*

 

Een van de kogels, de slimste van de serie, trof Atanazy recht in het hart

T. VAN DEEL − 24/01/97, 00:00

recensie Stanislaw Ignacy Witkiewicz: Afscheid van de herfst. Vert. Karol Lesman. Meulenhoff, Amsterdam; 376 blz. - ¿ 55.

Hij schreef tientallen toneelstukken, voorafschaduwingen van het latere absurde theater; hij ontwikkelde een eigen filosofie, ook van de kunst; tot 1925 was hij bovendien als schilder uiterst actief; hij fotografeerde, polemiseerde, hield lezingen over kunst en filosofie, experimenteerde met het gebruik van verdovende middelen voor artistieke doeleinden. Zijn twee romans 'Afscheid van de herfst' (1925) en 'Onverzadigbaarheid' (1930) behoren tot de belangrijkste werken uit de Poolse literatuur.

Maar niet alleen vanwege de omvang en gevarieerdheid van zijn creativiteit is Witkiewicz een duivelskunstenaar te noemen, ook vanwege de scherpe en diepgaande peiling van de menselijke geest, de mateloze aandacht die hij wist op te brengen voor de dualiteit van lichaam en geest, en de morele kwesties die daaruit voortvloeien. Religie, kunst en filosofie beschouwde Witkiewicz als reacties op een metafysische angst die mensen bevangt wanneer ze zich bewust zijn van het mysterie van hun bestaan.

Hij zelf zou in het voorafgaande verschillende woorden zeker met een hoofdletter hebben geschreven. De algemene teneur van zijn werk is deze, dat er een nieuwe maatschappij op komst is, waarin het individu en zijn metafysische angst ontkend zullen worden ten gunste van de collectiviteit en de automatisering. Beide romans zijn in feite ondergangsprofetieën.

'Onverzadigbaarheid' is niet alleen in de roman die zo heet een veel voorkomend woord, ook in 'Afscheid van de herfst', dat nu in vertaling is verschenen, wordt het dikwijls gebezigd. Het heeft altijd iets te maken met ervaringen die het louter fysieke bestaan ver te boven gaan: “deze absoluut onbevredigbare onverzadigbaarheid, dit als ice-coffee door een dun rietje drinken van de oneindigheid”. Het raadsel, en ook de willekeur, van het bestaan wordt hier geproefd: “Het is, maar het had net zo goed niet kunnen zijn, ik had er niet kunnen zijn, er had ook niets kunnen zijn.” De roman bevat voor een aanzienlijk deel filosofische en psychologische bespiegelingen van een duizelingwekkend gehalte. Het verhaal, de intrige, is veeleer de aanleiding voor een verbaal vuurwerk zonder weerga, waarin het reflexieve element sterk de boventoon voert.

De centrale figuur is Atanazy Bazakbal die al meteen op de eerste bladzijde laat blijken door welke duivels dualisme hij, en hij niet alleen, bezeten is. Hij heeft voor zichzelf vastgesteld dat hij zijn verloofde “van wie hij juist in deze tijd al te zeer was gaan houden” zal gaan bedriegen met Hela Bertz. Hij brengt dit “verderfelijke plan” ten uitvoer, maar het levert hem wel van de zijde van Hela's minnaar de uitnodiging tot een duel op. Daarbij raakt hij gewond, een feit dat juist leidt tot innige verbroedering met de tegenstander.

Hela, een schatrijke jodin en in alle opzichten, vooral seksueel, een ander dan zijn verloofde, bekeert zich tot het katholicisme, doet boete en trouwt met haar minnaar. Het stel blijft omgaan met Atanazy, die ook trouwt met zijn verloofde, maar intussen geregeld zijn seksuele heil bij Hela zoekt, een bedrog dat de liefde voor zijn vrouw alleen maar aanwakkert.

De geheime relatie tussen Atanazy en Hela, haar duistere aantrekkingskracht, moet wel afstevenen op een fatale afloop. Die vindt dan ook plaats en heeft tot gevolg dat beide geliefden, die intussen een puur sadomasochistische omgang met elkaar hebben, het land uit vluchten en naar India trekken. Als Atanazy na enige tijd terugkeert naar Polen heeft zich daar een revolutionair bewind gevestigd van communistische signatuur en als om aan te geven dat het individu daarin geen recht meer heeft van bestaan, wordt Atanazy op het eind van de roman voor het vuurpeleton gezet en doodgeschoten:

“Een knal en een vreselijke pijnscheut in de maagstreek, een pijn waar hij psychisch sinds lang tegen verdoofd was (sinds een paar minuten), de eerste grote fysieke pijn in zijn leven, de eerste en de laatste. Het is vast de lever, dacht hij. En tegelijk was er het zalige gevoel dat hij geen hart had en dat het nooit meer zou kloppen, nooit meer. Een van de kogels, de slimste van de serie, trof hem recht in het hart. Met een gevoel van buitenaards genot, wegzinkend in het zwarte, van de essentie van het leven doordrenkte niet-zijn, wat niet alleen een illusie is van niet met elkaar in overeenstemming te brengen tegenstrijdigheden, maar datzelfde juist, dat enige en toch nimmer vervulbare, ook niet op het moment van de dood zelf, alleen een oneindig tijdstipje erna. . .”

Een dergelijke passage geeft al een indruk van de verwikkeldheid van Witkiewicz' stijl en zijn in paradoxen getrainde manier van denken. De exuberantie van zijn beelden, zijn opzwepende zinsbouw en verrassende woordkeus maken de lectuur van deze roman niet tot een eenvoudige, maar wel tot adembenemende aangelegenheid. Als volgt gaat Atanazy tot Hela in: “Atanazy stortte op haar neer als een kerktoren die zojuist een tweeënveertig centimeter granaat verslonden had en met een onweerstaanbare stoot van zijn bloederige zwengel tot vlak onder haar hart nagelde hij haar aan zich vast, en zo veroverde hij haar voor eeuwen.”

Geregeld neemt de roman de gedaante aan van een toneeltekst, wanneer een aantal mensen met elkaar in dispuut raakt, bij voorbeeld als de katholieke priester met Hela de kernkwesties van het geloof doorneemt. Ook voegt Witkiewicz informatieve passages toe, in cursief gedrukt, waarin hij korte samenvattingen van zijdelingse gebeurtenissen of van levens geeft. Door de opzet en de vertelwijze laat het boek zich bij uitstek kennen als een modernistische roman.

Het cocaïnegebruik, aan de werking waarvan heel wat bladzijden zijn besteed, moet waarschijnlijk beschouwd worden als een van de vele vormen van geperverteerdheid en decadentie (de algehele 'smeerlapperij' zoals het heet), die in deze roman aan de orde van de dag zijn. Er wordt gesproken van “het arrangeren van monstruositeiten”.

In hoeverre alle uitspattingen en andere, grotesk uitvergrote gebeurtenissen en gedachtengangen als satire gelezen moeten worden is lang niet altijd duidelijk. Het is niet makkelijk uit te maken waar Witkiewicz, en met wie of wat, de draak aan het steken is. Wordt, bij voorbeeld, het katholicisme nu juist geprezen of bespot? Verhelderend is wel wat Lesman opmerkt over het vermeende antisemitisme van Witkiewicz: hij hekelt in de roman juist de indertijd heersende antisemitische opvattingen van veel van zijn landgenoten.

Wat de leeswijze en de interpretatie van de roman betreft had ik graag in het nawoord meer bijzonderheden willen vernemen. Nu wordt de roman parodistisch en humoristisch genoemd en zijn de personages “stuk voor stuk overbodige, 'gewezen' mensen die tegen de achtergrond van het aan mechanisering blootstaande leven in een laatste stuiptrekking op zoek gaan naar het geheim van het bestaan. Verscheurd tussen leven en kunst, erotiek en verdovende middelen, filosofie en religie doen ze nog een laatste wanhopige poging om te ontkomen aan de verlammende verveling en de sinistere leegheid die hen van alle kanten belagen.”

Geen enkele samenvatting doet natuurlijk recht aan de verbijsterende boordevolheid en dubbelzinnigheid van een boek als dit, maar deze is wel erg op afstand gehouden en geeft bij de daadwerkelijke lezing van de roman niet veel hulp. Aan de enorme vertaalprestatie die 'Afscheid van de herfst' is, doet dit natuurlijk geen afbreuk.

mailIcon print |