recensie Ronald Naar: 'Sneeuwhoogten, Europese gebergten op ski's verkend'. Uitgeverij Bosch en Keuning, 160 blz., ¿ 59,50.
In het met mooie foto's en overzichtelijke kaarten goed opgemaakte avonturenboek Sneeuwhoogten doet Naar verslag van veertien skitochten door bergketens in Europa, Marokko en IJsland. Het boek is een duidelijke stellingname tegen het geforceerde massatoerisme richting natuur, en daardoor een verademing voor de vele skiliefhebbers die net als ik steeds minder lol beleven aan de witte sport. Die gefrustreerd raken door steeds vollere, in het wilde weg in het Alpenlandschap geplempte betonnen pistes en de op romantische bergplekken verrijzende zelfbedieningsrestaurants.
En die misschien ook al onrustig beginnen te worden door de nieuwste trend onder skiërs: het zogenaamde toerskiën, waarbij iets meer afgelegen gebieden nu ook al worden veroverd door horden skiërs onder leiding van skileraren en entertainers. Waarbij de (klim)toer niet langer een avontuur en persoonlijke ontdekkingsreis is, die goede voorbereiding en kennis van de natuur vereist, maar een georganiseerd uitstapje voor iedereen.
AANNEMERS
Ronald Naar begint zijn boek met een toer door de Tiroler Gletschergebieden, die beheerst worden door 'veelarmige monsters van beton, buizen en staaldraad', waardoor het natuurvriendelijke, sportieve karakter van het skiën totaal verloren gaat. In zijn wat kinderlijke schrijfstijl laat Naar zijn Oostenrijkse gids Alois haarfijn uit de doeken doen hoe plaatselijke aannemers en alleen op gewin beluste bestuurders de milieubeweging handig weten te omzeilen.
Op de volgende pagina's vertrekt Naar gauw naar het eenzame Finland en nog een hoofdstuk later naar het warme Corsica waar toch een skitocht mogelijk blijkt te zijn. De dagboekachtige beschrijvingen van eenzame landschappen vol poolzwanen, Finse sauna's en later de Corsicaanse variant op het Friese 'klunen' - het 'horizontaal-boompje-klimmen' aan de voet van Corsica's hoogste berg, de Monte Cinto - brengen snel leven op de luie bank thuis. Juist omdat Naar ook beschrijft hoe vaak hij of een van zijn toergenoten het 'even zat' zijn, of iemand met de lompe plastic skischoen even misgrijpt en tot aan het kuitbeen verdwijnt in het ijskoude rivierwater, maakt hun tochten menselijk en spannend.
GLETSJERSPLEET
Na nog een paar toeren door onder meer Ijsland, Bulgarije, Marokko en een afgelegen stukje Zwitserland bij het Berner Oberland beginnen de reisverslagen een vast stramien te krijgen. Er is altijd weer ergens een levensgevaarlijke lawine of gletsjerspleet, die hij of een toergenoot ruim of net overleeft. Dan zijn er altijd inheemse bergboeren of gidsen, die op een afgelegen bergboerderij of Alm wakker worden geschud om het uitgehongerde of onderkoelde groepje van Naar vriendelijk op te vangen. Of die met hun hoofd staan te schudden als ze horen van welke gevaarlijke berg de skiërs nu weer zijn afgekomen.
Maar het stramien verveelt niet echt, omdat er elke keer ook weer een stukje geschiedenis of antropologie van de betreffende streek wordt beschreven. En omdat er altijd een stuk skitechniek in wordt verweven, waardoor je als een beetje getrainde skiliefhebber ook op de bank het gevoel krijgt met één been in Naars skibinding mee te klimmen. De zonnige panorama-foto's van de toeren doen met een beetje fantasie de geraniums in de vensterbank even veranderen in Edelweiss, en de magnetron ruikt bijna naar spirituskoker.
PAPA
Al lezende krijg je zin om weer eens op skipad te gaan, juist omdat de beschreven gebieden ook voor niet-professionals enigszins bereikbaar zijn. Het stimuleert om zelf na te denken hoe je een toer zou plannen zonder daarbij overigens meteen de avonturen van Naar te moeten nadoen.
Het aanvankelijke gevoel van lichte onrust over de eigen luiheid verdwijnt gelukkig aan het einde van een avondje lezen in Sneeuwhoogten. Het op een na laatste verhaal over een al opmerkelijk korte tocht naar de Siciliaanse Etna begint met de vertederende vraag: 'Je blijft toch niet te lang weg, hè, papa?' van peuter Victor. Ronald Naar is inmiddels vader geworden. Zijn vrouw Tilleke, eerder veelvuldig toergenote van Naar, trekt nu niet meer met hem door het eeuwige ijs, maar staat op Schiphol met aan elke hand een kind. Zij is moe, zo laat ze weten in het boek, van de combinatie werk en kind, steeds maar alleen, zonder haar klimmende echtgenoot.
In het laatste hoofdstuk, op cross country-skies door Noorwegen, trekt Naar dan voor het eerst op met een vrouwelijke gids-studente. Ik lees dat zij twintig is en hoogblond en vraag me af waarom ik dat moet weten. Dan reken ik uit dat Naar inmiddels bijna veertig is en denk 'ach ja, natuurlijk.' Doe me nog maar een glaasje wijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.