche pornoshop in een achterafstraatje. Het is een gezond klimaat, waarin de foto's op hun waarde bekeken kunnen worden.”
“Ik wil mijn modellen menselijk, toegankelijk en emotioneel maken. De mensen en hun gezichten zijn belangrijk. De meeste modellen kijken recht in de camera. Dat zorgt bijna automatisch voor een band met de kijker. Ik wil dat het model daar zonder angst staat. Trots en blootgesteld op hetzelfde moment. Het model moet kunnen zeggen: dit ben ik. De kijker kan dan vervolgens zien wat hij wil zien. Ik toon de dingen waar ik zelf op ben gekomen, maar ben ook op voorstellen ingegaan. 'Leo's Fantasy' - met de piesende vrouw - is bijvoorbeeld een 'verzoeknummer'.”
De resultaten van Serrano's verkenning tonen een mengeling van platte seks en geheimzinnige devotie. Een prachtig voorbeeld is 'The Fisting'. Een naakte man zit op handen en voeten in het gras en kijkt onverschrokken in de camera. Achter hem knielt een in het zwart geklede dame neer. Met haar ene arm houdt ze de torso van de man vast, haar andere arm zit vuistdik in zijn anus. Waar de man recht en frontaal in de camera kijkt, staart de vrouw ondoorgrondelijk in de verte. De handeling is hard, misschien zelfs banaal, maar de foto is dat absoluut niet. Het is een bevroren moment, gespeend van iedere opwinding. Als sferische afbeelding ligt het dichter bij een bidprentje dan bij een pornografische foto. Alleen het onderwerp trekt het naar die pornohoek.
Veel van de foto's hebben dat 'bidprentjes'-achtig karakter, zoals eigenlijk al het werk van Serrano leunt op de katholieke beeldtaal. Vanaf 'Piss Christ' - zonder alle gevoeligheden een spannend én mooi esthetisch, dramatisch tableau - tot de geënsceneerde hardcore-porno. Serrano: “Die referentie naar bidprentjes is onbewust denk ik. Het is wel zo dat ik een affiniteit met de christelijke en vooral katholieke iconografie heb. Er zit ook een doelbewuste spiritualiteit in mijn werk. De foto van Suzanne bijvoorbeeld. Ze is naakt en heeft haar voeten in haar nek. Als ik haar zie, dan moet ik aan een Madonna-figuur denken. De manier waarop ze naar beneden kijkt, de manier waarop het licht op haar valt. Dan is ze een Madonna voor mij. Hetzelfde heb ik bij Antonio en Erica. Een jonge vrouw, 28 jaar oud, met een kaalgeschoren hoofd en een oude man - ook kaal - die haar in zijn armen heeft. Dat is een religieus beeld, een piéta. Sommige beelden hebben voor mij die devote kwaliteit, als een hommage aan een christelijk ideaal.”
“Voor mij was het heel ironisch om tijdens de controverse rond 'Piss Christ' te worden aangevallen als een anti-christelijke kwezel. In mijn hart voel ik mij nog steeds een christen. Ik verzamel ook religieuze voorwerpen. Oude objecten zoals iconen en vooral houtsnijwerk uit de vijftiende en zestiende eeuw. Zij hebben voor mij een mooie robuuste kwaliteit. Ik ben opgevoed als christen en ik heb nog steeds een affiniteit met het christelijke geloof. Het enige waar ik bezwaar tegen heb, zijn christelijke of katholieke dogma's. Ik ben geen praktiserend katholiek, maar ik ga wel naar de kerk, zowel als fan als verzamelaar. Ik geloof nog steeds in God. Ik voel mij zelfs gezegend dat God mij laat doen wat ik doe. Ik denk dat het niet alleen het lot is, maar ook Gods wil. Als Hij niet wilde dat ik dit werk deed, dan was het niet gebeurd, dan was me allang iets overkomen.”
Niet alleen de katholieke beeldtaal met al haar drama en pathos is een inspiratiebron voor Andres Serrano, ook de klassieke schilderkunst. De foto van een zestienjarige Groningse - op haar knieën in het gras, heur haar wapperend in de wind - is voor de kunstenaar bijvoorbeeld een Botticelli. Om de piéta-foto aan Michelangelo toe te schrijven, gaat echter te ver. “Dat is te specifiek. Het is meer een archetype. De verwijzingen naar de kunstgeschiedenis zijn er wel, maar uiteindelijk gaat het om meer universele beelden. Het gebeurt niet vaak dat ik me een beeld van een bestaande kunstenaar toe-eigen of reconstrueer. Die verwantschap met Botticelli zag ik pas achteraf. In de loop der jaren heb ik zoveel gezien en in mij opgenomen, dat ik niet meer direct hoef te verwijzen. Meestal is het een combinatie van indrukken en dat vervat in een archetype.”
Maar waarom dan dat porno-element? Waarom niet volledig geklede modellen?
“Voor mij is het geen porno-element, maar het tonen van de seksuele activiteit van doodgewone mensen, waar wij niet in seksuele termen naar kijken. Het spirituele, christelijke en katholieke gevoel dat in mijn werk zit, dat devote, is iets dat ik in al mijn foto's gebruik. Of ik nu de Klan of de lijken in een mortuarium fotografeer.”
En toch. Veel mensen zien niet het esthetische beeld dat je wilt maken, maar die pornohandeling. Dat confronterende beeld. Ze kunnen daar niet omheen kijken.
“Dat zal voor sommige mensen zeker zo zijn, maar ik denk dat anderen wel meer zien dan die fistfuck of die vrouw die in de mond van een man piest. Ik zag net hier om de hoek in de etalage van een pornoshop foto's van piesende vrouwen en toen viel mij weer heel duidelijk het verschil op. Ik maak mijn foto's niet als masturbatiemateriaal. Al gebruik ik op een bepaalde manier de taal van de porno, het ligt daar toch ver vandaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.