*

 

Vlijtige docent kan kolossale taak niet aan

J. W. SCHULTE NORDHOLT − 03/03/95, 00:00

recensie E. M. Janssen Perio: Een nieuwe wereld - Europese ontdekkingen en renaissance rond 1500. Ambo, Baarn; 504 blz. - ¿ 79.

En dat des te meer als hij tracht die ontdekking in het kader van de cultuurgeschiedenis van die tijd te zetten. Columbus mag men wel als een exponent van de Renaissance zien, zeker als men denkt aan Burckhardt's definitie: 'Die Entdeckung der Welt und des Menschen'.

Maar dan doemen er voor de schrijver wel geweldige problemen van organisatie van zijn materiaal op. De geschiedenis van een heel tijdperk schrijven dat juist buiten de traditionele Europese kaders treedt en een wereldwijd karakter krijgt, is een kolossale opgave. Hoe bewaart men de eenheid van het betoog in een situatie met zoveel middelpuntvliedende krachten?

Dat is een opgave voor een groot historicus als Braudel of Wallerstein, maar dat zijn dan ook historici die een visie hebben en die verdedigen met alle gloed van hun kennis en verbeelding. Dat is E. M. Janssen Perio in 'Een nieuwe wereld' helemaal niet gelukt, want hij is niet de bevlogen visionair maar de vlijtige docent, die veel weet en dat allemaal vertellen wil, meer wil opsommen dan inzicht geven. Hij vertelt over de vier reizen van Columbus maar wat er verder in die tijd gebeurt, verdeelt hij in honderd of zo kleine hoofdstukjes, allemaal heel aardig maar zonder vloeiende samenhang, stukjes van een legpuzzel netjes naast elkaar gelegd en toegelicht (want de schrijver is een goede leraar) met fragmenten uit de bronnen.

Ja natuurlijk, de grootste gemene deler is de Renaissance, daar past alles wel in: Savonarola, de Borgia's, Luther en Jeroen Bosch, een beetje kunst en een beetje filosofie, liefst wat gekruid. Als ik het zo zeg, klinkt het onaardig en dat terwijl er toch veel aardigs en wetenwaardigs in dit boek te vinden is; men hoort de docent bezig met de kleurrijke stof, zoals dat dan heet. Maar het blijft allemaal willekeurig, schering zonder inslag.

Het is boeiend om te weten wat er op het schitterende schilderij van Giorgione, 'De Storm', waarschijnlijk is afgebeeld maar het zou ook aardig zijn om zo'n hoofdstukje te schrijven over Botticelli's 'Primavera' of Dürers 'Melancholie'. En een stuk over Babar die Kaboel verovert, is wel boeiend maar maakt duidelijk wat er ontbreekt aan de opzet van dit boek. Het kan de wereld nu eenmaal niet omvatten.

De schrijver is niet in staat zijn stof te ordenen. Gaat het boek nu over de Renaissance of over Amerika? Het bestaat uit drie delen, waarvan het eerste tachtig bladzijden beslaat, het tweede meer dan driehonderd en het derde ruim dertig. Dat laatste gaat dan over Amerika en de nawerking van Columbus' ontdekkingen, maar daarbij wordt de relatie tot de inheemse bevolking oppervlakkig behandeld: wel Las Casas maar niet Vitoria, niet Sahagun, niets over het essentiële debat over de mensen van de Nieuwe Wereld en niets over de ontwikkeling van Zuid-Amerika na 1600, maar wel een oppervlakkig hoofdstuk over Noord-Amerika met enkele verspreide gegevens, Turner's Frontier, Karl May en Geronimo.

Ten slotte volgen er dan nog liefst dertig bladzijden bibliografie waarvan men niet weet voor wie ze bedoeld zijn, want de modernste werken vindt men er evengoed als terecht vergeten handboeken uit lang vervlogen tijden. Nee, de symbiose van Columbus met zijn tijd is hier niet gelukt en het boek is alleen aan te raden voor wie de wetenswaardigheden van die tijd wil nazien, want het heeft wel een keurig register.

mailIcon print |