*

 

'EIGENLIJK VOEL IK ME STEEDS GEZONDER

TIJS VAN DEN BOOMEN − 09/09/95, 00:00

recensie Seropositieve druggebruikers verenigen twee hedendaagse plagen in één lichaam. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor henzelf en hun omgeving. Acht patiënten zijn geportretteerd in het boekje 'Seropositief verder', waarin ook tips en adressen staan. Joost Brantas (1960) is er één van: 'Ik kan er nu mee omgaan'. 'Seropositief verder'; schriftelijk te bestellen (f 10,-.) bij de SOA Stichting, Postbus 9074, 3506 GB Utrecht.

Vroeger was ik niet zo verstandig, maar je wordt ouder. En ik zit in een luxe situatie met mijn methadon en MS Contin, een morfinesulfaat. Dat is wel eens anders geweest. Waarschijnlijk heb ik het virus opgelopen rond 1988 toen ik veel coke gebruikte. In die tijd heb ik ook mijn relatie en mijn huis verspeeld. Een krankzinnig jaar, de ambulance heeft heel wat keren voor de deur gestaan. Mijn huis was een zoete inval, een echt gebruikerspand. Van al die vrienden die ik toen had zal er op m'n begrafenis wel niemand komen. Veilig gebruik was de norm, het was absoluut niet zo dat iemand met dope kwam en dat we dan samen één spuit gebruikten. We begonnen keurig aan tafel ieder met zijn eigen spuit, lepel, water en filters en een toilettas met schone spuiten bij de hand. Maar ja, als je anderhalve gram bruin achter je kiezen hebt en je ogen half dichtzitten ga je fouten maken. Door de coke blijf je maar gebruiken, je gaat niet out. In die chaos moet het gebeurd zijn. Mijn vriendin is de dans ontsprongen, ze heeft net op tijd de poten genomen.

Mijn ouders hebben allebei in het Jappenkamp gezeten. Een psychiater zei tegen mijn vader dat hij niet in staat was om kinderen op te voeden. 'Krijg de pleuris', zei mijn pa, en dat zou ik misschien zelf ook hebben gezegd. Maar achteraf heeft die vent wel gelijk gekregen. Mijn jongste broer is uit het leven gestapt toen hij zestien was. Mijn oudere broer en ik hebben vanaf een jaar of twaalf een hele rits tehuizen, rijksinrichtingen en tuchtscholen achter de rug: het Poortje, de Dreef, Lloyd Hotel. Ik was opstandig, organiseerde bezettingen, liep weg, dook onder.

En als je achttien wordt, krijg je ineens een uitkering en ben je vrij. Ik heb toen in Groningen een pand gekraakt, vlak bij de Bunker, een gedoogruimte waar dertig dealers een tafel huurden. Mensen uit de hele provincie kwamen er scoren en soms sliepen ze bij ons. Af en toe kreeg ik ook wat bruin. Niets aan de hand tot je merkt dat je wel erg vaak griep hebt en dat het bij toverslag is verdwenen als je wat gebruikt. In 1980 ging de Bunker aan zijn eigen succes ten onder, net zoals Perron Nul vorig jaar. Het was crisis, ik ging in Amsterdam scoren en werd een kleine koerier. Mijn tehuizenverleden kwam me goed van pas om me staande te houden op de Zeedijk. Later kwam ik bij de beroemde dokter Hardenberg terecht. Hij schreef me grote flessen methadon voor waar je lekker stoned van werd. Binnen de kortste keren was ik ook daaraan verslaafd. Uiteindelijk ben ik Amsterdam ontvlucht en na een afkickpoging ging ik naar de mts in Rotterdam. Maar langzaam ging ik ook daar weer aan het gas.

Piet, mijn voormalige schoonvader, is orgeldraaier. Ik heb een aantal jaren met hem meegelopen. 's Morgens om kwart voor acht het orgel uit de stalling halen en de markten en de cafés af. Hij wist wel dat ik gebruikte, maar dat interesseerde hem niet, als ik maar op tijd was. Hij liet me ook altijd werken met een geldbus zonder slotje. Dat vertrouwen vond ik fantastisch. Achteraf hoorde ik pas dat je altijd door de mand valt als je jat, die marktkooplui zien alles en brieven dat door.

Om als orgeldraaier voor mezelf te beginnen moest ik een lening afsluiten. Voor de zekerheid heb ik me toen eerst medisch laten checken. Een geeltje vond ik te duur dus ging ik naar het Dijkzigtziekenhuis, daar is het gratis. Op mijn dertigste verjaardag moest ik de uitslag halen. De arts wilde me meteen opnemen omdat ik syfilis had in het tweede stadium. 'En aids dan?', vroeg ik. Verstrooid draaide hij het blaadje om en zei: 'O ja, je bent ook seropositief, daarvoor moet je naar de sociaal verpleegkundige, je hebt een gesprek nodig om het te verwerken.' Maar ik ging natuurlijk meteen scoren en ben knetterstoned naar de methadonpost gegaan. Ik had geluk met de hulpverleenster die me opving, dat is een prima wijf. Zij lulde me het ziekenhuis in om me te laten behandelen voor die syfilis. Op dat moment dacht ik wat kan mij die sjanker schelen, maar als ik me toen niet had laten behandelen had ik nu als een mongool in een verpleeghuis gelegen.

Ik heb zelf aan de grote klok gehangen dat ik positief ben, dan weet je meteen waarom mensen raar gaan doen. Eerst had ik spijt als haren op m'n hoofd, als ik bijvoorbeeld een leuke meid tegenkwam en anderen achter mijn rug tegen haar stookten dat ze op moest passen. Terwijl ik met seks altijd straight ben. Met losse scharrels is het simpel, dan gebruik ik een condoom. Maar met een vrouw die ook seropositief is, vind ik dat moeilijk. Het aidsvirus heeft een passieve en agressieve variant, dus je moet oppassen voor herbesmetting. Maar soms ben ik zwak en dan vrij ik zonder condoom met een meisje dat zelf ook seropositief is. Naderhand baal ik dan. Achteraf ben ik blij dat iedereen het weet. Ik heb tenminste niet die stress wie het weet en wie niet. Ik hou van openheid. Zoals de reactie van Piet:: 'Je hebt aids, niks aan de hand. Probeer wat meer te zuipen en wat minder te gebruiken.' Meer zuipen is wel gelukt, want je komt met zo'n orgel in veel cafe's. De eerste jaren dat ik positief was bleef ik voor hem werken. Maar nu doe ik het nog maar sporadisch, ik houd het niet meer vol om de hele dag met die geldbus te lopen manzen.

Mijn buurman Hans Warendorf heb ik het ook meteen verteld. Ik kan het ontzettend goed met hem vinden. Ik heb zelfs de sleutel van zijn huis voor het geval dat ik ziek word en op moet bellen. Ik ga soms ook bij hem eten, dan zegt hij dat hij die goulash-schotel toch wel maakt voor zichzelf en de kinderen. Maar vaak doe ik alsof geen trek heb, ik wil de deur niet platlopen. Hij heeft altijd wat weed voor mij in huis, zoals hij voor andere vrienden een biertje in de koelkast heeft. Maar ik zal de sleutel nooit gebruiken om zelf weed te pakken. Ik kan er nu mee omgaan. Als dat ooit niet meer zo zou zijn, dan geef ik ons contact op.

Ik slik veel medicijnen, van AZT tot Bactrimel. Ze staan in een speciaal kastje aan de muur in m'n woonkamer. Ik heb geen zin om de hele dag op en neer te lopen naar de keuken. En ik kan ze ook niet op tafel laten staan: m'n hond Kafka heeft eens een hele pot Seresta Forte leeggevreten. De dierenarts heeft hem moeten doorspoelen. Om te weten wat voor rotzooi ik binnenkrijg, heb ik het Farmacotherapeutisch Kompas gekocht. Je moet je oriënteren, de voors en tegens afwegen.

Ik slik al lang AZT en het virus is bij mij al flink resistent. Daarom doe ik mee aan een wetenschappelijk onderzoek naar 3TC, een nieuwe aidsremmer. Mijn gebruik heb ik in de hand, af en toe een halve gram bruin en twee strepen wit. Toen ik alleen methadon en Seresta kreeg, werd ik 's morgens steeds om vijf uur wakker van de pijn en de diarree. Dan scheet ik mezelf helemaal leeg. Toch hield de methadonpost vast aan zijn officiële maximum van zeventig milligram. Ik heb het aan mijn huisarts voorgelegd - zonder lulverhalen of zielig doen - en die schreef toen dat morfinesulfaat voor. Het is een prima kerel, je moet hem alleen nooit verneuken, dan kun je het schudden. Hij is katholiek, maar toen hij hoorde dat ik seropositief was, zei hij meteen dat ik geen andere arts hoefde te zoeken bij euthanasie.

Ook met de internist van het Dijkzigt heb ik een goede band. Ik moet op gewicht blijven, zij wil juist niet dikker worden. Ons totale gewicht moet 120 kilo zijn, dus gaan we samen op de weegschaal staan. Dat werkt bij mij beter dan dat ze steeds zegt dat ik moet eten. En elke keer die zelfde vragenlijst, ik heb het een keer omgedraaid en haar het hemd van het lijf gevraagd. Dat speelt ze dan mee. Je moet blijven lachen, anders kun je net zo goed meteen gaan liggen. Zo'n wachtkamer met al die depressieve mensen, het lijkt soms wel een rouwkamer. Je moet ook gewoon leven, plezier maken. Niet alleen maar met medicijnen, kwalen en behandelingen bezig zijn. Ik wil niet nog meer medicijnen, 3TC was het laatste. Ik heb mijn bijdrage als proefpersoon daarmee wel geleverd. Mijn T4-getal daalde een tijd geleden onder de 200, sindsdien werd het niet meer gemeten omdat het voor de behandeling niet interessant is. Met zo'n getal maak je je alleen maar gek. Vorige maand wilde mijn internist het toch weer eens meten en toen bleek het ineens op 260 te liggen. Ik weet wel dat het virus voortschrijdt en ik heb een iets verhoogde afbraak van witte bloedcellen, maar eigenlijk voel ik me steeds gezonder.''

mailIcon print |