*

 

Beslagen tong en jeuk aan de anus

HANS ESTER − 09/02/96, 00:00

recensie Thomas Mann: Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans Dagboek 1940-1948. Gekozen, vertaald en geannoteerd door Paul Beers. De Arbeiderspers, Amsterdam; 368 blz. - ¿ 59,90.

Deze notitie, gemaakt op 8 februari 1942 in het Californische Pacific Palisades, geeft precies de hoofdingrediënten aan van de Amerikaanse dagboeken uit de jaren 1940-1948 waaruit Paul Beers een mooie keuze heeft gemaakt. Ze laten zowel het benepene als het geniale van Thomas Mann zien.

Om met het schadelijke en compromitterende te beginnen: Thomas Mann komt uit deze notities naar voren als een man die pijnlijk gedetailleerd alle kwaaltjes en 'Wehwehchen' observeerde en schriftelijk vastlegde. Of het nu om een beslagen tong of om jeuk aan de anus gaat, het moet en zal in het dagboek worden opgetekend.

Het effect van deze notities is ontluisterend. Vooral, wanneer de lezer beseft dat echtgenote Katia Mann altijd weer de kastanjes uit het vuur moest halen om de grote Thomas Mann het leven zo geriefelijk mogelijk te maken.

Wat Thomas Mann zelf vermoedelijk als compromitterend zag, zijn de passages waarin hij zijn ontroering bij het zien van aantrekkelijke jonge mannen beschrijft. Voor de lezer van nu zijn die gedeelten ongetwijfeld opvallender waarin hij commentaar geeft op de brieven van zijn Amerikaanse geldschieter Agnes Meyer. De notities bevatten een vernietigend oordeel over de vrouw die Thomas Mann aan een gasthoogleraarschap in Princeton hielp en hem bovendien een goed betaalde erebaan bezorgde aan de Library of Congress in Washington en ook verder in financieel opzicht voor hem garant stond.

Aan de andere kant moet worden gezegd dat Agnes Meyer nu niet bepaald op subtiele wijze probeerde om Thomas Mann tot haar minnaar te maken.

In de dagboeken opgenomen notities over een karig uitgevallen ontbijt of over een sigaar die niet smaakt, vallen qua belang in het niet bij de gedachten van Thomas Mann over de politieke ontwikkelingen in Europa. Reeds in 1933 had Thomas Mann Duitsland verlaten. Aanvankelijk ging hij naar Zwitserland, daarna zette hij noodgedwongen zijn werk voort in de Verenigde Staten.

De ballingschap drukte Mann met de neus op feiten. Was Duitsland politiek gezien een democratische republiek gebleven, dan had Thomas Mann ongestoord de zeven wereldzeeën kunnen bevaren. Nu echter het democratische Duitsland ten prooi was gevallen aan de Nazi's, bevond het Duitsland van de geestelijke waarden zich in de diaspora. Thomas Mann kon zich niet aan de verantwoordelijkheid onttrekken: hij werd prominent vertegenwoordiger van het betere Duitsland.

De dagboeknotities laten zien dat hij de gebeurtenissen in Europa op de voet volgde, dat hij het Faustische in het wezen van de Duitser bestreed om daarnaast te pleiten voor het geestelijke Duitsland van Goethe en Hölderlin. Uit de open brief van 7 september 1945 aan de collega-schrijver Walter von Molo (die door Paul Beers in vertaling aan de dagboeken werd toegevoegd) spreekt duidelijk de verscheurdheid van Thomas Mann: hij kon zich innerlijk niet losmaken van het Duitsland dat gemoord en geleden had.

Vermoedelijk kon hij dat niet, omdat hij zelf een tijd lang in de traditie had gestaan die de democratie verwierp en omdat ook hij zich ten diepste bewust was van het verband tussen de hoogste kunst en de meest verwerpelijke duivelsdienst. Het is niet voor niets dat Thomas Mann in deze dagboeken verslag doet van het werk aan zijn roman over het noodlot van Duitsland, gebundeld in het brandglas van de componist Adrian Leverkühn: de roman 'Doktor Faustus'.

mailIcon print |