*

 

De onbreekbare roze bril van Wim Koole

RUUD VERDONCK − 12/10/96, 00:00

recensie Wim Koole, ex-directeur televisie van de Ikon, kan met zijn staat van dienst moeilijk verweten worden naïef te zijn, maar hij is wel een onverbeterlijke optimist met een, toegegeven, soms benijdenswaardig positief mensbeeld. Dat toonde hij drie jaar geleden al aan met zijn proefschrift 'De troost van televisie'. En in zijn nieuwe boek 'Een spoor van emoties' heeft hij die troostgedachte nog wat verder uitgewerkt, nu aan de hand van zijn eigen carrière bij de Ikon tussen 1963 en 1990. Wim Koole: Een spoor van emoties. Uitgeverij: Kok, Kampen. 172 pagina's. Prijs: ¿ 27,50

Wim Koole's eigen omroepervaring biedt hem voldoende houvast bij het verdedigen van zijn stellingen, maar daarbij geldt dan ook dat hij voor een zeer specifieke zendgemachtigde werkte, die een beperkte, welomschreven opdracht had (heeft) en aan het venster vrijwel alleen geïnteresseerde, meelevende kijkers ontmoet. Koole hoefde niet zonodig op de kijkcijfers te letten. Dat was wel mooi meegenomen en voor een tv-maker een schitterende uitdaging, maar de eerste opdracht gold natuurlijk kwaliteit in kerkelijke uitzendingen.

Aanvankelijk, toen de Ikon nog Ikor heette, moest hij bij de kerken een onafhankelijke positie voor zijn omroep bekampen, waarbij het belangrijkste voordeel was dat hij in elk geval wist wat het medium televisie kon: een gedachte, een idee, een emotie overbrengen. De kerken wilden de leer vooral terugzien en hadden nauwelijks een notie van de werking van drama. En dus was er soms sprake van 'hardvochtige' of 'agressieve' kritiek op de hele omroeplijn, die met een tamelijk pastorale verdediging eigenlijk vrij eenvoudig te pareren was. Dat is (was) Koole wel toevertrouwd. “Nooit heb ik zelf de portefeuillekwestie gesteld, al was de sceptische gedachte dat kerken wel weten hoe ze hun dwarsliggers moeten kwijtraken niet altijd vreemd. Verliefdheid op het vak was een veel doorslaggevender reden om tegen de druk in vol te houden.”

Toen die positie eenmaal bevochten was en met veelal openlijk uitgevochten conflicten bestendigd werd, kreeg Koole de mogelijkheid om met dramatische middelen de boodschappen over te brengen. Dat gebeurde inmiddels in de jaren zeventig, in een tv-landschap waarin de vrijheid van de andere omroepen en zendgemachtigden nu juist beperkter werd. De scoringsdrift werd groter, de reclame-inkomsten moesten bewaakt worden, nieuwe omroepen met alleen het uitgangspunt van pret voor allen (of voor iedereen onder de 35 jaar) eisten hun deel van de ruimte zowel in het landschap als bij de kijker op.

In die situatie kon de Ikon zich optimaal profileren, eigenzinnig voor eenheid in kwaliteit kiezen. Koole zag zich daarin bij voorkeur als “het kleinschalige, bevoorrechte type van de Amerikaanse tv-producer. Bevoorrecht omdat ik geen zender voor mijn plannen hoefde te winnen”.

In die omgeving kon Kenmerk groeien, kon de controversiële Geloof, Hoop en Liefde-show worden gemaakt waarin Wim Neijman doorbrak, en kon Wat gebeurt daar nou? worden uitgezonden, een opvallende en gedenkwaardige reeks reportages over de Bhagwan-beweging. Konden volop confronterende jeugdprogramma's worden uitgezonden. En bereikte het oorspronkelijke drama een grote hoogte. Dat is allemaal waar en het is nauwelijks een aanvang van een opsomming van wat er onder Koole allemaal gebeurde.

Wat óók waar is en waar Koole dan eigenlijk in 'Een spoor van emotie' vrijwel aan voorbijgaat, is dat in de jaren tachtig de Ikon tegelijk gemarginaliseerd werd, zoals er ten gevolge van ontkerkelijking en ontzuiling en een groeiend tv-aanbod veel meer omroepen een andere rol kregen. Kijkpatronen veranderden, voorkeuren werden ondoorzichtig en interesses werden steeds meer gedicteerd door het zapgedrag. Anders gezegd, wie betrokkenheid en troost zocht bij de televisie, moest die ook werkelijk willen zoeken. Niet voor niets baseerde Koole het onderzoek voor zijn promotie op emotionele uitzendingen van Ikon, KRO, EO en Humanistisch Verbond.

Zittend aan de telefoon na indringende Ikon-programma's ervoer Koole hoe mensen betrokken kunnen zijn en troost kunnen putten uit de televisie. Allemaal ongetwijfeld waar en nog steeds gaat dat op voor een deel van de programma's en kijkers; maar het is natuurlijk een karikatuur om de televisie nog te zien als een medium waar een emotioneel onderwerp aan de orde wordt gesteld, waarna de televisie thuis uit gaat om nog eens in gezinsverband na te praten en eventueel de telefoon te grijpen voor een begripvol gesprek. Het zou mooi zijn. In een uitzonderlijk geval gebeurt dat wel, maar doorgaans wordt gewoon verder gezocht naar iets anders, liefst minstens zo opwindend als Lief en Leed.

“Het woord emotie-tv”, zegt Koole, “heeft een dubieuze klank en wordt vaak met twijfelachtige motieven als tranen trekken, exploitatie van leed en het speculeren op sentimenten bij het publiek in verband gebracht. Desondanks gebruik ik het ook voor programma's zoals documentaires die een overwegend door emoties beheerst onderwerp behandelen. Emotie is in elk televisieprogramma een belangrijke bron van informatie en daar is niets mis mee. Waarom zouden we het voorrecht van een duidelijke naam uitsluitend aan de triviale toepassingen gunnen?”

Wim Koole is, zoals gezegd een rasoptimist. Emotie-tv heeft inderdaad een dubieuze klank gekregen, en in plaats van zich van die exploitatie-kant af te keren, wil hij er steeds zijn eigen invulling van de rol van de emotie op de televisie in terugzien. En het tv-programma blijven beschouwen als trooster van de kijker. Natuurlijk ziet hij ook wel dat de draaiende camera aan de voordeur bij 'Het spijt me' een emotioneel weerzien van met elkaar in onmin geraakte mensen afdwingt, maar dat is alleen een constatering in de marge. Hij haalt niet de zeis over de exploitatie van per advertentie in de krant opgevraagde emotionele koprollen. Liever kijkt hij naar de omroepen (waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen publieke of commerciële) die met beperkte budgetten toch uren moeten vullen, makkelijker kiezen voor praatprogramma's en daar dan liefst de emotie vanaf laten druipen, terwijl er een min of meer deskundige bij de hand wordt gehouden als excuus-Truus. Niet alle praatprogramma's over emotionele zaken worden zo in elkaar gezet, maar er is wel een reeks van aan te wijzen.

Koole overweegt dan: “Televisie is de meest gezochte en best geaccepteerde vorm van compensatie voor gevoelens van vereenzaming en frustratie. De beeldbuis is het altijd beschikbare gezelschap dat met programma's over menselijke ervaringen erkenning en herkenning aanbiedt. Erkenning omdat ik in gesprekken met medemensen elementen van mijn eigen zorgen terugzie. Herkenning omdat ik tot mijn geruststelling kan vaststellen: ik ben niet de enige die daarmee zit. Eventueel: met hem of haar vergeleken heb ik niets te klagen.”

Mooi gesproken van Koole, maar gevreesd mag worden dat het niet allemaal mensen zijn die kampen met vreselijke tegenslagen in het leven die geregeld naar SBS 6 vluchten voor een troostrijk woord van de klantjes van meneer Jambers. Of wier eenzaamheid een stuk minder lijkt als ze in 'Lief en Leed' horen dat een avondje SM je ook niet in de kouwe kleren gaat zitten.

Toch gooit Koole ze wel allemaal op één hoop, zonder een duidelijke scheiding aan te brengen in intenties, terwijl dat nu juist de kracht was achter zijn jaren bij de Ikon. Hoe sommige mensen op emotie-tv reageren is één verhaal, waarom de programma's worden gemaakt en hoe ze worden gemaakt is een ander, niet minder belangrijk verhaal. Je gaat over de rand van de geloofwaardigheid wanneer je 'De Ronde van Witteman', 'Rondom Tien', 'Spoorloos' en 'Tussen eten en afwas' in één opsomming kunt noemen met 'Het spijt me', 'Op zoek', 'Lief en Leed', 'All you need is love' en 'Love letters'. Allemaal emotie-tv, als je dat zo wilt noemen, maar daar hoort onderscheid bij. “De praatshow”, zegt Koole, “heeft het unieke voordeel van het onderlinge gesprek tussen betrokkenen, waardoor voor de kijker een vergelijking mogelijk wordt die tot een eigen keuze prikkelt.”

Zo blijft Koole optimistisch. Als hij de motieven van mensen om in zo'n programma hun lek en gebrek, hun kantjes en standjes te tonen opsomt, komt hij ook weer tot louter positieve zaken. Ik was hoe dan ook op de televisie, dus ik besta, is een even fraai motief als: “Toen ik zelf aan alcoholverslaving leed, zag ik op de televisie nooit iets over dat probleem. Daarom wilde ik er nu in het publiek over praten.”

De televisie trekt dag aan dag een spoor van emoties door het land (Nederland scoort, ze krijgen elkaar en hij heeft de gevreesde ziekte), maar men moet werkelijk een onbreekbare roze bril op hebben om daar zo positief onder te blijven als dat Koole steeds lukt.

mailIcon print |